Eten, meiden, eten

Vet was er niet. Geen grammetje. Niet op de buik, niet op de benen, niet onder de kin.

Atlete Carla Beurskens toonde me jaren geleden hoe je eruit ziet als je een marathon wilt lopen. Ze vertelde dat het vetpercentage in haar afgetrainde lichaam zo laag was, dat de menstruatie uitbleef. De natuur neemt geen halve maatregelen. Een vrouw zonder vet heeft te weinig voeding in huis voor een kind in haar buik.

Topsporters leven dag in, dag uit met de weegschaal. Het rode wijzertje in het glazen venster bepaalt het humeur op de dag. Mager vlees, is het devies. Low fat is verplicht op iedere verpakking. Diner is synoniem met dieet.

Afgelopen week was ik te gast bij Mart Smeets op het dakterras in Athene. Badmintonster Mia Audina had zich geplaatst voor de finale met een fabelachtig optreden. De commentator van de BBC sprak na een 11-0 stand zelfs van een `perfect game'. Hij had maar één minpuntje: hij vond Mia Audina te zwaar ogen. In de uitzending zag ik een grote projectie van Audina op een witgekalkte muur. Ze stond net voorovergebogen om iets te pakken. Ik keek tegen de achterkant van haar dijen aan en kreeg de vraag of ze te dik was. Mijn eerste reactie was: ja. Zo'n antwoord maakt je niet populair, kan ik zeggen.

Tijdens de Olympische Spelen mag je als sporter niets aan het toeval overlaten. Geest en lichaam verdienen een exacte behandeling. Een pondje vet op de verkeerde plaats is bij negen van tien sporten eigenlijk uit den boze.

Tijdens alle roeifinales kon ik bij de vrouwen in de acht nergens een vetrolletje onder de aerodynamische pakken vinden. Vrouwen zonder borsten vormen geen uitzondering op de Spelen. Het vet is veelal weggetraind. De medailles slingeren niet zelden tussen twee erwtjes. Een verslaggever tegen de roeisters: ,,En? Wat gaan jullie doen na de slopende maanden van trainen en roeien?'' Antwoord: ,,Patat met mayonaise eten.'' Even doen wat jaren verboden is.

De broodmagere marathonloopsters vielen gisteravond na de finish bijna flauw. De blik in de ogen van de Japanse winnares was hol. Terwijl een collega een interview probeerde te geven, ledigde Mizaku Noguchi haar maag achter de reclameborden. Ze leek een poesje dat na lang kokhalzen een haarballetje ophoestte, zo leeg was het afgetrainde lijfje.

Leontien van Moorsel kon de afgelopen week niet nalaten te zeggen hoe ongezond topsport eigenlijk was. Ze zag er na de behaalde medailles doodmoe uit. Niemand kent de onverbiddelijke meting van het lichaamsgewicht beter dan Van Moorsel. Ze heeft beloofd nu een `dik moeke' te worden. Friet was de verboden vrucht waar zij in wilde happen, al was die opmerking misschien ingefluisterd door haar patatproducerende sponsor.

Badminton is een zeer technische en conditioneel zware sport, is me verteld. Wendbaarheid, souplesse en uithoudingsvermogen gaan hand in hand. Wie ben ik om te zeggen dat Audina te veel woog? Zij won zilver, ik heb alleen een schooltuintjesdiploma. Audina verloor de finale van een langere maar ook afgetrainde tegenstander. Ze kon het op het eind van de wedstrijd conditioneel niet meer bolwerken. Was het de dubbelpartij die ze extra speelde, zoals ze zelf zei? Of was het lichaam net niet in topconditie om het veertje perfect terug te blijven slaan?

Audina heeft een door God gegeven lichaam. Het vetpercentage komt van boven. Met haar figuur komt ze ver in de wondere wereld van het badminton. En als ze wil, kan ze er zwanger mee worden. Dat kunnen andere, uitgemergelde atletes niet zeggen.

Zo zie je, vet onder de huid heeft ook voordelen.

Eten, meiden, eten.