`Foute jodin moet weg'

Rechts Israël en de geheime dienst Shin Beth beschouwen haar als een ,,terroristenliefje'' en een ,,collaborateur'' die explosieven vervoerde. Tali Fahima, een 28-jarige secretaresse uit Tel Aviv, dochter van Marokkaanse joden, is volgens haar vrienden en advocaten een doorsnee Israëlische, die zich na lang nadenken aansloot bij de Israëlische vredesbeweging om in Jenin Palestijnse vluchtelingen te helpen.

Een zekere naïviteit moet een rol hebben gespeeld, want in het vluchtelingenkamp van Jenin sloot de jonge Israëlische vriendschap met Zacharia Zubeidah, de 28-jarige commandant van de Aqsabrigades, op wie undercovereenheden van het leger en de grenspolitie op dit moment jacht maken. Zubeidah is op de Westelijke Jordaanoever een van de meest gezochte Palestijnen. Deze ongebruikelijke vriendschap heeft Tali Fahima in grote moeilijkheden gebracht, want sinds haar aanhouding op 9 augustus wordt zij verhoord in een detentiecentrum van de Shin Beth.

Een rechtbank in een voorstad van Tel Aviv heeft gisteren haar gevangenhouding opnieuw verlengd. Tijdens die besloten zitting werd duidelijk dat zij ervan verdacht wordt geholpen te hebben bij een gedeeltelijk mislukte zelfmoordaanslag bij Jeruzalem, waarbij drie politiemannen gewond raakten.

Feit is dat zij in Zubeidah, die geen geheim maakt van zijn ,,grote betrokkenheid bij terroristische activiteiten'' (The Washington Post) geen terrorist ziet, maar ,,een vrijheidsstrijder''. ,,Ik zal hem nooit verraden. Zij, de Palestijnen, leven onder een bezetting'', riep Tali Fahima voor het oog van Israëlische tv-camera's. Het betitelen van Palestijnen als vrijheidsstrijders is taboe in Israël.

Volgens haar advocaten wordt zij vervolgd wegens haar politieke opstelling en niet voor specifieke misdrijven en terroristische acties, of het moet reizen naar Jenin zijn, wat voor gewone Israëliërs verboden gebied is. In een televisieuitzending, eerder dit jaar, vertelde Tali Fahima, dat zij altijd op de Likud heeft gestemd, de partij van premier Sharon, maar dat zij op een gegeven moment meer wilde weten over de motieven om zelfmoordaanslagen te plegen. ,,Er moest een reden voor zijn. Ik kon die informatie niet vinden in de Israëlische media en ben zelf op onderzoek uitgegaan, want geen man of vrouw staat 's ochtends op en zegt: ik ga een aanslag plegen.'' Per taxi reisde zij een aantal keer van Tel Aviv naar Jenin, en besloot in mei van dit jaar in het vluchtenlingenkamp een computercentrum voor jongeren op te richten. Zij had toen al contact gezocht met de vloeiend Hebreeuws sprekende Zubeidah en was met hem en zijn vrouw en kinderen bevriend geraakt. ,,Zacharia vertelde mij het verhaal van Palestijnse kant'', zei zij in mei.

Het advocatenkantoor waar zij werkte heeft haar inmiddels ontslagen, voor haar arrestatie werd zij op straat bespuugd en de rechtse media, waaronder het radiostation Arutz Sheva, zien in haar de belichaming van domme, linkse Israëliërs, een ,,postergirl'' van links. Als zij vrij komt – en dat is toch de verwachting volgens de meeste juridische commentatoren – doet ,,deze zichzelf hatende jodin er verstandig aan te emigireren'', adviseerde Arutz Sheva.