Hete vechtmachine denkt mee

Joel, het springpaard van Gert Jan Bruggink, vormt een twee-eenheid met zijn berijder. Paard en ruiter kennen elkaar al dertien jaar. Bruggink: ,,We zijn aan elkaar gewaagd geraakt.''

Als Joel zelf zijn levensverhaal zou kunnen vertellen, was het gemakkelijk geweest hem te portretteren. Met zijn grote bruine ogen kijkt hij je aan en regelmatig spitst hij de oren. Meer dan een zacht gehinnik komt er niet uit. Een portret van een paard dat met zijn dertien jaar nog steeds een kwajongen is.

Joel galoppeert door de rijbaan en bokt dat het een lieve lust is. Terwijl alle andere paarden in een rustig drafje of lome stap door het zand gaan, blijft Joel rondbanjeren als een macho. Het is net alsof hij de andere paarden wil laten zien hoe topfit hij wel niet is. Zijn berijder Gert Jan Bruggink (23) heeft ook plezier in het gedrag van zijn paard en hij blijft in het zadel omdat hij alle gekkigheid van zijn kameraad kent. Ze zijn een twee-eenheid vanaf het eerste levensuur.

De kleine Gert Jan ging met zijn tien jaar op de tractor naar het weiland waar een aanstaande moeder liep te grazen. Het was een week voor de merrie was uitgeteld en zij zou naar huis gehaald worden om daar te bevallen. ,,Ik kwam in de wei en zag een klein zwart hoopje liggen. Ik rende er naar toe, klapte in de handen en ineens kwam dat veulen omhoog en galoppeerde door de wei'', vertelt Bruggink, met een lach in de ogen.

Hij rende terug naar huis (de tractor ging hem te langzaam) en trof zijn vader achter de koffie. Bruggink: ,,Ik zei: `Er is een veulen geboren, kom mee.' Mijn vader keek me aan en vroeg: `Leeft het?' Waarop ik uitriep: `Het galoppeert al door de wei.' `Dan kan ik nog wel een kopje koffie drinken', antwoordde mijn vader.''

Dat veulen zou later Joel worden. Gefokt door vader Bruggink en opgeleid door zoon Gert Jan, die er nu mee in Athene aan de start komt van de olympische springwedstrijden. In die dertien jaar hebben Joel en Gert Jan elkaar goed leren kennen en groeide er een hechte band tussen paard en ruiter.

In het olympische stallencomplex staan alle luiken open. Geen paardenhoofd te zien. Op vijftig meter afstand laat Bruggink een schril fluitje horen en ineens steekt Joel zijn hoofd naar buiten en beantwoordt dat met een heel zacht hinnikend geluid.

De jonge Joel is 's winters opgegroeid in de stallen van de Brugginks in het Twentse Weerselo en 's zomers liep hij in een kudde op de kwelders van de Waddenzee in Noord-Groningen. Daar waar het altijd waait, alle ruimte is en geen afrasteringen voorkomen waaraan jonge paarden zich kunnen beschadigen. Zo bracht hij de eerste drie jaren van zijn leven door. Maar in de kudde was hij de baas. Joel was de leider en dat is een karaktereigenschap die hem tekent. ,,Ik ben de enige die Joel heeft bereden. Samen hebben we fouten gemaakt en samen hebben we daarvan geleerd. Ik ben met hem op kleine streekwedstrijden in de buurt begonnen en omdat we samen snel leerden, zaten we ook al snel in de jeugd equipes waarin we op EK's met gouden medailles behoorlijk succesvol waren'', vertelt Bruggink. Het duo sprong steeds hogere hindernissen en nu zijn ze samen bij de Olympische Spelen van Athene.

,,We zijn in de loop der jaren aan elkaar gewaagd geraakt. We kennen elkaar door en door. Joel weet exact hoever hij kan gaan en wanneer hij moet luisteren'', vertelt Bruggink. Als je het karakter van Joel moet schetsen dan is het een eigenzinnig beest, dat precies weet wat hij wil. Joel is wel een heel lief, aanhankelijk paard, dat niets prettiger vindt dan vertroeteld te worden. Angst kent hij niet. Hoe hoger de hindernissen, hoe liever hij ze springt. Maar Joel weet ook dat zijn berijder nooit iets zal vragen wat niet kan, dus als Bruggink in een hele schuine lijn naar een hindernis toe komt rijden, is Joel er van overtuigd dat zijn ruiter denkt dat hij het kan, en dan wordt alles uit de kast gehaald om aan de overkant te komen.

In het lichaam van Joel schuilen twee geesten. De ene is lief en aanhankelijk op stal en in de wei, de andere wordt wakker wanneer het zadel erop wordt gelegd. Dan gaat de adrenaline stromen, dan komen de oerinstincten boven. Dan wordt Joel een hete vechtmachine, die liever het hout van de hindernissen opvreet dan ze uit de ondersteuning te gooien. Daarbij lijkt Joel zijn eigen weg te vinden alsof hij de bordjes die de nummering van de volgorde van te springen hindernissen aangeven kan lezen.

Bruggink: ,,Maar eigenlijk is Joel gewoon perfect te regelen. Hij is zeer beweeglijk met het hoofd en daardoor wordt de indruk van hectiek gewekt, maar dat is schijn. Hij luistert perfect, maar omdat Joel zo meedenkt kan hij ineens een half galopsprongetje bijmaken. Niet omdat ik dat wil, maar omdat hij zelf denkt dat het net even beter is.''

Bruggink heeft die `wildebrasserigheid' willen beteugelen. Zo heeft hij Joel eens opgetuigd met een hackemore, een hoofdstel waarbij het paard op de inwerking van het neusbeen wordt gestuurd in plaats van met een `trens' in de mond. Dat heeft Bruggink geweten. Alle hoeken van de binnenmanege heeft hij gezien en meerdere keren werd hij zandruiter. Dat pikte Joel dus duidelijk niet. Nu rijdt de Twent zijn paard weer op een eenvoudig trensje, waar hij ook steeds mee rijdt.

De onstuimigheid van Joel wordt door Bruggink volledig geaccepteerd, want het levert resultaat op. In Rotterdam wonnen ze de Grote Prijs en ook in Aken wonnen ze een belangrijke rubriek. ,,Dat machogedrag vind ik wel mooi. Als we een ereronde moeten rijden, weet hij dat ik de sponsoren en bestuur tijdens het voorbijrijden groet met het afnemen van de cap, want zo hoort het. Dan weet hij ook dat ik maar één hand ter beschikking heb om hem te controleren en dat is dan altijd het moment waarvan hij profiteert om er tussenuit te gaan, en als het kan zo hard mogelijk.''