50.000 vast, 300 mishandeld

,,Doelgericht sadisme'', maar ook mishandeling die ,,meer is dan het falen van een paar leiders''. Citaten uit het Schlesinger-rapport over Abu Ghraib.

,,De gebeurtenissen die van oktober tot december 2003 gedurende de nacht in Blok 1 plaatshadden waren handelingen van wreedheid en doelgericht sadisme. We weten inmiddels dat deze mishandelingen plaats hadden onder bevel van de militaire politie en de militaire inlichtingendienst.

De vastgelegde mishandelingen, die zelfs in oorlogstijd niet kunnen worden geaccepteerd, waren noch onderdeel van geautoriseerde ondervragingen noch bedoeld om inlichtingen te verkrijgen. Ze tonen afwijkend gedrag en een falen van de militaire leiding en discipline.

Desondanks erkennen we dat enkele van de misstanden in Abu Ghraib die niet zijn gefotografeerd, plaats hadden tijdens ondervragingen en dat mishandelingen tijdens ondervraging elders plaatshadden.''

,,In het kader van hetgeen zich in Abu Ghraib heeft afgespeeld is een serie uitgebreide onderzoeken gedaan door verscheidene afdelingen van het ministerie van Defensie. Sinds het begin van de vijandelijkheden in Afghanistan en Irak hebben het Amerikaanse leger en veiligheidsoperaties ongeveer 50.000 mensen gevangenen genomen. Hiervan zijn driehonderd gevallen van vermeend misbruik in Afghanistan, Irak en Guantánamo gebleken. Vanaf midden augustus 2004 zijn 155 van die gevallen afgerond die hebben geresulteerd in 66 solide zaken. Ongeveer een derde van deze zaken had plaats op het moment van gevangenname of op een tactisch verzamelpunt, doorgaans onder onzekere, gevaarlijke en gewelddadige omstandigheden.''

,,Meer of minder wrede mishandelingen hadden op verscheidene locaties en onder verschillende omstandigheden plaats. Het gebeurde op veel plaatsen, en hoewel slechts toegepast op een klein percentage van diegenen die werden gevangengenomen, was het aantal [getroffenen] groot en waren de gevolgen ernstig. Er was geen sprake van procedures die het soort van mishandeling toelieten. Er bestaat geen bewijs voor een beleid van mishandeling dat door hoge functionarissen of de militaire leiding is afgekondigd. Desondanks kan niet worden gezegd dat de mishandelingen alleen het gevolg zijn geweest van enkele personen die de bestaande procedures niet hebben gevolg. Die [mishandelingen] zijn ook meer dan het falen van een paar leiders om de juiste discipline af te dwingen. Er is sprake van institutionele en persoonlijke verantwoordelijkheid op hogere niveaus.''

[...]

,,Ondervragers en een lijst van technieken werden uitgewisseld tussen Guantánamo, Afghanistan en Irak. In juli en augustus 2003 werd de 519de eenheid van de militaire inlichtingendienst naar Abu Ghraib gestuurd om ondervragingen te doen. De verantwoordelijke commandant heeft zonder duidelijk beleid, op [handboek] 34-52 na, een voorstel met richtlijnen voor ondervraging voorbereid. [...] Het is van belang te weten dat de technieken die onder zorgvuldig toezicht in Guantánamo van toepassing waren pas problematisch werden toen ze elders werden toegepast en niet voldoende werden gecontroleerd.''

,,In augustus 2003 deed [majoor generaal Geoffrey] Miller Irak aan voor een beoordeling van de anti-terroristische ondervragingen door het ministerie van Defensie. [...] Op grond van zijn ervaring in Guantánamo heeft Miller aangedrongen op samenwerking tussen de militaire politie en de militaire inlichtingendienst, waarbij de militaire politie [MP] `de condities creëerde' voor de ondervragingen. De rol van de MP bestond uit passieve ondervraging van de gevangenen en toepassing van aansporing[stechnieken] die de militaire ondervragers hadden aanbevolen. Deze samenwerking heeft resultaat gehad in Guantánamo, met name gezien het feit dat daar voor iedere meestal volgzame gevangene één militaire politieagent was aangesteld. Echter, in Irak en met name in Abu Ghraib was de verhouding van militaire politie tegenover geregeld ongehoorzame gevangene aanzienlijk veel lager, op een zeker moment ongeveer 1 [MP] per 75 [gevangenen]. Daardoor was het zelfs moeilijk een overzicht te houden van de gevangenen. Bovendien was Abu Ghraib gesitueerd in oorlogsgebied waardoor de militaire politie tevens verantwoordelijke was voor de gewapende bescherming van het complex alsmede voor het begeleiden van konvooien met voorraden van en naar de gevangenis. Deze problemen werden verder bemoeilijkt door een gebrek aan leiderschap, toezicht en steun die nodig was geweest onder dergelijk moeilijke omstandigheden.''

[...]

,,In Irak is niet alleen de fout gemaakt geen rekening te houden met een grote opstand, die na de grote gevechtshandelingen volgden. Het oorlogsplan van CENTCOM [het Central Command] uit 2002 ging er vanuit dat een relatief gunstige stabiliteit en veiligheid aan een overdracht aan Iraaks bestuur vooraf zouden gaan.''