Eredivisie voor bètascholieren

Op het vandaag geopende Junior College Utrecht krijgen middelbare scholieren les in bètavakken op academisch niveau. ,,Op school is natuurkunde saai, hopelijk is het hier levendiger.''

Geen droge stof per vak. Geen biologie, natuurkunde of scheikunde uit boeken maar thematische blokken over DNA, nanotechnologie of astrofysica. Veel proeven doen in het laboratorium. Praten met mensen uit het bedrijfsleven over wat je allemaal kunt doen met een bètaopleiding.

Zo ziet het onderwijs er uit op het vandaag door staatssecretaris Rutte (Onderwijs, VVD) geopende Junior College Utrecht. De nieuwe instelling biedt een tweejarig onderwijsprogramma voor 25 leerlingen uit 5 VWO met affiniteit voor bètavakken. De scholieren krijgen twee dagen per week les in de bètavakken op de campus van het aan de universiteit van Utrecht gelieerde University College. Hier maken zij ook hun schoolexamens. Het eindexamen vindt plaats op hun eigen school, waar ze ook de overige schoolvakken volgen. Junior College Utrecht is een initiatief van de Universiteit Utrecht en twaalf partnerscholen uit de regio Utrecht. Het onderwijs wordt verzorgd door zowel universitair docenten als docenten van de deelnemende scholen.

Quirine van 't Eind (16) van het Stedelijk Gymnasium Johan van Oldenbarneveldt in Amersfoort vindt het heel bijzonder dat ze mee mag doen aan het JCU. ,,Ik vind bètavakken heel erg leuk maar op school is het heel saai. We krijgen haast geen practicum en moeten vooral uit boeken leren. Ik hoop dat dat op het JCU niet zo zal zijn, dat de lessen daar levendiger zijn.'' Quirine hoopt er de komende twee jaar achter te komen wat ze na haar eindexamen wil gaan studeren. Nu twijfelt ze nog tussen een bètastudie of psychologie.

Het verschil tussen de lessen op het JCU en op school is niet alleen de thematische in plaats van vakgebonden benadering. Het gaat er om de leerlingen zo snel mogelijk de kennis bij te brengen die ze voor het eindexamen nodig hebben om daarna op universitair niveau cursussen te gaan volgen, aldus initiatiefnemer Hans van Himbergen, tevens dean van University College Utrecht. Zo kunnen leerlingen zich beter oriënteren op een universitaire vervolgstudie en scholen en universiteiten kunnen samen de belangstelling voor bètavakken, een van de prioriteiten van de Nederlandse overheid, stimuleren.

Trekt het JCU niet alleen leerlingen aan die al veel belangstelling voor bètavakken hebben? En zijn het juist niet de andere scholieren die overtuigd moeten worden van het bètaplezier? Nee, zegt Frans Teeuw, docent scheikunde aan het Koningin Wilhelmina College in Utrecht en aanstaand docent van JCU. ,,Er zal sprake zijn van een wederzijdse bevruchting. Scholieren die uitgenodigd zijn voor het JCU kunnen op de scholen presentaties geven over de projecten die ze hier hebben gemaakt. Op het JCU zullen producten worden ontwikkeld die door de scholen kunnen worden overgenomen.'' Teeuw spreekt over een soort eredivisie van bètascholieren die een positieve uitstraling zal hebben op de amateurs van de scholen.

Elke deelnemende school mocht vier leerlingen voordragen. Uit de in totaal 48 aangemelde scholieren zijn er 25 door middel van een motivatiebrief en sollicitatiegesprek gekozen. In de eerste lichting gaat het om dertien jongens en twaalf meisjes. Er was veel meer belangstelling voor het project. Ruim 500 scholen hadden interesse. Maar omdat het om een proef gaat konden niet meer dan twaalf scholen meedoen. Van Himbergen hoopt dat andere universiteiten het idee overnemen en dat er zo ,,een soort landelijk dekkend stelsel ontstaat waarin een intensieve samenwerking ontstaat tussen het voortgezet en het wetenschappelijk onderwijs.''

Is het JCU niet alleen voor nerds? ,,Ach natuurlijk zijn er mensen die studiebol tegen me roepen maar de meesten vinden het heel knap dat ik naar het JCU ga,'' vertelt Quirine. Bang om alleen maar met school bezig te zijn is ze niet. ,,Ik hockey drie keer per week, heb pianoles en wil ook nog gewoon mijn vriendinnen blijven zien.''