Taalbezoedeling is van alle talen en van alle tijden

Het valt mij iedere keer weer op hoe meewarig veel correspondenten doen over mensen die zich, terecht of ten onrechte, zorgen maken over het Nederlands. De meeste mensen doen dit met de beste bedoelingen, omdat zij helder communiceren belangrijk vinden, omdat zij in de erfenis van taal en cultuur iets zien wat zij graag koesteren en willen doorgeven aan de volgende generaties. En omdat zij wars zijn van flauwekul en dikdoenerij. Eigenaardig genoeg moet deze anders zo geroemde eigenschap van Nederlanders het op het gebied van de taal vaak ontgelden bij journalisten. Zo ook bij Tom Rooduijn op de achterpagina van 7 augustus.

Natuurlijk is taalbeïnvloeding van alle talen en van alle tijden, maar de huidige Anglo-Amerikaanse invloed is, mede door de commerciële en politieke sturing ervan, zo overweldigend, dat velen deze invloed eerder als bedreigend dan verrijkend ondervinden. Waarom deze mensen zo op de hak nemen? Ook puristen heb je in alle maten en soorten, en ik heb het hier niet over de fanatici. Waarom niet eens die anderen op het kruis leggen, die arrogante Hollanders met hun zelfbedrog dat ze alle Engelstalige reclame verstaan, met hun verkeerde uitspraak en valse intonatie van het Engels, met hun spelling die in het Engels nog slechter is dan in hun verwaarloosde Nederlands.

Taalkundig gezien vormen juist deze moderne kosmopolieten een groep waar je hilarische stukken over kunt schrijven. Helaas zien veel trendvolgende journalisten dit niet.