Atheense moslims bidden in illegale gebedsruimten

Weinig straten in hartje Athene ruiken zo lekker als Sofokleousstraat. De overweldigende kruidengeuren brengen de wandelaar bijna in een roes. In de straat is een amalgaan aan winkeltjes gevestigd en dito culturen. Er zitten bijvoorbeeld Chinezen, Libanezen, Egyptenaren, Afrikanen en Ghanezen. Toch hebben deze winkeliers één ding gemeen: ze hangen niet het Grieks-orthodoxe geloof aan, zoals ruim 90 procent van de Grieken, maar zijn moslims.

Volgens schattingen wonen 100.000 moslims in Athene, maar volgens de voorzitter van de Griekse moslimfederatie, Mehmet Imam, klopt dat getal niet: het zijn er zeker een half miljoen. Maar een eigen moskee? Ho maar. Daar wacht de moslimgemeenschap in Athene al ruim twintig jaar op. Reden voor de moslimfederatie om in de aanloop naar de Spelen moslimatleten over de hele wereld op te roepen deze te boycotten, aan welke oproep zij – voor iedereen zichtbaar waar om een Olympische medaille gestreden wordt – geen gehoor hebben gegeven.

Begin 2000 ging het parlement akkoord met de bouw van een moskee in Athene, de enige EU-hoofdstad zonder gebedsruimte voor praktiserende moslims. In Griekenland mogen niet maar lukraak gebedshuizen worden gebouwd, daarvoor is toestemming nodig van de minister van Onderwijs en Religieuze Zaken.

Met de komst van de Spelen beseften de toenmalige PASOK-regering en het parlement dat moslimatleten hun religieuze plicht moesten kunnen vervullen – op hun manier en in een eigen ruimte. Of, zoals toenmalig minister van Buitenlandse Zaken George Papandreou zei: ,,Wij moeten vertegenwoordigers van islamitische landen en islamitische bezoekers ervan kunnen verzekeren dat zij het recht hebben om aan hun religieuze behoeften te voldoen.''

Het centrum is al volgebouwd, dus werd naar een geschikte locatie elders gezocht en gevonden: een buitenwijk van Athene, Peania, vlakbij het vliegveld. Maar er was nog een reden waarom naar elders werd uitgeweken: ,,De inwoners van Athene zijn nog niet zo ver dat zij kunnen leven met de aanblik van een minaret'', aldus het hoofd van de Griekse kerk, aartsbisschop Christodoulos.

Het zou de eerste moskee worden sinds ruim tweehonderd jaar, toen een einde kwam aan de Turkse overheersing van Griekenland. De toenmalige Grieks-orthodoxe clerus speelde bij het verdrijven van de Turken bepaald geen ondergeschikte rol. De clerus en het moderne Griekenland zijn, in zijn ogen, onlosmakelijk met elkaar verbonden – daarvan getuigt ook het kruis in de Griekse vlag.

,,De Griekse staat is geboren uit verzet tegen de Turkse overheersing, en dit verzet is ingebed in het collectieve geheugen. De islam wordt geassocieerd met gevaar uit het oosten, dat verklaart de diepe afkeer van een moskee'', aldus Ronald Meinardus, politiek wetenschapper en gespecialiseerd in minderheden, vorig jaar oktober in een interview met The Christian Science Monitor. ,,Wij dreigen onze identiteit te verliezen. Dit is niets minder dan een nieuw soort invasie'', klaagde Thanassis Papageorgiou in The Daily Star van 12 juli. Deze chirurg leidt in zijn vrije tijd de oppositie tegen de komst van een moskee.

Papageorgiou en de Grieks-orthodoxe clerus zullen dan ook niet gecharmeerd zijn geweest van het feit dat premier Karamanlis eind juli in Athene het eerste museum van islamitische kunst opende. Om geen olie op het religieuze vuur te gooien grossierde Karamanlis bij die gelegenheid in algemeenheden zoals: ,,Wij moeten beseffen dat, afgezien van onze verschillen, mensen hetzelfde leed met zich dragen, dezelfde aspiraties hebben en dezelfde dromen voor de toekomst.''

Deze woorden waren en zijn niet besteed aan de autoriteiten in Peania. Zij zagen het al voor zich: vliegtuigen vol passagiers en wat zien die als ze landen? Een moskee. Ze zouden zomaar kunnen denken dat Griekenland geen modern, maar een islamitisch land is. Volgens de autoriteiten in Peania is honderd procent van de bevolking tegen de komst van een moskee. Hun mening is ook niet gevraagd, zeggen ze, en de locatie is ongeschikt. Het zal ze deugd doen dat wegens alle controverses de toenmalige PASOK-regering nauwelijks verder is gekomen dan het vinden van een locatie en de huidige regering van Nieuwe Democraten het voornemen voor de bouw van de moskee in de ijskast lijkt te hebben gezet. Het heeft er alle schijn van dat premier Karamanlis er weinig voor voelt een religieuze strijd aan te gaan met de Grieks-orthodoxe kerk.

Kotit Abdelaty vindt het jammer dat het allemaal zo lang duurt. Hij komt uit Egypte en woont twintig jaar in Athene, waar hij een winkel in specerijen drijft in de Sofokleousstraat. ,,Ik bid thuis, maar zou het natuurlijk liever in de moskee doen'', zegt hij in goed verstaanbaar Engels. Nuruz Amin, afkomstig uit Bangladesh en zes jaar woonachtig in Athene, staat achter de toonbank in een winkel met elektronica. ,,De Grieks-orthodoxen willen het niet. Ik weet niet waarom. Ik bid thuis of samen met anderen in een zelfgemaakte gebedsruimte.'' Het verschil in geloofsachtergrond staat zijn handel niet in de weg: een Griekse dame komt binnen en koopt een elektrisch epileermachientje. En de islamitische slager, even verderop, doet ook prima zaken met Griekse klanten. En een beetje Athener die door Sofokleousstraat loopt kijkt helemaal niet op van mannen die op de stoep zitten te lurken aan een waterpijp.

Intussen telt de stad tientallen illegale gebedsruimten. In kelders en woningen in achterwijken komen moslims bijeen. En dat, zei ook het ministerie van Buitenlandse Zaken vorige maand in de Daily Star, is geen goede ontwikkeling. ,,Als wij het heft niet in eigen hand nemen en niet zorgen voor een ruimte waar een deel van onze bevolking kan bidden en waar ze hun doden op hun manier kunnen begraven, dan zullen ze honderd storerooms in vreselijke plaatsen rond Athene huren, waarvan je in vijf of zes aanhangers van Al-Qaeda zult vinden. Zelfs macho Griekse nationalisten zouden voor een moskee in Athene moeten zijn, want dan heb je controle over wat er gebeurt. Kijk naar Frankrijk.''

Of premier Karamanlis en de Grieks-orthodoxe clerus blij waren met dit citaat vermeldt de krant niet.