Een roeitocht van 6.350 km

In een roeiboot in twee maanden de Atlantische oceaan oversteken. Zo willen vier Rotterdamse jongens in de recordboeken komen.

Vier jongens uit Rotterdam gaan de oceaan oversteken van New York naar Groot-Brittannië. In een roeiboot. En ze willen er minder dan 55 dagen over doen, want dat is het record dat al sinds 1896 staat voor deze tocht. Wat een idee: 6.350 kilometer in een elf meter lange roeiboot, metershoge golven, mist, storm en honderden verdwaalde containers die net onder het wateroppervlak dobberen. Volgend jaar juni is de start, gisteren werd de roeiboot, de Vopak Victory, gedoopt in de Veerhaven van Rotterdam.

Het is het verhaal van een paar ambitieuze Rotterdamse studenten op zoek naar een avontuur, nu bijna drie jaar geleden. Avontuur begint tegenwoordig op het internet, en na wat rondzoeken vonden Maarten Staarink en Jaap Koomen op het web een organisatie die een roeiwedstrijd van Tenerife naar Barbados organiseerde. Het idee van de ontberingen van wekenlang roeien op open zee, met niemand behalve elkaar, trok de jongens aan. ,,Ik wilde zien hoe ik daaronder zou zijn'', zei Jaap Koomen, die nog nooit eerder had geroeid. ,,Ook omdat alles in mijn leven tot nu toe eigenlijk probleemloos is verlopen.''

Twee vrienden van Koomen en Staarink roeiden wel. De twee, Gijs Groeneveld en Robert Hoeve, trainden voor een Nederlandse roeiwedstrijd van 100 kilometer, de Ringvaart-regatta, en wilden wel mee de oceaan over. De tocht naar Barbados was alleen voor tweemansboten, maar er bleek ook een tocht te zijn voor viermansboten langs de veel koudere en gevaarlijke noordelijke route tussen New York en Europa.

Ze moesten er lang over nadenken. ,,Maar op een herfstavond tweeënhalf jaar geleden hebben we elkaar het ja-woord gegeven'', vertelde Koomen gisteren glunderend. Het was geen ijdele belofte. De vier zeiden `ja' tegen bijna vier jaar trainen, sponsors zoeken voor het totale bedrag van bijna twee ton, het bouwen van een boot, en natuurlijk zes weken op zee in een van de zwaarste roeitochten ter wereld. De Ocean Fours, zoals ze zich noemen, was een feit.

De voorgangers van deze ploeg waren twee Noors-Amerikaanse oestervissers, die hadden gereageerd op een oproep van The New York Times. De Amerikaanse krant loofde in 1896 als publiciteitsstunt 10.000 dollar uit aan degene die het eerst van New York naar Engeland zou roeien. John Samuelson en George Harbo, die buiten het seizoen niet veel te doen hadden, roeiden in een speciaal gebouwde houten boot in vijfenvijftig dagen naar de Scilly Isles, de kleine eilandengroep aan het zuidwestelijke puntje van Engeland. Niemand is erin geslaagd de prestatie van Samuelson en Harbo te evenaren. Sinds 1896 hebben twaalf schepen het geprobeerd. Zes haalden de overkant, de rest moest opgeven of is op zee vergaan.

De Nederlandse roeiers lieten hun eigen boot ontwerpen. Dat werd de Vopak Victory die gisteren in de Veerhaven in Rotterdam werd gedoopt door Mariëtte Opstelten – inderdaad, de vrouw van de burgemeester. De carbon boot ziet er meer uit als een bizar zeiljacht zonder mast dan als een roeiboot. Voor en achter zit een ruim voor proviand en apparatuur. Er is geen volgboot, dus al het eten moet mee. In gevriesdroogde vorm: 15 gram droogvoer verandert in een dampend bord nasi na toevoeging van kokend water.

In de ruimen kunnen ook de twee jongens slapen die niet aan het roeien zijn. Het roeien gaat in ploegen van twee, in periodes van twee uur: twee uur roeien, twee uur slapen. Maar als het weer erg slecht wordt, kruipt iedereen weg: drie achter, één voor. Dan liggen de roeiers vastgesnoerd. Bij hoge golven rolt het schip niet alleen om zijn as, maar kan het ook in de lengterichting over de kop gaan.

Maar de golven zijn niet het gevaarlijkst. Dat is het land, en de drijvende containers, waarop de boot kan lekvaren. Als dat gebeurt moeten het opblaasbare reddingsvlot en een satelliet-waarschuwingssysteem uitkomst bieden. De boot zal beschikken over alle moderne communicatiemiddelen, zoals een stateliettelefoon, marifoon, een systeem voor het versturen van e-mails en foto's, en GPS voor navigatie. Geen batterijen: de boot wordt bekleed met zonnecellen.

Maar de voortdrijving zal van de roeiers zelf moeten komen. Ze trainen nu al vier keer per week: twee keer zelf ongeveer anderhalf uur op de roeimachine, twee keer samen op het water. En soms op het IJsselmeer om te wennen aan de golfslag.