Rij van één persoon

Onze correspondent in Londen vond met vallen en opstaan zijn weg in de Engelse taal en omgangsvormen. Een korte handleiding.

Leerzame ontmoeting in de Rotterdamse metro. Een heer, verdiept in een bakje frites, botst tegen me op. Gewend aan de code van de Britse openbare ruimte, mompel ik: ,,Sorry.'' Hij bedenkt zich geen seconde en zegt: ,,Kejje nie uitkijken? K*t!'' De Londense Tube is drukker dan die van Rotterdam. Toch is zo'n incident, opmaat naar zinloos geweld, daar onwaarschijnlijk. Na die aanvaring realiseerde ik me opnieuw hoe behendig Britse metrogangers om elkaar heen navigeren. Als ze al eens botsen, zeggen ze allebei sorry. Niet dat ze daarmee een fout bekennen. Ze trekken de lont uit een potentieel incident.

Je ziet het ook bij het postkantoor, wachtend op de dubbeldekker of aan een standplaats van de zwarte taxi's. Ze proberen daar niet met list of geweld hun wachttijd te verkorten, maar gaan in een rechte rij staan en wachten ogenschijnlijk schaapachtig op hun beurt. Zélfs als een Brit toevallig eens alleen op de bus moet wachten, wekt hij nog de indruk dat hij een ordelijke queue van één persoon vormt, heeft de Hongaar George Mikes gezegd. Ze beginnen ermee op het schoolplein en als forenzen in de file doen ze het nog steeds. Sluiproutes genoeg, maar Britten doen niet snel de moeite er een te nemen en lijden collectief, met een onbegrijpelijke mix van flegma en zelfbeheersing.

De grote Rotterdamse schrijver Bob den Uyl (1930-1992) heeft wachtend voor loketten aangetoond dat de snelste rij per definitie degene is waarin je niet staat, ook als je van rij wisselt. De Britten brengen dat al lang in de praktijk door één rij te vormen, waar de eerstwachtende naar het eerste loket stapt dat vrij komt.

Veel waarnemers zien in de goede manieren gevoel voor democratie en egalitarisme die een hoofdbestanddeel zouden zijn van het Britse volkskarakter. Mikes noemde de Brit-in-de-rij een ,,fair man, minding his own business, die leeft en laat leven, die een plicht nakomt terwijl hij zijn rechten uitoefent, kortom alles doet waarin een Engelsman gelooft''.

Ik weet het zo net nog niet en ben niet de enige. Kate Fox, een antropologe uit Oxford, die net een boek met veldwaarnemingen van haar landgenoten publiceerde (Watching the English), zegt dat een Britse rij alleen maar op het eerste gezicht uit schapen bestaat. In werkelijkheid proberen ook de Britten zo snel mogelijk vooraan te komen, denkt ze, maar met een zeldzame combinatie van kinderachtige onhandigheid en subtiliteit. ,,Oh sorry!'', zegt de betrapte voordringer quasi-verbaasd. ,,Were you in front of me?'' Waarna de overwinnaar in de rij alsnog zegt: ,,Oh, er, no, that's all right, you go ahead.'' Zo'n dubbele Pyrrusoverwinning is een van de minidrama's die zich in rijen afspelen. Ze illustreren de paradox dat queue-jumping onder Britten een doodzonde is, terwijl je er juist hier het gemakkelijkst mee weg komt.

Kan het zijn dat Britten alleen maar op het oog zo beleefd zijn, omdat ze bang zijn voor de gevolgen als ze hun masker zouden laten vallen? Dat hun codes bedoeld zijn om een diepere agressie in bedwang te houden? Omdat ze elkaar anders de hersens inslaan? Je zou het denken als het deksel weer eens van de vulkaan springt en de kranten vol staan van seriemoordenaars, hooligans en de overigens zo rustieke vossenjacht. Of een geval van road rage met dodelijke afloop, omdat bij een van de beleefd ritsende achterblijvers in de file de stoppen alsnog doorsloegen. Dat blijft na een paar jaar tussen de Britten een raadsel: hoe zinvol zulk geweld is. En dus ook hoe zinloos de beleefdheid.

Over twee weken: Gebruik je brood, sukkel