Soldaten in een gletsjer

Vandaag, 86 jaar na hun dood, worden drie Oostenrijkers begraven die vochten in de Eerste Wereldoorlog. Hun lichamen werden zondag in een gletsjer in de Italiaanse Alpen gevonden door Maurizio Vincenzi, amateur-historicus, werknemer van een kabelbaanbedrijf en directeur van een oorlogsmuseumpje in het Italiaanse stadje Peio. Al jaren scharrelt Vincenzi in de bergen op zoek naar overblijfselen die getuigen van de zware gevechten die hier plaatsvonden. Geweren heeft hij al gevonden, bommen, messen, botten, haren, vorken. Maar nog nooit complete lichamen.

De lichamen kwamen bloot te liggen doordat de gletsjer waarin ze lagen zich verder terugtrekt. Ze zijn per helikopter naar Peio gevlogen. Voor het mortuarium waar ze bewaard worden wappert tijdelijk een Oostenrijkse vlag. De drie worden begraven op de militaire begraafplaats bij Peio.

Met een verrekijker ontdekte Vincenzi zondag aanvankelijk iets wat leek op een vlek of op stenen in het ijs, op ongeveer 3.600 meter hoogte. Toen hij ging kijken zag hij dat het lichamen waren. De drie soldaten, omgekomen door een granaat, lagen in het ijs. Zowel hun lichamen, als hun kleding – inclusief leren riem, gasmasker en helm – waren daardoor goed geconserveerd.

In deze streek tussen de Oostenrijkse en Italiaanse grens is zwaar gevochten. Historici vermoeden dat de drie zijn gestorven op 3 september 1918 tijdens `de grote slag'. De soldaten behoorden tot het 3de regiment van de Tiroler Kaiserschützen. Voor Vincenzi is zijn vondst een bewijs van het belang van zijn werk. De veldslagen die hier hebben plaatsgevonden mogen, zegt hij, niet worden vergeten.