De globalisering van het exportproduct dienstmeisje

,,Alles wat we weten uit de economische theorie en geschiedenis zegt dat internationale handel niet zal leiden tot een nettoverlies aan banen. Het probleem is wel'', betoogt Paul Krugman in het Amerikaanse kwartaalblad Harvard International Review, ,,dat we de zorgen van de mensen die hun baan verliezen niet uit het oog mogen verliezen.'' Krugman is hoogleraar economie aan de Universiteit van Princeton, columnist van The New York Times, en auteur van achttien boeken over internationale handel.

Wat in de internationale handel niet klopt, aldus Krugman, is het idee dat internationaal investeren een goede manier zou zijn om spaargeld uit ontwikkelde landen naar ontwikkelingslanden over te hevelen. ,,Dat is gewoon niet gebeurd.'' Sterker: ,,De internationale financiële sector is zelf de afgelopen vijftien jaar eerder een bron van problemen geweest dan van oplossingen.'' Dat betekent bijvoorbeeld, aldus Krugman, dat de Chinezen wel zullen uitkijken met het openstellen van hun financiële markten. Dat was in een aantal soortgelijke landen immers de oorzaak van ,,zeer onplezierige crises''.

Het grootste obstakel voor een gezonde ontwikkeling van internationale handel zit 'm volgens Krugman in het bedrijfsleven zelf. Het zijn immers de Amerikaanse visindustrie en de staalindustrie die zich bedreigd voelen door concurrentie uit Vietnam of Rusland, veel invloed hebben en bescherming krijgen uit politieke overwegingen. Hetzelfde geldt voor de Europese boeren, meent Krugman. ,,Het Europese landbouwbeleid is een ramp voor de wereld.'' En dat komt, anders dan de meeste Amerikanen denken, niet omdat Frankrijk zoveel geld uitgeeft aan sociale voorzieningen, maar ,,omdat de Franse boeren veel te veel macht en invloed hebben''.

Macht en invloed. Dat is precies wat de illegale Filippijnse en Thaise dienstmeisjes en werksters in Europa ontberen. Want, schrijft het Duitse opinieweekblad Die Zeit, ,,de migratie vervrouwelijkt''. Vrouwen mogen dan op de arbeidsmarkt in de minderheid zijn, ,,wereldwijd vormen zij meer dan de helft van alle migranten''. Nergens, zo schrijft het blad, is dat beter zichtbaar dan op de Filippijnen. ,,Het land exporteert vrouwelijke arbeidskrachten zoals andere landen cacao en koffie.''

Het percentage Filippijnse migranten van het vrouwelijk geslacht is sinds dertig jaar gestegen van 12 tot 70 procent. Het blad ontleent deze gegevens aan het boek Global Woman van de Amerikaanse sociologe Arlie Russell Hochschild. Manila telt ondertussen 1.200 bemiddelingsbureaus die opereren onder namen als Royal Dream International Services. Voor het bemiddelen in een baantje als schoonmaakster in Hongkong rekenen ze 665 euro. En om illegaal de plee te mogen poetsen in Duitsland betalen de vaak goed opgeleide vrouwen aan de bemiddelaars 5.000 euro. Het geld dat ze overhouden gebruiken ze om hun achtergebleven kinderen een beter leven te geven. De geldstroom van migranten naar het thuisland is wereldwijd in dertig jaar uitgegroeid van 2 miljard dollar tot 180 miljard dollar per jaar. Het bedrag dat migranten naar huis sturen is voor veel landen groter dan wat deze landen aan ontwikkelingshulp ontvangen, aldus het Duitse weekblad Die Zeit.

Niet alleen migranten hebben het doorgaans zwaar te verduren maar ook kleine zelfstandigen. Zij hebben het moeilijk in ontwikkelde landen met veel regels, inclusief de Verenigde Staten. Gelukkig, zo meent het beursweekblad Barron's, bestaan er in het land van de ongekende mogelijkheden ook advocatenfirma's als het Institute for Justice in Washington. Dit is gespecialiseerd in het opkomen voor de kleine man, bijvoorbeeld als het gaat om het recht van schoenpoetsers om op straat hun werk te mogen doen, of het recht van een bakker om meer dan 30 procent van zijn raamoppervlak te mogen besteden aan reclameopschriften.

Het feit dat de firma zoveel werk heeft, betekent volgens Barron's dat de economische vrijheid meer bescherming nodig heeft dan nu het geval is. Immers, op dit moment kan ,,elke bemoeial'' die voor de federale of de lokale overheid werkt de burger die zaken wil doen voor de voeten lopen. Het blad vindt in het bijzonder dat de vrijheid om te zeggen wat je wilt in de handel te veel juridische beperkingen kent.

De armen moeten we niet zien als ,,slachtoffers die ons tot last zijn, maar als creatieve ondernemers en waardevolle consumenten'', zo citeert het Britse weekblad The Economist de managementgoeroe C.K. Pralahad. Het blad bespreekt in de rubriek Face Value met waardering en instemming diens nieuwste boek, getiteld The Fortune at the Bottom of the Pyramid, Eradicating Poverty Through Profits.

Als je van een onderneming serieuze betrokkenheid bij armoede vraagt, kun je dat niet baseren op liefdadigheid of op sociale verantwoordelijkheid, aldus de essentie van Pralahads betoog. Dat hoeft ook niet, want bij het bedienen van de vier of vijf miljard mensen die minder verdienen dan 2 dollar per dag, vallen gigantische winsten te boeken, zo'n 13.000 miljard dollar, schat Pralahad. Zo zouden de talloze allerarmsten al heel goed gediend zijn met de mogelijkheid om leningen te kunnen sluiten tegen 20 procent rente. De globaliseringsactivisten zullen daar wel moord en brand over schreeuwen, zo voorziet hij, maar dan vergeten ze wel dat de echte armen in ontwikkelingslanden nu vaak 500 procent woekerrente moeten betalen.