Zonder Arafat zal het een chaos worden

Volgens sommigen is democratie het alternatief voor Arafat. Maar een waarschijnlijker uitkomst is een instabiel en ondoelmatig collectief Palestijns leiderschap, meent Barry Rubin.

Yasser Arafat lijkt eens te meer een aanval op zijn heerschappij te hebben afgeslagen. Maar zijn jongste overwinning geeft geen antwoord op de vraag wat er zal gebeuren als hij voorgoed het politieke toneel verlaat.

Toen Arafat in 2003 ernstig ziek was, waren de Palestijnen de paniek nabij. Ahmad Dudin, voormalig Fatah-leider in Hebron, vatte het dilemma als volgt samen: ,,De Palestijnse Autoriteit is altijd een eenmanszaak geweest. Arafat is nooit echt bereid geweest de macht te delen. Dat is het probleem.'' Niet alleen heeft Arafat geen aangewezen opvolger, maar hij heeft ook de vorming van instellingen belet om te zorgen voor een vlotte overgang, om nieuwe leiders te ontwikkelen, om geschillen te beslechten tussen concurrerende kandidaten en stromingen of de macht van een toekomstige dictator te beteugelen.

Maar eens zal Arafat vertrekken. Hij is 74 jaar en niet bepaald gezond. Arafats vermogen om overal ter wereld de Palestijnse zaak te symboliseren is de laatste jaren verzwakt, maar elke opvolger zal nog minder tot de verbeelding spreken.

Wat zal er dan gebeuren als de Palestijnse beweging door zijn dood noodgedwongen een verandering doormaakt? We kunnen die vraag het beste beantwoorden door ons niet te richten op wíe, maar op wát Arafat zal vervangen. In zekere zin ís Arafat de Palestijnse Autoriteit (PA). Zoals een hervormingsgezind Fatah-lid stelt: ,,Het is het narcisme van Arafat. En daar lijden we allemaal onder. Ik ben bang dat het Palestijnse volk daar zelfs na zijn dood nog onder zal lijden.'' Het vertrek van Arafat zal een vacuüm achterlaten dat geen andere instelling of leider zal kunnen opvullen. Arafat heeft immers verscheidene rollen gehad, en in al die rollen is zijn statuur uniek geweest. De Palestijnen hebben in naam weliswaar een collectief leiderschap, maar in werkelijkheid heeft Arafat alle touwtjes in handen. Vrijwel sinds de dag dat hij in 1959 de Palestijnse beweging heeft opgericht, is hij haar enige leider geweest. Medegegadigden als Abu Jihad en Abu Iyad zijn vermoord, en Faisal al-Husseini – de enige grote leider die op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook aanzien verwierf – is jong gestorven. Alleen Arafat heeft de macht om iedereen tot gehoorzaamheid te dwingen, ook al besluit hij die macht vaak niet uit te oefenen.

Volgens sommigen is er een duidelijk alternatief voor Arafat: democratie. Maar een waarschijnlijker uitkomst is een instabiel en ondoelmatig collectief leiderschap, een verdeling van de macht over een aantal rijkjes of een hoge mate van anarchie. In de situatie na Arafat zal het voor een opvolger – of opvolgers – veel moeilijker zijn om discipline en hiërarchie op te leggen aan de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), de PA of El Fatah.

Ook zal het vertrek van Arafat niet de hoop doen herleven op een politieke regeling met Israël. Natuurlijk is de oplossing van Israëlisch-Palestijnse of Arabisch-Israëlische geschillen vaak stukgelopen op de weigering van Arafat om in te stemmen met essentiële compromissen inzake kwesties als de legitimiteit van Israël en de grenzen van Palestina. Gezien Arafats statuur en zijn gezag over de beweging had hij de Palestijnse doelstellingen kunnen afzwakken en akkoord kunnen gaan met een staat in niet meer dan een deel van het historische Palestina. Maar die stap heeft hij nooit gezet en de belangrijkste kwesties zijn nog altijd onopgelost.

Het probleem is dat het voor toekomstige Palestijnse leiders, zelfs als ze de kwesties willen oplossen die de vrede met Israël in de weg staan, veel moeilijker zal zijn om dit te doen dan het voor Arafat zou zijn geweest. Onder het lange bewind van Arafat zijn hele generaties Palestijnen geïndoctrineerd met het geloof dat alleen de algehele overwinning aanvaardbaar is. Behalve het dagelijkse beleid heeft Arafat ook nog de hele intellectuele en psycho-politieke stijl van de Palestijnse beweging bepaald, en die is dogmatisch en halsstarrig. Zo is de erfenis van Arafat een politieke cultuur waarin een leider een rampzalige tactiek, strategie of uitkomst kan afschilderen als een overwinning en nog wordt geloofd ook. Er wordt dus nooit een politieke prijs betaald voor de onafgebroken oorlogen die niet te winnen zijn of de eisen die niet zullen worden ingewilligd.

Het meest verwoestende aspect van de erfenis van Arafat zal de aanvaarding van onbeperkt geweld zijn. De hele geschiedenis door hebben tal van bewegingen geweld gebruikt, maar het is maar zelden zo verregaand gerechtvaardigd en geromantiseerd.

Dit probleem zal niet met Arafat verdwijnen. Hoe kan iemand met minder legitimiteit dan Arafat ontkomen aan deze rechtvaardiging van het geweld? Hele groeperingen - Hamas, de islamitische Jihad, de al-Aqsa-martelaarsbrigades van Fatah - en hun leiders danken hun macht aan hun bereidheid Israëliërs te doden, iets wat de hoogste graadmeter van politieke verdienste is geworden. Elke poging van de Palestijnse veiligheidsautoriteiten om deze groeperingen met geweld te betomen zou tot nog veel meer geweld leiden. De weigering van Arafat om ideologisch partij te kiezen heeft een illusie van Palestijnse eenheid weten te scheppen waarbij iedereen één Palestijnse strijd is toegedaan. Deze eensgezindheid heeft hij bereikt door een Palestijnse staat tot doel op zichzelf te reduceren en een politieke eenheid te grondvesten op de mythe van een geïdealiseerde Palestijnse maatschappij van voor 1948, die zou kunnen worden `herschapen' op basis van het `recht op terugkeer' en de verdwijning van Israël.

Deze doelstellingen zullen nooit worden verwezenlijkt, maar ze zijn ook nooit ondergeschikt gemaakt aan de `beëindiging van de bezetting', en ze vormen dan ook het cement van het Palestijnse nationalisme. In de verdeelde situatie van dit moment zal de opkomst van een nieuwe Palestijnse leider vermoedelijk jaren vergen. Tijdens dit interregnum moeten we rekenen op impasse, anarchie of burgeroorlog.

Barry Rubin is verbonden aan het Global Research in International Affairs Center (GLORIA) en de Middle East Review of International Affairs, en mede-auteur van `Yasir Arafat: A Political Biography'. © Project Syndicate.