Zalm stelt verlaging woonlasten jaar uit

De voorgenomen gedeeltelijke afschaffing van de onroerendezaakbelasting (ozb) is met een jaar uitgesteld. Gemeenten zien deze bron van inkomsten daardoor pas in 2006 vervallen.

Het is nog onduidelijk wat het niet doorvoeren van deze lastenverlichting voor de koopkracht van burgers betekent.

Reden voor het uitstel is dat minister Zalm (VVD, Financiën) het niet voor elkaar krijgt gemeenten voldoende te compenseren voor het afschaffen van de belasting. Het af te schaffen zogenoemde gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting levert gemeenten jaarlijks 950 miljoen euro op. Samen met het eigenarendeel ontvangen ze jaarlijks zo'n twee miljard euro uit de ozb.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die de vertrouwelijke mededeling van Zalm en diens collega Remkes (Binnenlandse Zaken) op haar website publiceerde, bepleit volledig afstel van de voorgenomen maatregel.

Het gebruikersdeel van de ozb wordt door zowel eigenaren als huurders betaald. Huiseigenaren betalen daarnaast ook nog het eigenarendeel van de ozb. De VVD heeft in de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen gepleit voor afschaffing van de ozb, met de slogan: `Ozb, weg ermee.'

Voorzitter Ralph Pans van de VNG zegt dat het uitstel van de ozb-afschaffing ,,al een tijdje boven de markt hing'', maar dat gemeenten lang hebben moeten wachten voordat ze duidelijkheid kregen van het rijk. De VNG vindt dat gemeenten een groot deel van hun inkomsten zelf moeten kunnen binnenhalen. ,,Nu al zijn we voor 90 procent afhankelijk van het rijksinfuus, dat wordt 95 procent als de ozb wordt afgeschaft. Dat is meer dan in welk Europees land dan ook'', zegt Pans.

De afschaffing van de ozb was oorspronkelijk bedoeld om burgers te compenseren voor de hogere kosten van het nieuwe zorgstelsel, dat in 2005 zou ingaan. Dit stelsel komt nu in 2006. Volgens ingewijden is sprake van een ,,ordinair bedrijfsongelukje'' dat de lastenverlichting al voor 2005 in de boeken stond.

Het kabinet spreekt vandaag over de ontwikkeling van de koopkracht in 2005. Het zal proberen de koopkrachtdaling voor minima en ouderen te beperken. Volgens het Centraal Planbureau zouden deze groepen er volgend jaar bij ongewijzigd beleid 2 procent op achteruitgaan; dat vindt het kabinet te veel. De gemiddelde koopkrachtdaling bedraagt volgend jaar 1 procent. Het kabinet heeft ongeveer 300 miljoen beschikbaar voor de minima, maar de vraag is of dat voldoende is.

Hoe het koopkrachtverlies voor minima zal worden beperkt is nog onderwerp van discussie. Ingewijden melden dat onder meer gedacht wordt aan het verhogen van aftrekposten voor deze groepen en het aanpassen van de belastingschijven. Minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) had geopperd de belasting voor rijken te verhogen ten gunste van de minima, maar dat stuitte op verzet bij Zalm.