Passende woorden

Laatst kreeg ik van iemand het boekje De profeet van Kahlil Gibran. Ik had nog nooit van Gibran gehoord, maar dat bleek een gat in mijn ontwikkeling te zijn, want De profeet is in het Nederlands al aan zijn 45ste druk toe.

Vijfenveertig drukken! Dat is echt kolossaal veel. Volgens de flaptekst is De profeet, dat dateert uit 1923, uitgegroeid tot een ,,onvergetelijk, onvergankelijk en onvervangbaar werk''.

,,Ook in Nederland'', aldus uitgeverij Synthese, ,,waar het sinds 1927 een immer groeiende lezerskring vond, waar er bij doop en huwelijk, bij geboorte en dood, bij feestelijke en minder feestelijke gelegenheden passende woorden aan ontleend worden, door mensen van allerlei overtuiging en afkomst, door gelovigen en ongelovigen, door dominees en pastoors, door jongeren en ouderen, door armen en rijken.''

Kortom, De profeet wordt door vrijwel iedereen aangehaald, maar dat is mij al die tijd ontgaan.

In deze 45ste druk komt je verder niks over Gibran of over zijn boek te weten, maar gelukkig is er in diverse andere bronnen voldoende over hem te vinden.

Gibran (1883-1931) groeide op in Libanon. Op zijn twaalfde emigreerde hij met zijn ouders naar Boston. Een paar jaar later keerde hij terug naar Libanon om Arabisch te studeren – een taal waarin hij excelleerde. Nadat hij op zijn twintigste in de Verenigde Staten was teruggekeerd, vond hij een vrouwelijke mecenas, waardoor hij zijn leven verder kon wijden aan schilderen, tekenen en aan het schrijven van korte verhalen en essays, zowel in het Engels als in het Arabisch.

De profeet, waarmee Gibran wereldberoemd werd, vertelt het verhaal van een man, Almoestafa, die na twaalf jaar op een berg bij een stad te hebben gewoond met een schip kan terugkeren naar zijn geboorte-eiland. Maar voor hij vertrekt, beantwoordt hij vragen van verscheidene stadsbewoners.

Interessant voor deze rubriek is de stijl. Meteen in de eerste zin is het al raak. Die zin begint als volgt: ,,Almoestafa, de uitverkorene en geliefde, die een dageraad was van zijn eigen dag...''.

Iemand die een dageraad is van zijn eigen dag – zelf vind ik dat geen aanbeveling om snel verder te lezen, maar ik heb geleerd om niet te rap te oordelen. Een paar regels verder schrijft Almoestafa, in de vertaling van Carolus Verhulst: ,,Niet zonder een wond in de geest zal ik deze stad verlaten.'' Want: ,,Te veel sprankels van mijn geest heb ik in deze straten gegooid en te veel kinderen van mijn hunkering zwerven naakt over deze heuvelen dan dat ik mij van hen zou kunnen terugtrekken zonder zorg en zonder pijn.''

Te veel geestsprankels en te veel hunkerkinderen – ik weet niet hoe het u vergaat, maar voor mij is dat vooral te veel van het goede. Op zo'n moment ben ik klaar met een boek, hoewel pas op bladzijde twee, want mijn nachtkastje ligt vol andere boeken van mijn hunkering.

Ondertussen blijft het fascinerend dat De profeet internationaal zo'n enorme bestseller is. Het is in meer dan dertig talen vertaald. Het wordt gretig gelezen door managers; de Amerikaanse generaal Norman Schwarzkopf is een fan van Gibran, teksten uit De profeet zijn op muziek gezet, er is een Gibran-prijs enzovoorts.

Waarom? Vanwege alle wijsheden die Almoestafa debiteert. Die zijn – geloof me – geschreven in dezelfde gezwollen stijl. In iedere stijlgids, op iedere taalcursus, krijg je het advies om helder en duidelijk te schrijven. Maar dat is niet wat mensen graag lezen als ze op zoek zijn naar passende woorden voor feestelijke en minder feestelijke gelegenheden. Men lijkt te denken: hoe poëtischer en mystieker de tekst, hoe meer waarheid hij zal bevatten. Almoestafa zegt hier zelf ook iets over, bijna aan het eind van het boek. ,,Zo dit vage woorden zijn, tracht ze niet te verklaren. Vaag en nevelig is het begin aller dingen, maar niet hun einde, en ik zou gaarne zien dat je mij zocht als een begin.''

Nee bedankt.

Reacties naar sanders@nrc.nl