`Kunstdieven zijn geen specialisten'

Zondagochtend werd in Oslo het wereldberoemde schilderij De Schreeuw van Edvard Munch geroofd. Wat gebeurt er met gestolen kunst?

Zie Ocean's Eleven, zie talrijke Hollywood-films. Een ingenieuze kraak zetten is een mooie uitdaging. Je kunt je opstellen als gesoigneerde gentleman, als een Danny Ocean. Maar dan? Wat als je niet een bank of casino berooft, maar een beroemd kunstwerk steelt?

Criminelen denken voor een inbraak of overval niet na over wat ze met gestolen kunst gaan doen. Slagen ze in hun opzet dan hebben ze eigenlijk geen idee wat ze met de buit aanmoeten. Dat blijkt uit recent Engels onderzoek, aldus beveiligingsexpert Ton Cremers, voormalig hoofd beveiliging van het Rijksmuseum. ,,Kunstdieven zijn geen specialisten'', zo bleek ook. Cremers: ,,Het zijn dezelfde criminelen als de mannen die handelen in drugs of auto's stelen. Zo'n 97 procent van de gestolen kunst blijft binnen het criminele circuit. De voorwerpen gaan van hand tot hand en dienen als onderpand voor andere transacties of om schulden mee af te betalen.''

De opvatting van Cremers wordt gedeeld door Charles Hill, een voormalig rechercheur van Scotland Yard, die meehielp bij het terugkrijgen van de vorige gestolen versie van De Schreeuw van Munch, in 1994. ,,Er is geen markt voor topwerken'', zei hij gisteren op de Noorse radio. Rijke excentriekelingen die in opdracht kunst laten stelen, bestaan volgens Hill niet. ,,Er is geen Dr. No of een Mr. Big in de Venezuelaanse jungle. Deze gasten stelen dingen als trofeeën en weten dan niet wat ze ermee aanmoeten.'' Ton Cremers: ,,Pablo Escobar, de drugsdealer, had een gestolen Picasso hangen, wat achteraf een vervalsing bleek. Ook dictator Idi Amin had wat gestolen kunst, maar verder zijn er nooit bewijzen gevonden voor roof op bestelling. Het is kletskoek.'' Algemeen is de verwachting dat de dieven van De Schreeuw van zondag uit zijn op losgeld. Zo ging het ook in 1994 met die andere De Schreeuw.

Het Art Loss Register in Londen, de grootste database van wereldwijd gestolen kunst en antiek, schat dat er de afgelopen honderd jaar voor 4,5 miljard euro aan gestolen kunst in handen is gekomen van criminelen. Volgens Interpol komt het stelen van kunst in omvang op de vierde plaats van criminele activiteiten, na drugshandel, geldvervalsing en wapensmokel. De Nederlandse politie geeft gestolen kunst geen bijzondere aandacht, aldus een woordvoerder. De politieregio's handelen naar eigen inzicht en behandelen kunstroven als andere diefstallen.

Gestolen kunst is vanwege de herkenbaarheid een gevaar voor de bezitter. Wordt een crimineel in het nauw gedreven door de politie, dan is er alle aanleiding bewijsmateriaal te laten verdwijnen, aldus Ton Cremers. Van de gestolen schilderijen komt gemiddeld vijftig procent weer boven water. Dat moment komt na gemiddeld zeven jaar. Van de overige soorten kunst wordt 5 tot 10 procent teruggevonden, voor gestolen boeken is er nog minder hoop: 2 tot 5 procent keert terug. Wordt kunst bij de roof beschadigd, dan neemt de kans dat het stuk terugkomt fors af.

De man achter de diefstal van een andere versie van De Schreeuw in 1994 heeft overigens tegen een Noorse krant ontkend betrokken te zijn bij de overval zondag. Paal Enger, inmiddels weer uit de gevangenis: ,,Wapens zijn niet mijn stijl. Ik heb altijd de methode van de gentleman gekozen.''