Rebellen in Congo uit de regering

De regering van nationale eenheid in Congo is een van haar pijlers kwijtgeraakt. De rebellenorganisatie RCD schortte haar deelname aan regering en parlement gisteren voor onbepaalde tijd op.

De beslissing van de rebellenorganisatie betekent een nieuwe klap voor het vredesproces, dat in grote problemen verkeert.

Vice-president Azaria Ruberwa, die namens de RCD in de regering zit, trok zich gisteren terug in de Oost-Congolese stad Goma, vanwaaruit de rebellengroep steeds heeft geopereerd. Hij zei dat er ,,een adempauze'' nodig is om het vredesproces nieuw leven in te blazen. Volgens hem komt er van de uitvoering van de vredesakkoorden veel te weinig terecht.

Ruberwa verwijt de regering dat ze niet in staat is om de veiligheid in het oosten van het land te garanderen. Directe aanleiding voor de protestactie van de RCD is het bloedbad dat anderhalve week geleden in een Burundees vluchtelingenkamp werd aangericht. Zeker 163 Congolese Tutsi's werden afgeslacht door milities die vanuit Congo opereerden. Volgens Ruberwa is in het oosten van Congo een genocide tegen Tutsi's gaande. Hij is zelf een Congolese Tutsi.

De RCD wijst er ook op dat de overeengekomen ontwapening nog niet van de grond is gekomen en dat de afgesproken integratie van strijdende partijen in een nieuw nationaal leger tot de top beperkt is gebleven. Volgens de RCD heeft president Joseph Kabila om zich heen een soort schaduwregering geformeerd. Ruberwa riep gisteren Zuid-Afrika en de Verenigde Naties op om te bemiddelen.

,,Dit is geen goed nieuws'', reageerde gisteren een woordvoerder van president Kabila. ,,Maar we hadden dit al verwacht, en nu bereiden we ons op het ergste voor.'' Kabila en consorten houden er ernstig rekening mee dat de oorlog in het oosten binnenkort weer oplaait. De buurlanden Rwanda en Burundi hebben onlangs gedreigd met ingrijpen in Oost-Congo als de Congolese regering geen eind aan het geweld tegen de Tutsi's maakt. De regeringen van die landen worden door Tutsi's gedomineerd.

Tijdens de oorlog in Congo vielen tussen 1998 en 2003 zeker drie miljoen doden, de meesten door ziekte en honger. Op het hoogtepunt waren er vijf buurlanden bij betrokken. Na slepende vredesbesprekingen trokken de buitenlandse legers zich terug en sloten de strijdende partijen in Congo een akkoord.

Twee rebellengroepen zijn sinds midden vorig jaar in de regering van nationale eenheid vertegenwoordigd, net zoals de ongewapende oppositie en de aanhangers van president Kabila. De samenwerking in de regering verloopt van meet af aan uiterst moeizaam.