Mentale weerbaarheid olympiërs als achilleshiel

Veel Nederlandse sporters blijken in Athene niet bestand tegen de druk, terwijl NOC*NSF daar vooraf speciaal aandacht aan heeft besteed. Maar in Athene ontbreekt de sportpsycholoog.

Het heeft er alle schijn van dat een groot deel van Nederlandse deelnemers aan de Olympische Spelen mentaal onvoldoende was voorbereid op het leveren van een topprestatie.

Van de zeventien tot nu toe behaalde medailles zijn hooguit het zilver en brons van de roei-achten een verrassing; alle andere waren min of meer voorspelbaar. Daarnaast is opvallend dat een flink aantal Nederlandse sporters aan druk ten onder is gegaan. Hoe is dat te verklaren in het licht van de `Reis van de Held', de vijf clinics over mentale en emotionele sportbeoefening die sportkoepel NOC*NSF in aanloop naar de Spelen voor de sporters heeft gehouden?

Technisch directeur Joop Alberda wenst gedurende de Spelen geen relatie te leggen tussen mentale weerbaarheid en falende sporters, maar wil alleen kwijt dat het project niet sec was bedoeld sporters geestelijke steun te verlenen, maar daarvoor gereedschap aan te reiken. Organisatievernieuwer Frank Heckman, die het concept bedacht en de `Reis' begeleidde, vindt dat meer atleten mentale begeleiding als vast onderdeel in hun training hadden moeten opnemen, omdat ,,je dan een streepje voor hebt''. Hij mist overigens een sportpsycholoog in de staf van de olympische ploeg.

De meest schrijnende voorbeelden van wankelmoedigheid waren kogelstoter Rutger Smith, schutter Dick Boschman en trampolinespringers Andrea Lenders en Alan Villafuerte. Smith, die tot op heden op alle grote toernooien heeft gefaald, was ten einde raad na zijn gemiste finale in Olympia en riep vertwijfeld dat het hoog tijd wordt een sportpsycholoog in te schakelen. Voor Boschman waren de Spelen na zeven schoten voorbij. Voor hem onverklaarbaar en pijnlijk, omdat hij vier jaar geleden in Sydney door materiaalpech werd uitgeschakeld. Asgrauw van ellende deed Boschman voor televisie zijn verhaal bij Mart Smeets; een aangrijpend relaas van een ontgoochelde sportman.

De twee trampolinespringers waren het spoor letterlijk bijster. Lenders stopte in de finale te vroeg met haar oefening, omdat ze de tel was kwijtgeraakt. En Villafuerte haalde niet eens de eindstrijd, omdat hij, net als in Sydney, naast de trampoline viel. Schermster Sonja Tol werd in de eerste ronde uitgeschakeld – exemplarisch voor haar matige seizoen. En zwemmers Joris Keizer, Thijs van Valkengoed en Marleen Veldhuis bleken in Athene niet weerbaar genoeg om hun verwachte niveau te halen. Opmerkelijk was verder de labiliteit van de geroutineerde zeilster Carolijn Brouwer.

Naast deze pregnante voorbeelden van sporters in emotionele verwarring, is er een aantal sporters dat de verwachtingen niet kon waarmaken, al dan niet als gevolg van de hoge druk. Slalomkanoër Sam Oud bereikte als derde de finale, maar werd achtste. Zevenkampster Karin Ruckstuhl stond na een dag derde, maar vond zichzelf een dag later terug op de vijftiende plaats; ze had gefaald bij het verspringen. Het badmintondubbel Chris en Lotte Bruil verloor roemloos in de eerste ronde, terwijl geen van de twee turnsters, Suzanne Harmes en Laura van Leeuwen, een finaleplaats haalde. Boogschutter Wietse van Alten, in Sydney goed voor brons, stelde teleur, evenals de wielrenner Thomas Dekker, die als tijdritspecialist op de valreep was geselecteerd. Bij de teamsporters bleken de volleyballers en de honkballers niet bestand tegen het eerste zuchtje tegenwind.

Het was Heckman bij de clinics al opgevallen dat een aantal sporters stabiliteit mist. Hij vertelde dat enkelen lopende het project contact hebben gezocht met een sportpsycholoog. Heckman: ,,Sporters moeten zelf mentale steun zoeken, anders houdt alles op. Winnen en verliezen spelen zich nu eenmaal af in een mystiek gebied; als we dat zouden beheersen was het probleem opgelost. Wij hebben met de `Reis van de Held' nadruk gelegd op de sociaal-psychologische kant. Hoe creëer je een sfeer waarin je elkaar als het ware beetpakt en energie doorgeeft. Je kunt het niet in je uppie. Daarom vind ik het zo fantastisch als sporters van verschillende sporten elkaar aanmoedigen.''

De Spelen op afstand volgend viel het Heckman op dat zelfs ervaren olympiërs als Inge de Bruijn en Leontien van Moorsel met twijfels worstelden. ,,Ik hoorde ze op televisie samen mutsen over de moeilijkheid om opnieuw goud te winnen. Dat hadden ze niet moeten doen; je moet het niet willen doen zoals in Sydney, maar doen zoals in Athene. Iemand die het goed deed was zwemmer Pieter van den Hoogenband, die ik overigens nooit bij de `Reis van de Held' ben tegengekomen. Hij was op de 100 meter mentaal ijzersterk door zich niet gek te laten maken door een snelle starter naast hem, maar hield zich keihard aan de afspraken van zijn coach. Dat was knap.''

Wetende hoe kwetsbaar veel sporters zijn, zou het voor de hand hebben gelegen dat NOC*NSF een sportpsycholoog had meegenomen naar Athene, vooral omdat met de `Reis van de Held' de noodzaak van geestelijke begeleiding werd onderkend. Het was Heckmans idee in Athene een house of performance in te richten, waar sporters voor hun mentale noden terecht hadden gekund. De sportkoepel verwierp dat voorstel. Heckman: ,,NOC*NSF huldigt het standpunt dat eenmaal op de Spelen het werk gedaan moet zijn. Ik zou het professioneler hebben gevonden als op locatie aan mentale begeleiding zou zijn gedaan.''

Alberda weigert commentaar te geven op de mentale zwakte van sporters in relatie tot de `Reis van de Held'. De technisch directeur: ,,Pas na de evaluaties kunnen we vaststellen of werkelijkheid en verwachting overeen zijn gekomen. Er kunnen wel tachtig factoren van invloed op een prestatie zijn geweest, dat weten we nu niet. De conclusie dat een aantal sporters er op de Olympische Spelen mentaal aan onderdoor is gegaan zou best de juiste kunnen zijn, maar niet op dit moment.''