De rechten van kinderen worden niet beschermd

In de kinderbescherming en de jeugdzorg zijn ouders heilig, wordt slecht samengewerkt en ontbreekt een goede regie, vindt Huub van 't Hek. Heel veel kinderen zijn het slachtoffer.

Ons pleegkind is karakterologisch een combinatie van Murat en Dutroux. Zo is hij niet geboren, zo is hij wel gemaakt. Dertien jaar oud, zmok school, behorend tot de diepst beschadigde kinderen in Nederland. Psychisch, fysiek en seksueel misbruikt door beide ouders. Pas na zes jaar uit huis gehaald. Het misbruik door moeder wordt niet gemeld en vader ontkomt door uiterst knullig onderzoek. Er moet wel een omgangsregeling komen én met de moeder én met de vader. Omdat hulpverleners denken dat dit in de wet staat. De kinderrechter volgt het voorstel van de Gezinsvoogdij-instellingen (GVI). Het misbruik gaat tijdens de uitvoering van de omgangsregeling gewoon door. Ondertussen woont hij met buitengewoon veel succes drie jaar in de beschermde omgeving van een therapeutisch tehuis. De begeleiding daar kan de omgangsregeling stopzetten. Het therapeutisch tehuis had hem graag nog drie jaar willen houden, maar de (overheids)regels verbieden dat. Daardoor verliest hij definitief het vertrouwen in elke volwassene. Hij krijgt de labels `licht verstandelijk gehandicapt' en adhd. De gezinsvoogd heeft die labels nodig om plaatsing te vergemakkelijken. De GVI leurt met het kind langs 15 adressen in tweeënhalf jaar tijd. In die tweeënhalf jaar is hij geen dag naar school geweest. Ook dat kan in Nederland. Uiteindelijk wordt hij teruggeplaatst bij zijn moeder. Komt na vijf maanden bij toeval in ons huis als crisisplaatsing. Onze aanpak en de ondersteuning van de community support lost in één jaar tijd 75 procent van de problemen op. Voor de overige 25 procent hebben wij nog tien jaar nodig inclusief de community support van de 13 volwassenen die ons zo belangeloos en gewetensvol ondersteunen. Sinds vorige week is er een begin gemaakt met uitgebreid diagnostisch onderzoek bij Forensische Jeugd Psychiatrie in Assen. Hoewel wij met elkaar met groot succes het vuilste werk voor de Nederlandse samenleving opknappen, weet de Raad voor de Kinderbescherming fijntjes op te merken dat wij geen goedgekeurd pleeggezin zijn.

Het dossier van ons pleegkind staat model voor de aanpak van kinderbescherming en jeugdzorg in Nederland. Een paar belangrijke conclusies:

1. Het belang van de instelling – GVI / Bureau Jeugdzorg / Raad voor de Kinderbescherming gaat te allen tijde boven welk ander belang dan ook. Financiële belangen en interne carrièrebelangen spelen de grootste rol.

2. De instelling laat zich in hoofdzaak leiden door de angst voor claims van foute ouders en soms nog foutere advocaten. Die angst verlamt uiteindelijk de totale organisatie.

3. Rigide omgang met wetten en regels en het absolute verbod op het vertonen van enige creativiteit verlammen alle processen nog verder.

4. De belangen van (ook mishandelende) ouders gaan altijd boven de belangen van het kind, omdat de regel dat het kind door de eigen ouder moet worden opgevoed tot in het absurde wordt doorgetrokken.

De overheid moet erkennen dat de grenzen in het beschermen van de foute belangen zijn bereikt. Het geeft geen pas om, als maskering van het eigen falen, succesvolle initiatieven verdacht te maken. De huidige discussie kan mijns inziens in geen ander licht worden gelezen.

De particuliere initiatieven zijn ontstaan, omdat er gelukkig volwassenen zijn gebleven die daadwerkelijk kinderen willen beschermen; een systeem dat wij vroeger ook hebben gekend, toen de kinderrechter in de keten van de kinderbescherming nog belast was met het gezag. Omdat in de huidige keten een instantie met gezag ontbreekt, staat het alle partners in de keten vrij om maar wat aan te rommelen.

Het is in Nederland niet zo beroerd gesteld met de signalering van problemen inzake de bescherming van kinderen. Maar als het probleem wordt vastgesteld, laten instellingen zich leiden door wetten en regels die het ingrijpen verbieden. Als er desalniettemin wordt ingegrepen, zijn er weer andere wetten en regels die samenwerking verhinderen.

Het gaat in de kinderbescherming en de jeugdzorg dus om de regie. In de bestaande instellingen wordt regie verward met begrippen als de baas zijn en aansturen. Bovendien wil binnen de keten van de kinderbescherming en de jeugdzorg iedereen op elkaars stoel gaan zitten. Denken dat er voor zoveel falend ouderschap altijd hulp in de buurt te vinden is, is een mythe waarin de politiek maar blijft geloven. Het overhevelen van de eindverantwoordelijkheid naar de provinciale overheid heeft tot nu toe nog niet gewerkt. Omdat bij de provinciale overheid qua politieke overtuiging en ambtelijke ondersteuning elke vorm van enig inzicht in de materie ontbreekt.

De prijs die wij met elkaar gaan betalen is hoog en wordt elke dag hoger. Elke dag wordt het perspectief van ruim 600.000 kinderen kleiner, omdat politici uitgaan van de gedachte dat bescherming door de ouders het beste middel is om op de korte termijn de kosten te kunnen beheersen.

Het leven van kinderen kan alleen worden bezien vanuit de opbrengsten op de lange termijn, uitgedrukt in termen als veiligheid en geborgenheid. Dat is wat ieder kind toekomt. Ons pleegkind ook.

Huub van 't Hek is pleegvader en Organisatie- en communicatieadviseur.