Dansers en bommengooiers

Het zal wel de verkeerde reactie zijn, maar de dreigementen met terreuraanslagen op internet maken me bang. Je moet natuurlijk onverschillig zeggen: ach, elke gek kan op internet dreigende praat uitslaan – dat is trouwens ook waar. Iedereen kan zich wel de `Islamitische Groep van de Eenheid' noemen en schrijven: ,,U zult verrast zijn door de islamitische aardbeving die uw land zal opschrikken. U heeft geen lessen geleerd van Spanje en andere landen. U verstaat alleen de taal van bloed en autobommen''. Er zijn altijd mensen die het leuk vinden met geweld te dreigen. Als we ons de stuipen op het lijf moeten laten jagen door de eerste de beste verhitte jongeman die teveel naar de televisie gekeken heeft enzovoort.

Ik kan het best, redelijk en kalm doen. Maar ik denk steeds: in Madrid was ook niemand voorbereid op zo'n aanslag. Daar deden ook allerlei mensen stoer en luchtig. Natuurlijk hoeft niet elke dakpan die op iemands hoofd valt ook jouw hoofd te treffen. Hoewel we graag schrijven en praten over rampen – World Press Photo en de televisie bestaan van onze behoefte aan andermans narigheid – zijn er toch heel veel mensen die eigenlijk helemaal niet zo vreselijk veel ergs overkomt in hun leven. Wat maar gelukkig is.

Als kind al vroeg ik wel eens verwonderd af hoe het toch kwam dat mijn ouders, die al zó oud waren, al wel veertig of zo, nog nooit een erg ongeluk hadden gehad, ja sterker, bij mijn weten zelfs nog nooit een arm of een been gebroken hadden of bestolen waren niets. Terwijl de wereld, zoals een kind steeds wordt verzekerd, tjokvol gevaren zit.

Iedereen kent mensen uit de provincie die niet naar Amsterdam durven omdat je daar almaar wordt beroofd, dan wel toevallig geraakt bij een criminele afrekening op de Dam. Terwijl je makkelijk je leven lang in Amsterdam kunt wonen zonder ooit iets ergers mee te maken dan een scheldpartij of een duw.

Het blijft merkwaardig, de ongelijkheid van het leed. Bijna schuldig kun je je daaronder voelen: nooit iets meegemaakt. Ach, ieder heeft zo zijn eigen verdriet en teleurstellingen, maar sommige mensen krijgen zo aanzienlijk veel meer te verwerken dan andere. Dat maakt misschien ook dat het moeilijk te geloven is dat je zelf gespaard zult worden voor allerlei narigheid. Zeker wij hier, die zo makkelijk en comfortabel leven, zelfs nu het `slechter' gaat. We blijven rijk, we zetten met een vastberaden gezicht mensen het land uit die de verschrikkelijkste dingen hebben meegemaakt en die hier maanden, soms jaren hebben moeten zitten niksen terwijl ze wat graag wilden werken – voor die mensen hebben wij geen plaats. Natuurlijk is het primitief om dan te denken: daar zullen wij voor gestraft worden, alsof een hogere rechterlijke macht een terreuraanslag zou kunnen beramen in plaats van mensen die het spoor bijster zijn. Zo is het niet en dat heeft er niets mee te maken. Maar toch. Toch kunnen al zulke overwegingen een vreemd, irrationeel mengsel doen ontstaan van gevoelde angst en dreiging, van schuld en onbegrip. Zo vinden dreigementen een mooi geploegd akkertje om in te vallen.

Er lijken trouwens wel steeds meer mensen te zijn die vinden dat ze recht op geweld hebben. Laatst stond in deze krant een bericht over de enorme Pinkstervuren in het dorp Veen, waarbij auto's het vuur in werden gereden en de schade groot was. De burgemeester wilde die vuren (terecht, kreeg je de indruk) verbieden. Het gevolg waren dreigementen, zijn auto was al twee keer in brand gestoken, nu was er een linde afgehakt met het bericht erbij van een plaatselijke terreurgroep dat de burgmeester de volgende was. Toe maar. Het gaat alleen maar om een jaarlijks vuur, en dan zijn er al mensen bereid tot vernielingen, brandstichting, dreigementen en God weet wat nog meer. Dwarsboom de mensen en ze blazen je op.

En ook hier moet men zichzelf weer een halt toeroepen, want dat is helemaal niet nieuw. Het Jordanese palingoproer kostte tientallen doden en ging ook om een `volksvermaak', dat ook heel terecht werd verboden. Dus het is niet iets van `tegenwoordig'.

Maar die islamitische terreurgroepen zijn wel iets van tegenwoordig. En dan gaat het niet om mensen die een lindeboom kappen of een slecht gespelde dreigbrief sturen, en waarschijnlijk ook niet om de mafkezen die over de `taal van bloed en autobommen' spreken, maar over kalme, koele jongemannen die rustig een plan maken om zoveel mogelijk mensen in één keer de dood in te kunnen jagen. En op een dag stapt de allerliefste van de wereld in een trein, een bus, een auto, een vliegtuig en daarna nooit meer iets. Weg. Omdat er mensen zijn die inderdaad alleen de taal van bloed en bommen verstaan, griezelige mensen met fanatieke ideeën die werkelijk nog geloven dat ze de hele wereld naar hun hand kunnen zetten en die niet weten dat ze eerder iedereen uit zullen roeien dan de mensheid veranderen.

Angstig en pessimistisch word je ervan. Gelukkig is heel die agressie, slechtigheid, fanatisme etc. maar één kant van de mensen. Zaterdag stuitte ik op weg naar de metro op een soort optocht, met versierde auto's en dansende zwarte vrouwen en harde vrolijke muziek. Er waren ook groepjes jongemannen, met trommels. Ze liepen allemaal tegelijk dansend voorbij, terwijl ze ijverig trommelden en ik zag ineens voor me hoe ze oefenden op vrije avonden of zaterdagen, hoe die jongens die verder misschien wel stoere binken zijn voor wie je even opzij gaat als ze de metro instappen, droomden van perfect trommelspel, zich verheugd hadden op deze dag en daar nu met zijn allen, als een volmaakt geheel voortswingden over straat.

Ja, dan is de mensheid ineens weer erg ontroerend en voel je je er één mee en dan wil je wel accepteren dat het leven is zoals het is, met onbegrijpelijke gemeenheid en ellende, even onbegrijpelijke vreugde, met klootzakken en hulpvaardigen, met dansers en bommengooiers en alles ertussenin en alles in mengvormen. Vooruit dan maar. Niet bang zijn. Leven wat er te leven valt en we zullen wel zien. Al verhoede God dat die gekken op internet iemand vertegenwoordigen die echt in actie zal komen.