Schietschijf Kerry

Wat gebeurde er nou precies op die Bay Hap rivier in Vietnam, toen John Kerry daar op 13 maart 1969 op zijn Swift-boot de vijand tegemoet voer? Werd er nu op hem geschoten, keerde hij vroeg genoeg om, en hoe erg was die wond aan zijn arm? De opperste ironie van de Amerikaanse verkiezingscampagne is dat die nu, aangejaagd door actiegroepen en spin doctors, meer gaat over een incident in een oorlog van dertig jaar oud dan over een oorlog die is begonnen door de zittende president en waarvan de kruitdampen nog dagelijks opstijgen. Dat is hogere politiek: je moet het maar voor elkaar krijgen.

Kerry heeft zich kwetsbaar gemaakt door zich als potentiële leider van een natie die in de greep is van de angst voor terreur, nadrukkelijk op zijn Vietnam-verleden te beroepen. Maar Vietnam is nog altijd een trauma dat de Amerikanen sterk verdeeld houdt ook al zaten ze destijds op dezelfde boot en hij nam daarmee een risico. Nu wordt hij er zonder mededogen op aangepakt door veteranen die toen al een hekel aan hem hadden, en nu met subsidie van een Republikeinse miljonair en bouwondernemer een effectieve mediacampagne tegen hem zijn begonnen.

De details daarvan zijn inmiddels bijna te scholastiek om uit te leggen. Kwam die boot van Kerry nu onder vuur of niet, en smeerde hij hem soms terwijl hij niet werd beschoten? Geen sprake van, zeggen de mannen aan boord, en zeker Kerry's makker Rassman, die door hem uit het water werd getrokken en aan boord gehesen. Jazeker, zeggen de `Swift Boat Veterans For Truth': Kerry's boot werd helemaal niet beschoten. Veteraan Larry Thurlow, auteur van het anti-Kerry campagneboek Unfit For Command, herinnerde zich ,,geen enkel schot''. Maar een schutter van een van de boten achter die van Kerry vertelde The Washington Post dat hij het `klak-klak-klak' van de AK-47's nog steeds hoorde, ,,van beide kanten van de rivier''. In Thurlows eigen militaire dossier staat dat ,,alle eenheden'' werden beschoten met ,,handvuurwapens en automatische wapens'', ontdekte de krant, die het dossier opvroeg. Maar dat fabeltje staat erin dankzij Kerry, verdedigde Thurlow zich, want de man is behalve een huichelaar ook een leugenaar.

En het werkt. De steun voor Kerry onder veteranen kalft af, het Democratische kamp is in verwarring, het momentum voor de eindsprint gaat verloren. De president die officieel natuurlijk niets te maken heeft met het particuliere initiatief van de veteranen kan achterover leunen en, nu de schade in de peilingen is aangericht, de bemoeienis van particuliere groepen afkeuren. Hij kan Kerry zelfs, zoals hij gisteren deed, een schouderklopje geven de schouder om op uit te huilen komt later, na de nederlaag en zeggen dat hij `trots' mag zijn op zijn verleden. Je leert bij de reservisten in Texas misschien niet hoe je een Swift-boot moet besturen, maar wel hoe je politiek moet bedrijven.

Voor een deel is het John Kerry's eigen schuld. Hij heeft zich op zelfgekozen terrein en op zijn sterkste campagnepunt (en in feite zijn enige: veel meer heeft hij nog niet op de nationale agenda gezet) in de verdediging laten drukken. Bovendien zíjn er inderdaad onduidelijkheden in zijn Vietnam-verhaal, waar zijn tegenstanders nu bovenop springen. En dan gaat alles mis: hij doet een beroep op de president om in te grijpen (zielig) en is aan het hannesen met juridische klachten (stom, het vreet tijd en wekt herinneringen aan het abjecte juridische armpjedrukken in 2000). Het kon ook moeilijk goed gaan, en dat kun je Kerry verwijten: een Vietnam-veteraan die zich na afloop tégen de oorlog keerde, maar zich nu laat voorstaan op zijn militaire verleden het is de kat op het spek binden voor antipropaganda en manipulatie. Zie de gemanipuleerde foto van Kerry met `Hanoi-Jane' Fonda waar de Republikeinen officieel ook niets mee te maken hadden.

Maar de affaire werpt ook een cynisch licht op de campagne van Bush. Want hier zien we een beproefde manier van politieke oorlogvoering die door de familie Bush en campagneleider Karl Rove tot een kunstvorm is verheven. Zelf soeverein op de achtergrond blijven en een presidentieel postuur aannemen, en geestverwante grass roots organisaties, gefinancierd door politieke vrienden, de zware munitie laten afvuren die niet past in de reguliere campagne. Zo heeft het Bush-kamp ook kerkelijke organisaties opgeroepen actief aan de campagne deel te nemen door te folderen en kiezers te werven een oproep die op gespannen voet staat met de apolitieke, belastingvrije status van kerken, maar die de Republikeinen verdedigen, omdat ze er immers niet bij zeggen dat de kerken hun leden ook moeten vragen voor hén campagne te voeren.

Dit politieke opportunisme is te verwachten. Maar de controverse over Kerry's verleden als militair is pijnlijker, en het is geen wonder dat de Republikeinen zich er officieel verre van houden. Hier wordt immers een man die naar die oorlog vertrok of hij al die Bronzen Sterren en Paarse Harten daar nu verdiende of niet afgeserveerd als een onbetrouwbare lafaard, door sympathisanten van een president die zich destijds zelf, met dank aan het netwerk van zijn vader, verschool in Texas. Je moet het lef maar hebben, maar dát lef heeft George W. Bush, dat is zeker.

Ook als Kerry dit pleit nog wint en een overtuigend antwoord weet te geven op de militair-historische vraag `werd-er-nu-op-hem-geschoten-of-niet', zal deze affaire hem schaden. De geur van cynisme hangt nu immers weer zwaar over de politiek dat is slecht voor de opkomst, en dát is slecht voor de Democraten, die rekenen op de stem van minderheden en economisch zwakkere Amerikanen die traditioneel het moeilijkst naar de stembus te bewegen zijn. De scherpere economische en sociale tegenstellingen die onder Bush zijn gegroeid, zouden de Democraten stemmen moeten opleveren. Maar dat gebeurt niet als de kiezers aan de onderkant, die toch al aan de rand van cynisme wankelen, er overheen worden geduwd. Misschien is dat ook wel de bedoeling van het Bush-kamp: kiezers weghouden bij de stembus is een Amerikaanse traditie die bij de verkiezingen in 2000 in Florida opnieuw succesvol is gebleken.