Zomervruchtentaart

De lekkerste vruchtentaartjes zijn Franse tartelettes, ovale bakjes van zoet deeg die gevuld zijn met verse zachte vruchten die glinsteren van de gelei waarmee ze werden bestreken. Deze taart met zomerfruit gaat die richting op, maar het deeg wordt niet blind gebakken. Het krijgt wat appel mee om het te verzwaren en wordt naderhand pas gevuld met zachte zomervruchten. Dat kleine beetje appel geeft een extra frisheid aan de taart.

Bereiding: Maal in een foodprocessor bloem, suiker, boter en zout tot een kruimig mengsel. Voeg met draaiende machine lepelsgewijs witte wijn toe tot het deeg begint samen te klonteren. Neem het uit de kom, leg het op een met bloem bestrooid werkvlak en duw kleine porties van het deeg onder de muis van de hand naar voren uit over het werkvlak; voeg het deeg weer bijeen en herhaal deze handeling tot een glad en soepel deeg is verkregen dat niet meer plakt. Wikkel het in plasticfolie en laat enkele uren (of langer) rusten op een koele plaats. (In de ijskast kan ook maar laat het op kamertemperatuur komen alvorens te verwerken.) Vet de taartvorm dun in met olijfolie en stuif er een waasje bloem over. Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak en bekleed de taartvorm met deeg. Druk het deeg met de rug van de wijsvinger goed tegen de rand en snijd overhangend deeg af met de deegroller. Prik de deegbodem over het gehele oppervlak in en zet de vorm even in de ijskast om het deeg te laten opstijven. Halveer de appel overlangs en snijd beide helften overdwars in flinterdunne plakjes; beleg hiermee dakpansgewijs de taartbodem en strooi er 1 eetlepel suiker over. Bestrijk de deegrand met melk zodat hij straks goudbruin kleurt. Bak de taart 30 minuten in het midden van een voorverwarmde (210 C) oven. Neem uit de oven, laat afkoelen en bedek de taartbodem royaal met aalbessen en frambozen. Lepel wat taartcoulis over de vruchten of bestrijk ze met vloeibaar gemaakte appelgelei. Koud serveren samen met een glaasje Prosecco frizzante.

Morgen: zomerfruit