De Schreeuw is weg

Waar is het museum van gestolen kunst? Dat is telkens de vraag na de diefstal van grote meesterwerken zoals de twee schilderijen van Edvard Munch in Oslo. Ze zijn zo bekend dat ze praktisch onverkoopbaar zijn. Dus moet er wel een maniakale verzamelaar achter zitten. Zoals Dr. No in de gelijknamige James Bond-film, wiens geheime basis op de Caraïben werd opgesierd door Goya's portret van de Hertog van Wellington uit de National Gallery in Londen. Kapitein Nemo van Jules Verne had zijn onderzeeboot trouwens al volgestouwd met ontvreemde kunst.

Buiten het rijk van de fictie zijn de aanwijzingen voor de `Crooked Connaisseur', zoals The Washington Post het eens noemde, minder duidelijk voorhanden. Er zal zeker wel eens op bestelling worden gestolen, de zogeheten `designer diefstal', maar politiespecialisten uit verschillende landen hebben zich altijd sceptisch getoond. Zij noemen de werkelijke grote kunstroof veeleer een kwestie van naïviteit. Wellicht speelt hier ook de schier magische aantrekkingskracht die grote kunstwerken uitoefenen, zoals ook een probleem is bij kunstvandalisme.

Criminalistisch gezien zit het werkelijke geld in het lagere segment van het kunstbezit, dat veel makkelijker af te zetten valt. De stijging van de kunstprijzen maakt dat steeds meer objecten voor diefstal in aanmerking komen, noteerde de Amerikaanse criminoloog John E.Conklin. Een probleem is volgens hem wel dat er bar weinig bekend is over de achtergronden van kunstdiefstal, al was het alleen omdat zo weinig dieven worden gegrepen. Wel zijn er aanwijzingen dat de dieven doorgaans beter zijn in de inbraak zelf dan in het tweede deel van de operatie, het te gelde maken van de gestolen waar.

Losgeld is, zeker bij grote stukken, een veelgenoemd motief. Maar losgeld betekent onderhandelen en dus gevaar voor ontdekking. De echte topstukken zijn bovendien onverzekerbaar en dat drukt al gauw de vraagprijs. Toch gebeurt het. De BBC meldde gisteren dat de Tate Gallery een som heeft neergeteld voor twee gestolen Turners. In hetzelfde programma vertelde een beweerde insider dat een deal ophanden is over een wereldberoemde, in Boston gestolen, Vermeer. Dat is wel veertien jaar na de roof. En over de andere geroofde topstukken, waaronder een Rembrandt en een Degas, zei de man niets.

De Hertog van Wellington werd in 1961, nadat hij net was aangekocht voor de Britse natie, werkelijk ontvreemd uit de National Gallery, doch later opgespoord. De dader zei te hebben gehandeld uit een sociaal protest tegen een verhoging van het kijk- en luistergeld voor AOW'ers. Tegenwoordig is ook sprake van roofkunst als onderpand bij drugs- en wapentransacties in het crimineel milieu. Maar de onverhandelbaarheid van de echte topstukken is ook daarbij een belemmering.

De wirwar aan mogelijke motieven is niet alleen lastig voor de opsporing, maar ook voor de beveiliging. Deze is een product van conflicterende belangen. Met ontzettting wordt gemeld dat de Munchs aan een draad hingen. Maar schilderijen moeten bij brand of blikseminslag snel te redden zijn. Het grootste belangenconflict is dat tussen veiligheid en de toegankelijkheid die de bestaansreden is van openbare collecties. Oslo levert wat dit betreft een weinig bruikbaar voorbeeld. Een gewapende kunstoverval op klaarlichte dag kent wel precedenten, maar blijft een grote uitzondering.

Nederland heeft overigens weinig reden tot zelfgenoegzaamheid, noteerde het Justitie Magazine aan de hand van FBI-cijfers: het staat prominent in de top-20 van geruchtmakende kunstroven. Het jaar 2002 leverde een dieptepunt met diefstallen uit het Frans Hals Museum, het Museon en het Van Goghmuseum. ,,Afschuwelijke momenten'', zei staatssecretaris Van der Laan (Cultuur, D66): ,,maar het heeft ons wel met de neus op de feiten gedrukt.'' De bewindsvrouw sprak eind vorig jaar op een congres getiteld Glamour for Security & Safety. Daarmee wilde de museumwereld laten zien dat zij zich de lessen van het rampjaar 2002 inderdaad aantrekt. Zo wordt gewerkt aan een centrale incidentenregistratie. Dat is overigens een gat dat de overheid heeft laten vallen door opheffing van de Kunst- en Antiekcentrale van de politie. ,,De Nederlandse politie behandelt kunstdiefstal doorgaans als overige diefstallen uit een woning'', liet Van der Laan in december weten, in antwoord op Kamervragen. Dat was na 2002 al onbegrijpelijk. Na Oslo mag er zeker een schepje bij.