Schroeven zonder stoppen

Een schroef hecht beter dan een spijker. Het bevestigen van plafondplaten, wanden en vloeren kan heel wat tijd vergen. De bandschroevendraaier doet het vliegensvlug.

Het apparaat lijkt op het eerste gezicht op een kruising tussen een mitrailleur en een elektrische boormachine. En dat is bijna goed – het is een kruising tussen een mitrailleur en een elektrische schroevendraaier. Met een bandschroevendraaier – want zo heet het apparaat – kun je razendsnel en zonder te stoppen schroeven indraaien. Eén per seconde, en precies op diepte. Door aannemers worden ze gebruikt voor het bevestigen van gipswanden, plafonds en plaatwerk. Karweien die anders dagen duren, zijn nu in enkele uren klaar.

Geleidelijk aan komen bandschroevendraaiers ook binnen het bereik van doe-het-zelvers. De prijzen variëren van 220 tot 430 euro, exclusief BTW. Maar ze blijven toch vooral het gereedschap van de aannemer voor wie tijd geld is. Vandaar dat onlangs het vakblad Klusvisie, vakblad voor het professionele klus- en onderhoudsbedrijf, een achttal bandschroevendraaiers aan een vergelijkende test onderwierp. De uitslag was verrassend: de duurste twee (Hitachi en Makita) waren zeker niet de beste. Een goede machine kost 350 euro, exclusief BTW, want zo rekent men in de bouw.

Een bandschroevendraaier is in principe een elektrische schroevendraaier. Hij werkt ook met kruiskopschroeven die met een bit worden ingedraaid. Maar er zijn twee verschillen. Een gewone elektrische schroevendraaier heeft een torsieratel: als de ronddraaiende kracht (formeel: het moment) van het bitje op de schroef te groot wordt, draait de schroevendraaier ratelend door. Het bitje blijft wel kracht uitoefenen op de schroef. Bij een bandschroevendraaier is voor een betere oplossing gekozen: een ontkoppelaar die op diepte kan worden ingesteld. Is de schroef ingedraaid, dan laat de ontkoppelaar volledig en geluidloos los.

Het tweede verschil is direct zichtbaar. Op de bandschroevendraaier zit een voorzetstuk waardoor een plastic band met schroeven loopt, zoals een patroonband bij een mitrailleur. De schroeven zit tamelijk los in de plastic band, je kunt ze er makkelijk uit- en doorheentrekken. In dit voorzetstuk wordt de schroef automatisch voor het bitje gepositioneerd op een manier die sterk doet denken aan het filmtransport van een kleinbeeldcamera.

Tijdens het schroeven wordt een neusstuk ingeduwd. Zit de schroef erin en gaat de machine weer achteruit, dan veert het neusstuk terug en wordt tegelijkertijd een nieuwe schroef voorgezet. Met een bandschroevendraaier werk je altijd met de motor op volle snelheid, langzaam op toeren laten komen is niet nodig. Het geeft niet dat het bitje de schroef op volle snelheid pakt, want er staat nog geen enkele kracht op. En als de schroef op diepte is, laat de ontkoppelaar los. Het bitje krijgt geen harde klappen, wat bij een gewone elektrische schroevendraaier vaak wel het geval is.

Hans Timmerman van GT-Hechttechniek in Ermelo, een gespecialiseerd bedrijfje op het gebied van spijkermachines, nietapparaten en bandschroevendraaiers, zegt dat het bij bandschroevendraaiers vooral gaat om feilloze werking: ,,Als de schroevendraaier om het half uur hapert, dan heeft een vakman er weinig aan. De tijdwinst boek je alleen als het apparaat duizenden schroeven achter elkaar zonder problemen indraait. En de machine moet het ook jaren achtereen zonder veel onderhoud blijven doen.'' Hij kiest daarom voor het Duitse merk Helfer, de firma die de bandschroevendraaier twintig jaar geleden heeft uitgevonden. Helfer, tegenwoordig onderdeel van Bühnen en ook wel onder die naam verkocht, heeft de machine in de tussenliggende jaren op details verbeterd, waardoor de machine nog steeds voorligt op de concurrentie. Vooral in de Verenigde Staten, met zijn vele houtskeletbouw, is Helfer erg geliefd. Maar ook het panel van Klusvisie vond Helfer duidelijk de beste.

Schroeven in de bouw is nog steeds onontkoombaar. Niet zozeer omdat schroeven naderhand weer losgedraaid kunnen worden – ook een groot voordeel als naderhand een paneel om een of andere reden weer open moet – maar meer omdat een schroef gewoon sterker zit. Timmerman: ,,Persoonlijk voel ik me prettiger onder een plafond dat zit vastgeschroefd in plaats van vastgespijkerd of vastgeniet. Je weet dat een schroef niet loslaat.''

Maar belangrijker is dat een schroef trekt. Met een serie schroeven kun je panelen volledig aansluitend vastzetten. Met spijkers lukt dat niet. Vandaar dat de brandweer voor allerlei constructies die brandwerend moeten zijn, schroeven voorschrijft. Een gipsplaten tussenwand, vastgezet met schroeven op houten balkjes, blijft tijdens een brand lange tijd intact, omdat zich geen lucht – en dus geen vuur – tussen de spouw kan verplaatsen.

Bandschroevendraaiers hebben nog een voordeel boven gewone elektrische schroevendraaiers: je kunt vaak met slechts één hand werken. De andere hand heb je vrij om het werkstuk vast te houden – of jezelf als dat nodig is. Verschillende leden van het panel van Klusvisie dat de bandschroevendraaiers beoordeelde, leek een bandschroevendraaier van pas komen bij het zetten van een dakkapel. Je moet dan soms razendsnel werken om een regenbui voor te blijven en het kan ook handig zijn om een hand vrij te hebben om jezelf vast te houden. Grote dakkapelzetters gebruiken volgens Timmerman van GT-Hechttechniek voor dat doel eerder pneumatische spijkerpistolen (Timmerman: ,,Wij zeggen liever spijkermachines, pistool klinkt niet prettig.''), maar een aannemer of klusser die dat maar af en toe doet, is zeker beter af met een bandschroevendraaier.

Een hulpmiddel dat bijna alle bandschroevendraaiers hebben, is een verlengstuk om op afstand te werken. Vooral voor het vastschroeven van vloeren werkt dat prettig: je loopt al schroevend gewoon rechtop en plaatst om de paar seconden een schroef, precies met de juiste kracht en de juiste diepte. Voor het schroeven van plafonds heb je geen steiger nodig, al is het lange tijd boven je hoofd werken met een verlengde bandschroevendraaier wel erg vermoeiend.

Bandschroevendraaiers heb je in twee snelheden. De snelle van circa 4.000 toeren voor metaalschroeven in metal stud, een techniek waarbij met een soort blikachtig raamwerk en panelen razendsnel tussenwanden worden gezet, vooral in kantoren en bedrijfsgebouwen. En de langzame machines van circa 2.400 toeren voor schroeven in hout. Wie allebei doet, kan beter een langzame nemen – dan duurt het schroeven in metal stud wat langer.

De meeste professionals geven de voorkeur aan een machine van 230 volt, omdat die sterker zijn. En ze zijn ook wat lichter zonder zware accu. Maar een accumachine kan bij werken op hoogte – of zonder lichtnet – toch handiger zijn. Nadeel is dat het vermogen tijdens het karwei langzaam afneemt, waardoor je minder uniform werkt.

Pluggen voor in of achter de wand

In de bouw wordt het voorboren van een schroefgat zoveel mogelijk vermeden. Dat kost alleen maar tijd. Liever werkt men met zelftappende en zelfborende schroeven. Die schroeven zijn niet in de doe-het-zelfzaak verkrijgbaar, maar wel bij speciaalzaken, te vinden op internet. Ook pluggen zul je in de bouw niet veel zien. Het plaatsen van pluggen vergt nog meer tijd. En daarnaast gebruik je pluggen voor het bevestigen van zaken aan een wand, niet voor het plaatsen van de wand zelf.

Pluggen heb je niet alleen nodig in de keiharde muren zoals van beton, maar ook omgekeerd: in holle muren van gipsplaat, en in de lichtgewicht muren van kalkzandsteen, gipsblokken en gasbeton. Zonder plug is bevestigen zo goed als uitgesloten.

Pluggen heb je in twee soorten. Je hebt pluggen die expanderen in de wand en zich zo vastzetten. En je hebt pluggen die zich achter de (holle) wand vastzetten. Dit worden vaak muurankers genoemd. Er zijn tientallen soorten. Een redelijk overzicht van gebruikelijke pluggen geeft Gamma (www.gamma.com) in zijn klusfolder. Niet genoemd zijn de inslagpluggen van Rigips en de kneedbare plug.