Eervol brons voor gepensioneerde Van Moorsel

Leontien van Moorsel is gestopt als wielrenster. Ze blikt tevreden maar vooral opgelucht terug. Eindelijk verlost van de discipline en de druk tot presteren. ,,Alleen de anorexia is het niet waard geweest.''

Leontien van Moorsel is geen wielrenster meer. Haar cyclus in de sport is gisteren bij de Olympische Spelen in Athene tot een einde gekomen.

Van Moorsels nalatenschap gaat verder dan de indrukwekkende erelijst, want ze heeft zich in Nederland ontwikkeld tot een icoon van de sport. Sinds vandaag kan ze de fiets eindelijk beschouwen als een ordinair vervoermiddel en niet langer als een bondgenoot waarmee ze een gedisciplineerd leven heeft gedeeld.

De laatste trappen in de schijnwerpers brachten Van Moorsel een bronzen medaille op de drie kilometer individuele achtervolging op de baan. Een afscheid met een olympische titel was de Brabantse liever geweest, maar die kans had ze een dag eerder al verspeeld, omdat ze in de halve finales niet een van de twee snelste tijden had gereden.

De frustratie over die gemiste kans fietste ze gisteren van zich af met een verbetering van haar persoonlijk record (3,27.037), waarmee ze sneller was dan de Australische Katie Mactier, die tweede werd. De gouden medaille werd gewonnen door de Sarah Ulmer uit Nieuw-Zeeland, die met een nieuwe wereldrecord van 3,24.537 haar persoonlijk record binnen twee dagen met zes seconden verbeterde.

Van Moorsel hoeft nu niet meer in termen van winnen, verliezen, medailles en records te denken. Op haar 34ste heeft ze zich bevrijd van het heilige moeten en is ze verlost van keurslijf waarin zij zich als sportvrouw had opgesloten. Met zichtbare opluchting zei ze na haar laatste race: ,,Eindelijk kan ik eten en drinken wat ik wil en hoef ik nergens meer rekening mee te houden. Hoewel ik ook weer zo ijdel ben, dat ik niet te dik wil worden. Maar reken maar dat ik van de geneugten des levens zal genieten.''

Onvermijdelijk keek Van Moorsel in Athene terug op haar wielerleven. Ontdaan van emotie, want ze liet gisteren geen traan bij het afscheid van een leven dat haar van een Brabants meisje tot een vrouw van de wereld heeft gemaakt. ,,Ik besef nog niet echt dat ik ben gestopt. Ik heb er ook niet aan willen denken, omdat ik nog een keer alles wilde geven. Dat viel me overigens zeer zwaar, want ik was al doodop toen ik vanochtend opstond. En ik ben nu helemaal naar de donder; mijn hart klopt nog, maar eigenlijk ben ik dood.''

In retrospectief sprak de (ex-)wielrenster van ,,een waanzinnig mooi leven, waarin ze maar weinig dagen met tegenzin op de fiets heeft gezeten.'' Maar ze ging evenmin om haar zwarte periode heen. ,,Alleen de anorexia is het niet waard geweest; dat was de ongelukkigste tijd uit mijn leven. En als ik mijn man, Michael Zijlaard, niet had ontmoet, zou ik er nog niet van zijn genezen. Maar voor de rest heb ik nergens spijt van.''

Ze wil niet blasé klinken, maar Van Moorsel ziet in Nederland momenteel geen wielrenster die haar prestaties kan evenaren. Of ze hebben het talent niet, of ze missen de gedrevenheid die bij de viervoudig olympisch kampioene extreem was ontwikkeld.

Van Moorsel was geobsedeerd door winnen, altijd en overal. En dat zal altijd wel zo blijven, want zelfs tegenover de verslaggever die ze gisteren uitdaagde om samen de marathon te lopen, zei ze: `Ik zou maar hard gaan trainen, want ik loop je eraf.'

Van Moorsel is wel verlost van de voortdurende druk waaronder ze moest presteren. Een druk die ook zichzelf oplegde, omdat ze het altijd beneden haar waardigheid heeft gevonden voor haar plezier te fietsen. Waar ze kwam werd wat van haar verwacht en daarin wilde ze zichzelf en andere mensen niet teleurstellen. ,,Van die spanning ben ik gelukkig af. En vaak was de pijn letterlijk ondraaglijk. Ik heb heel veel van mijn lichaam gevraagd en dat was niet altijd een fijn gevoel. Jullie moesten eens weten hoe beroerd ik me wel eens heb gevoeld.''

Die somberheid had Van Moorsel ook vorige week zondag nadat ze in de wegwedstrijd was gevallen en enige tijd veronderstelde dat haar olympisch toernooi voorbij was. En die gedachte stemde haar depressief. Een week later en een gouden en bronzen medaille verder heeft ze het gevoel alsnog waardig afscheid te hebben genomen.

,,Toen ik op straat lag stortte mijn wereld in, maar uiteindelijk is het een aangename olympische week geworden. Maar het is nu mooi geweest. ''

NADER BEKEKEN pagina 15