Vredesverhoudingen met onzichtbare vijand?

In het artikel van Daalder en Steinberg (NRC Handelsblad, 10 augustus) staat de vraag centraal: wanneer mag in een tijd van onconventionele dreiging militair geweld worden gebruikt en dient dat geweld te voldoen aan een soort alom aanvaarde legitimiteit?

Vrij vertaald betekent die vraag dat met de onconventionele dreiging het `internationale terrorisme' wordt bedoeld.

Wat heeft het begrip `legitimiteit' te maken met dat terrorisme, dat onzichtbaar als het is, ook geen enkel wapen tegen onze samenlevingen uitsluit? Wie wil in vredesnaam legitieme verhoudingen aanknopen met dit soort onzichtbare vijand? Dat soort idealisme stamt uit de tijd van de Britse minister Chamberlain, die in 1938, toen Duitsland al tot de tanden gewapend was, bij Hitler op bezoek ging met een vredesboodschap.

Het bizarre van dit soort artikelen is dat het internationale terrorisme zich verkneukelt met dit soort opvattingen vanuit een land dat bij uitstek het doelwit vormt voor dat terrorisme.