Zuid-Korea discussieert over zijn Japanse verleden

Zuid-Koreaanse politici praten opnieuw over de Japanse annexatie van Korea. Dit keer echter niet om kritiek te leveren op het buurland, zoals in het verleden vaak gebeurde, maar over de rol van de eigen politici bij die annexatie, die 59 jaar geleden ten einde kwam.

De verhitte discussie heeft er inmiddels voor gezorgd dat de voorzitter van de progressieve partij, de Uri Partij, eerder deze week aftrad. Hij had ontkend dat zijn vader in de Japanse tijd lid was geweest van de Kempeitai, de gevreesde militaire politie. ,,Ik heb nog steeds moeite om de details te geloven van recente berichten over mijn vader'', zei een geëmotioneerde Shin Ki-nam donderdag. ,,Ik geef nu het partijvoorzitterschap op omdat ik geen schade wil berokkenen aan het voornemen [van de regering] om de geschiedenis van collaboratie op te helderen.''

Japan annexeerde begin twintigste eeuw het Koreaanse schiereiland. Daar kwam pas in 1945 en na een Amerikaanse atoombom een einde aan. Afgelopen voorjaar nam het Zuid-Koreaanse parlement een wet aan voor de opheldering van `antivolksactiviteiten' in het verleden. Tijdens de herdenking van de Japanse nederlaag, afgelopen zondag, zei president Roh Moo-hyun dat ,,onze kinderen alleen een stralende toekomst kunnen creëren als ze correct onderricht hebben gehad over het verleden''.

Critici, die vrezen dat de kwestie het land zal splijten, wezen Roh terecht met de woorden dat hij ,,niet begrijpt waarom meningen verdeeld zijn en confrontatie is opgekomen omtrent het ophelderen van de waarheid.''

Juist omdat er nooit opheldering is gegeven over de rol van sommige politici, leidt de kwestie tot verhitte discussie. Oud-dictator Park Chung-hee, vader van de huidige leider van de conservatieve oppositie, was bijvoorbeeld officier in het Japanse leger. Na 1945 maakte hij carrière in het Zuid-Koreaanse leger en greep uiteindelijk in 1961 via een staatsgreep de macht. Bij een kritische beschouwing van het verleden zou Park in een kwaad daglicht gesteld kunnen worden, en daarmee zijn dochter Park Geun-hye.

De reden dat de collaboratie nooit is uitgezocht ligt in de Amerikaanse bezetting. De Amerikanen wilden een conservatief, bevriend regime. De enigen die wilden samenwerken, waren collaborateurs, die een zeer autocratisch regime opzetten. De democratiseringsbeweging van de jaren tachtig maakte daar definitief een einde aan. De activisten van toen zitten nu op het regeringspluche en zoeken gerechtigheid.