Nieuwe satellieten maken Neptunus tot gewone reuzenplaneet

Neptunus vormt, wat zijn satellieten betreft, geen uitzondering onder de vier reuzenplaneten. Dat is vastgesteld door een groep astronomen, onder leiding van Matthew Holman van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics in Cambridge, VS, die vijf nieuwe maantjes bij deze verre planeet heeft ontdekt (Nature, 19 augustus). De maantjes zijn de eerste die sinds 1949 met behulp van telescopen op aarde zijn ontdekt. In 1989 kreeg Neptunus er weliswaar in één keer zes manen bij, maar dat was te danken aan de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2 die in augustus dat jaar langs de verre reuzenplaneet vloog. Het totale aantal manen van Neptunus staat nu op dertien.

De vijf maantjes werden ontdekt tijdens een doelgerichte zoektocht met behulp van grote telescopen op Cerro Tololo (in Chili) en Mauna Kea (Hawaii). Hiermee werd een gebied met een straal van 40 boogminuten rond Neptunus afgezocht: een gebied waarin zich volgens theoretische berekeningen satellieten in stabiele banen zouden kunnen bevinden. De astronomen namen telkens meerdere opnamen van een deel van dit hemelgebied, waarbij zij de telescoop lieten meebewegen met de planeet. Deze opnamen werden vervolgens elektronisch bij elkaar opgeteld. Zo werden willekeurige, niet reële details verzwakt en uitgewist, terwijl het licht van echte objecten juist werd versterkt.

De zoekactie resulteerde in vijf uiterst lichtzwakke satellieten met diameters tussen 30 en 50 kilometer. Ze draaien op gemiddelde afstanden van meer dan 20 miljoen kilometer, in perioden van 5 tot 25 jaar, om Neptunus. Hun banen zijn heel langgerekt en maken heel grote hoeken met het baanvlak van Neptunus. Drie maantjes draaien zelfs in een richting tegengesteld aan de aswenteling van de planeet. Het vijftal onderscheidt zich duidelijk van de `regelmatige' manen van Neptunus, die in veel kleinere cirkelbanen in het vlak van de evenaar draaien. Neptunus is daarmee de laatste van de vier reuzenplaneten waarbij zo'n stelsel van `onregelmatige' satellieten is gevonden.

Opmerkelijk is dat van alle vijf de satellieten het meest nabije punt van hun baan in de buurt ligt van het verste punt van de baan van Nereïde, de op één (Triton) na grootste satelliet van Neptunus. Dit zou er op kunnen wijzen dat de baan van deze satellieten ooit door Nereïde is veranderd, of dat een of meerdere maantjes fragmenten van Nereïde zijn.