Theater

Een medicijnenstudente loopt stage in een ziekenhuis. Onder pseudoniem doet ze verslag. Vandaag over een artsenoverleg.

Het is iets over vijven als ik de hele groep over de gang zie lopen: internisten voorop, daarachter de zaalartsen, en achteraan de andere co-assistenten. Nerveus stoot ik Birgit aan. ,,De wekelijkse chirurgisch-interne bespreking'', fluistert ze. Als ik verbaasd kijk, legt ze uit: ,,In de grote zaal presenteren de internisten een patiënt aan de chirurgen met de vraag: opereren of niet? Vervolgens discussiëren ze daarover.'' ,,En wij?'' Birgit fronst en zucht dan: ,,Wij lúísteren.''

Voor de ingang van de grote zaal zie ik meneer Swart zitten. Zenuwachtig plukt hij aan zijn baard, maar grijnst als ik naar hem zwaai. Sinds drie dagen is hij opgenomen op onze afdeling. Gisteren heeft hij mijn hart gestolen met zijn gepassioneerde verhalen: van onbezonnen jeugd in Indië via Jappenkamp tot moestuin in Amsterdam-West. Om zijn uiteenzetting over het ziekenhuisvoer hebben we nog het meest gelachen.

Nu ik hem hier zie zitten, begrijp ik plotseling waar Esther, de zaalarts, het vanmorgen over had. Ze vertelde hem: ,,Vanavond overleggen we met de chirurgen. Mogen we u dan met zijn allen nog een paar vragen stellen?'' Ik zie weer zijn verheugde gezicht voor me. Dat zoveel specialisten zich over zijn probleem zouden buigen maakte duidelijk veel indruk.

We lopen de grote zaal binnen. Aan beide kanten zie ik acht rijen stoelen, gescheiden door een breed gangpad. Achterin een tafel met frisdrank en borrelnootjes. Birgit fluistert me toe: ,,Links zitten de internisten, rechts de chirurgen. Wij zitten achteraan.''

Als iedereen zit, presenteert Esther kort het verhaal van meneer Swart: Een vitale man van 72 jaar met sinds 3 maanden rectaal bloedverlies en diarree. Bij coloscopie (video van de darm) werd een poliep gezien. Er zijn diverse hapjes uit genomen en onderzocht. Helaas is daaraan niet te zien of het kanker is of niet. Nog meer hapjes nemen, heeft geen zin. De vraag is nu: verwijderen we de poliep, een stuk darm, of de hele darm?

In de stilte die volgt zijn alle blikken gericht op dr. De Rooij, de opperchirurg. Joviaal draait deze zich om. Hij knikt naar één van de zaalartsen chirurgie: ,,Van Groenhoven! Wat doen we?'' Van Groenhoven, een iel mannetje met bloempotkapsel, aarzelt: ,,Eerst zou ik willen weten...'' ,,Meer weten is prima!'' valt de Rooij hem in de rede, ,,roep de patiënt maar binnen.''

Meneer Swart komt binnen. Van Groenhoven stelt hem vier vragen. Hoeveel diarree per dag? Luiers nodig? Hoeveel bloed? Hoe vitaal bent u nog?

,,Vitaal?'' herhaalt meneer Swart peinzend. Hij begint over zijn moestuin, maar De Rooij weet genoeg. ,,Hartstikke vitaal dus! Nou, het verhaal is ons duidelijk, meneer. We overleggen nog even.''

Als meneer de deur uit is, begint Van Groenhoven een overweging: risico's van opereren, kans dat de poliep kwaadaardig is. ,,Jezus, man!'' brult De Rooij plotseling geërgerd. ,,Darm eruit of niet? Er moet beslist worden! Wat word je later: internist?''

De zaal lacht, inclusief de internisten. Ik lach ook, verbaasd over dit theaterspel. Het lijkt wel of ik de ontgroening van mijn studentenvereniging herbeleef. Maar dit spel gaat om een medemens. Ik zie weer voor me hoe ik gisteren op het randje van zijn bed zat te luisteren. En nog geen dag later zit ik hier mee te lachen over de grote grap: gaat hij zijn darm verliezen of niet? Mijn lach verstomt en ik voel een vage misselijkheid opkomen: is dit de wereld waarin ik wil werken? Wie denken we dat we zijn? Goden?

De beschreven gebeurtenissen hebben echt plaats gevonden, de namen zijn gefingeerd.