LPF-fractie bedreigd door perikelen eigen partij

Voor de LPF-fractie is de partij een gevaarlijk moeras. Het gevecht met het bestuur is voorlopig verloren. Intimidatie, provocatie en geldnood lijken te sterk.

Het leek gisteren even een herhaling van het chaotische `LPF-jaar' 2002. Voor de deur bij de Tweede Kamer stond een in Den Haag niet eerder gesignaleerde partijvoorzitter die met dramatische woorden probeerde met de LPF-fractie in contact te komen. Maar de fractie wilde niets weten van voorzitter Jan Belder – voormalig provinciaal LPF-bestuurder. De deur bleef dicht. Fractielid Nawijn verklaarde zelfs afstand te nemen van het bestuur, waar hij zelf als gedelegeerde deel van uitmaakt. De fractie als geheel nam, na een interventie van fractieleider Mat Herben, alleen afstand van de ,,perikelen''.

Maar de perikelen lijken geen afstand te nemen van de LPF. Integendeel, de al twee jaar af en toe opflakkerende bestuursproblemen bij de LPF lijken in een nieuwe, ernstiger fase te zijn gekomen. Gisteren werd bekend dat een deel van de financiële administratie door een afgetreden bestuurslid is ingeleverd bij de politie. Nu bekijkt het openbaar ministerie in Rotterdam of de feiten aanleiding geven tot strafrechtelijk onderzoek. De LPF-fractie overwoog rond het middaguur nog uit de partij te stappen en een nieuwe vereniging op te richten.

Dat de crisis hoog oploopt, wordt geïllustreerd door de op 22 augustus gedateerde `overdracht bestuurstaken en verantwoordelijkheden' van oud-partijvoorzitter Henrick Fabius, gericht aan zijn voorlopige opvolger Jan Belder en in het bezit van deze krant. Onder de aanhef `Beste Jan' volgt een opsomming van klachten over intimidatie, provocaties en een gebrek aan veiligheid op het partijkantoor in Rotterdam. Eerder deze maand, op 9 en 10 augustus, escaleert de zaak, schrijft Fabius. Hem en zijn medebestuurders wordt ,,het fysiek functioneren op het hoofdkantoor onmogelijk gemaakt''. Twee keer wordt het alarmnummer 112 gebeld, voor assistentie van de politie. Het bestuur voelt zich gedwongen sinds zijn aantreden in juni ,,elke avond met ons archief onder de arm naar huis'' te gaan, ,,omdat wij daar niet de spullen veilig konden laten liggen.'' De sloten konden volgen Fabius niet worden vernieuwd, het archief is ,,voor de helft verdwenen.'' Na ,,de grove provocaties en intimidaties''van 9 en 10 augustus besluiten Fabius en zijn medestander niet meer op het partijkantoor te komen.

Tegen wie de klachten zijn gericht, vermeldt de overdracht niet. Wel klaagt Fabius over het taalgebruik van ex-bestuurder Ruud Both, die de nieuwe bestuurders op zijn site volgens Fabius uitmaakt voor ,,de drie van Breda''. Both zit inmiddels als enige nog op het partijkantoor, en noemt zich nu `partijdirecteur'. Ook de LPF-fractieleden klaagden vanmorgen over Both, die al sinds 2002 betrokken is bij het LPF-partijkantoor en diverse besturen. De klachten zijn er al sinds 2002. Both werkte samen met geldschieter en partijvoorzitter Maas. Deze is nu met Belder betrokken bij het begeleiden van het proces van surseance van betaling, om een oplossing te vinden voor de schulden van de LPF.

Dat alles staat haaks op de wensen van de fractie. Al sinds eind vorig jaar eiste de fractie maand na maand vergeefs een algemene ledenvergadering om afscheid te nemen van het bestuur met Both. Na maanden uitstel kwam de ledenvergadering er in juni. Het nieuwe bestuur, met als voorzitter Fabius, was voorgedragen door de fractie. Fractielid Nawijn werd als gedelegeerd lid toegevoegd om toe te zien op de financiële sanering. Onder meer de strijd met geldschieters die hun geld terugeisen speelt de partij parten.

Bij zijn aantreden op 19 juni trof Fabius een schuld aan 140.000 euro, schrijft hij in zijn overdracht, plus uitstaande rekeningen voor in totaal 120.000 euro. Inmmiddels is de schuldpositie opgelopen tot 310.000 euro. De fractie steunde het besluit van Fabius en het bestuur begin deze maand om faillissement aan te vragen. Vorige week weigerde de rechter dat, omdat de leden niet geraadpleegd waren.

Het onderzoek van het openbaar ministerie van Rotterdam richt zich eerst op financiële bescheiden uit de administratie van LFP, met de vraag of er strafrechtelijk onderzoek moet worden ingesteld. Daarna wordt onderzocht of individuele personen zich schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten. Een woordvoerster van het openbaar ministerie wil niet vooruit lopen op de vraag of fractieleden van de LPF of bestuursleden al in een eerder stadium aangifte hadden moeten doen van strafbare feiten die hen ter ore zijn gekomen.

Het accountantskantoor Deloitte & Touche heeft over de jaarrekening 2003 een goedkeurende verklaring afgegeven, maar volgens een woordvoerder is dat geen garantie dat er inderdaad geen fraude is gepleegd. Eventuele fraude die buiten de boeken om heeft plaatsgevonden, wordt in dergelijk onderzoek niet blootgelegd. Hetzelfde geldt als er sprake is geweest van moedwillige misleiding. Deloitte & Touche heeft overigens weliswaar een goedkeurende verklaring afgegeven over zowel de jaarrekening 2003 en die van 2002, maar daar ook een aantal voorbehouden bij gemaakt.

Dat kan weer leiden tot nieuwe schulden. Op dit moment ligt het jaarverslag over 2003 met de jaarrekening bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Die moet het verslag controleren met het oog op het vaststellen van de subsidie voor de politieke partij over 2003. Nu is 80 procent, zo'n 550.000 euro, toegekend als voorschot. Als de administratie niet klopt of het geld niet juist is besteed, moet de LPF dat terugbetalen. De fractie van de LPF, die maatgevend is voor het recht op subsidie, kan wel zelf een andere organisatie als haar politieke partij aanwijzen, vanaf volgend jaar.

Als de LPF-fractie zich losmaakt van het partijbestuur en een nieuwe politieke partij in het leven roept, komt die partij niet meer in aanmerking voor subsidie van Binnenlandse Zaken. Alleen politieke partijen die aan verkiezingen hebben deelgenomen, komen in aanmerking voor subsidie, zo is in de wet opgenomen. Alleen als een of meer individuele fractieleden zich afsplitsen, is het mogelijk om voor subsidie in aanmerking te komen.