Noord-Korea tolereert luxe toeristencomplex

Noord- en Zuid-Korea doen als één land mee aan de Olympische Spelen. Maar in Noord-Korea zijn Zuid-Koreaanse toeristen nog vreemden, ziet Lenneke van der Burg.

Knap zijn ze, de twee Noord-Koreaanse berggidsen met hun vollemaansgezichten. En verlegen. Net als Zuid-Koreaanse vrouwen giechelen ze ongemakkelijk wanneer ze aangesproken worden, slaan ze hun hand voor de mond en wenden de ogen af. ,,In de Koreaanse maatschappij horen vrouwen bescheiden te zijn'', zegt de Canadees Jeff Brown (24), leraar Engels in Iksan, Zuid-Korea. ,,Een gesprek met een man vinden ze moeilijk, zeker als het een Westerling is.''

Brown is één van de vier Westerlingen die met ruim 600 Zuid-Koreanen een trip maken naar het beroemde Geumgang-gebergte in Noord-Korea. Het is de enige mogelijkheid voor toeristen om over land rechtstreeks van Zuid- naar Noord-Korea te gaan. De reis is te danken aan het Zuid-Koreaanse bedrijf Hyundai Asan. De combinatie van eindeloos veel geld, geduld en energie resulteerde vijf jaar geleden in de ontwikkeling van een luxe toeristencomplex bij het Geumgang- of Diamantgebergte. Hyundai-manager Kim Young-hyun: ,,Tijdens de onderhandelingen was het net of we een andere taal spraken. De Noord-Koreanen begrepen ons aanvankelijk helemaal niet. Een concept als investering of winst maken zei ze niets. Ook hun bank- en verzekeringssysteem is anders. Heel, heel langzaam bereikten we een overeenkomst.'' Grof gezegd houdt die in dat Noord-Korea het gebied beschikbaar stelt en Hyundai Asan al het andere voor zijn rekening neemt. Dus wegen aanleggen, hotels bouwen, winkels, een restaurant, circus en saunacomplex neerzetten. Manager Kim met een stoïcijnse glimlach: ,,We zien dit als een lange-termijninvestering.''

LUCHTBEL

Voor je aankomt in deze luxe Zuid-Koreaanse luchtbel, met prikkeldraad afgerasterd van de Noord-Koreaanse omgeving, zijn er nog een aantal hobbels te nemen. Na een vijf uur durende busreis vanuit de hoofdstad Seoul word je vlak voor de douane een ondergrondse ruimte van een hotel ingeloodst. Daar krijg je een speciaal Noord-Koreaans identificatie-setje dat je gedurende je hele verblijf zichtbaar om je hals moet dragen. Mobiele telefoons en foto-apparatuur met te grote zoomcapaciteit moet je achterlaten.

Na de douane begint de tocht door de Gedemilitariseerde Zone (DMZ), het vier kilometer brede, zwaarbewaakte stuk niemandsland tussen Zuid- en Noord-Korea dat van West naar Oost over het hele schiereiland ligt. Een onopvallend, roestig bordje markeert de grens, maar op slag verandert het landschap en de atmosfeer. De vriendelijk zwaaiende Zuid-Koreaanse soldaten maken plaats voor stramme, kaarsrechte figuren onder te grote petten. Als speelgoedsoldaatjes gaan ze verloren in de onmetelijke grasvlaktes. De eentonige vlaktes worden alleen onderbroken door gecamoufleerde schuilkelders en met zandzakken verstevigde schietholen. Onbeweeglijk staan de Noord-Koreaanse militairen op hun post, blik op oneindig, hand aan de vlag. De rode vlag die omhoog zou gaan als iemand vanuit de bus een foto zou nemen. Dat is het sein om de bus te laten stoppen en de overtreder een boete te geven.

Ondanks goed gedrag moet het konvooi op een cruciaal punt alsnog stilhouden om de bagage te laten controleren. In koppels van twee marcheren de Noord-Koreanen naar binnen, de gezichten als steen, de ogen ijskoud. Maar onder de kilheid en het laagje professionaliteit zie je van dichtbij wat een onvolwassen jongens het nog zijn, met hun tengere, kleine lichamen.

GRAUWHEID

De Koreaanse Kim Bo-sung (26), die op jonge leeftijd met haar ouders naar Duitsland emigreerde en nu in Seoul Koreaanse dans studeert, denkt hardop: ,,Ik word er verdrietig van, wanneer ik zie hoe klein van stuk ze zijn. Ze moeten echt weinig te eten hebben. Hun armen zijn zo dun en hun voeten de maat van een kind.''

Langs de weg die speciaal voor het toeristenverkeer is aangelegd, loopt de gewone weg voor de plaatselijke bevolking. Je ziet veel vrouwen en kinderen lopen, soms op de fiets. Nergens een auto. Het zijn lange stukken die ze afleggen, langs grauwe en armoedige huizen en kale landbouwveldjes. De sfeer is verstild, onwerkelijk. Soms kruisen de twee wegen elkaar, maar dan zorgen soldaten ervoor dat er geen contact tussen toeristen en bevolking plaatsvindt. We kunnen alleen maar naar elkaar staren.

GUUS HIDDINK

Dat wordt anders als we de beroemde Geumgang berg beklimmen. Op alle plekken waar de voormalige president Kim Il-sung en zijn zoon Kim Jong-il, de huidige leider, ooit hebben uitgerust, zijn monumenten opgericht. Om te zorgen dat die niet beschadigd worden, staan steeds twee Noord-Koreaanse berggidsen opgesteld. Zij blijken wel te mogen praten en weten veel van de westerse wereld. Zo is hier zelfs de naam Guus Hiddink doorgedrongen, al weet men niet dat de voormalige coach van het Zuid-Koreaanse voetbal elftal uit Nederland komt.

De Zuid-Koreaanse gids waarschuwt echter tegen te hoge verwachtingen: ,,Denk niet dat dit spontane gesprekken zijn. Zij weten alles al van ons en zelf zullen ze nooit het achterste van hun tong laten zien. Het zijn speciaal geselecteerde mensen'', zegt hij, ,,die hiervoor een uitgebreide opleiding hebben gevolgd.''

We klimmen verder, peinzend. En later in toenemende mate gefrustreerd, omdat talloze zestig- en zeventigjarigen op gladde gymschoentjes ons opgewekt achter zich laten. Dans-student Kim: ,,Er zijn zoveel ouderen, omdat ze allemaal nog voor hun dood Noord-Korea willen zien.'' Kim Nam-jae (85) knikt instemmend: ,,Mijn echtgenoot kwam uit dit gebied in Noord-Korea. Dat ik nu zijn geboortegrond zie, betekent veel voor me.''

Niet zozeer geëmotioneerd als wel opgetogen bereikt Lee Yu-ju (79) de top van de berg. Terwijl hij op adem komt, haalt hij herinneringen op aan de tijd dat Korea nog één land was: ,,Het Noorden was toen veel rijker. Daar hadden de Japanners tijdens de bezetting de fabrieken gevestigd en zat de meeste industrie.'' De zeventigjarige hoopt de unificatie nog mee te maken: ,,We zijn één volk. Het zou goed zijn om ook weer één land te vormen.''

Op dit punt mengt een Noord-Koreaanse berggids zich in de discussie: ,,President Kim Jong-il zegt dat eenwording niet mogelijk is. Daarvoor is de mentaliteit van de mensen in Noord en Zuid teveel uit elkaar gegroeid.''

De weg terug door de DMZ duurt lang. De grindweg verandert in zand met kuilen en hobbels. Maar aan de andere kant zijn wegwerkers druk bezig met een nieuwe asfaltweg. Wie weet hoe onverwacht snel Noord- en Zuid-Korea elkaar bereiken?