Nieuwe functie oud stadion

Het Olympiastadion van Berlijn is gerenoveerd. Vier jaar was het een bouwput, nu speelt Hertha BSC er de thuiswedstrijden. En de `Führertreppe' is bewaard gebleven.

Even knipperen de ogen. Grasgroen ontmoet hard blauw. Veel blauw. De blauwe atletiekbaan om de frisse groene grasmat is het eerste in het oogspringende element van het gerenoveerde Olympiastadion in Berlijn. Pas in tweede instantie valt het oog op de spectaculairste vernieuwing: de sierlijke overkapping van de tribunes.

De kleur van de baan is een hommage aan thuisclub Hertha BSC. Blauw is nu eenmaal de huisstijl van de niet zo fortuinlijke voetbalclub en heeft als bijkomend voordeel dat men er eenvoudig reclameboodschappen op kan projecteren. Een bezoek aan de fanshop leert even later dat Hertha-blauw ook al werd uitgeprobeerd op spenen en babypakjes. Vergeleken met de merchandising is de blauwe baan slechts een bescheiden euvel.

Vier jaar was het roemruchte stadion van Hitlers Olympische Spelen uit 1936 een bouwput. Nu is de renovatie gereed. Aan de verbouwing ging een jarenlang debat vooraf. Hoe men moet omgaan met een gebouw dat als geen ander herinnert aan de propagandamachine van de nazi's? Sommigen wilden het afbreken, anderen wilden het laten verkommeren tot een monument: de zogenoemde Colosseum-variant. Uiteindelijk werd gekozen voor wat inmiddels de `Berlijnse Oplossing' wordt genoemd: het oude wordt bewaard en krijgt een moderne functie, zonder de historische betekenis te verdoezelen.

De oorspronkelijke schaal voor het Olympisch Vuur is er nog en een plaquette herinnert aan Carl Diem, uitvinder van de fakkelloop. De `Führertreppe' is bewaard gebleven en wordt, zegt een gids, intern nog door iedereen zo genoemd. En ook het balkon van de Führer hangt er nog, al werd het door Britse soldaten na de oorlog fiks ingekort.

Het stadion is een van de beroemdste overblijfselen van nazi-architectuur in Berlijn. Architect Werner March, lid van de NSDAP, ontwierp het in samenwerking met Albert Speer. Oorspronkelijk stond op dit terrein het door vader Otto March ontworpen Deutsches Stadion, gebouwd voor de Spelen van 1916 die in verband met de Eerste Wereldoorlog werden afgelast. Toen de Spelen van 1936 aan Berlijn werden toegekend wilde men zich in eerste instantie beperken tot een uitbreiding van het bestaande stadion. Pas nadat Hitler had ingegrepen in de planning mocht March zijn monumentale ravijn optrekken.

Het stadion waar Jesse Owens zijn triomfen vierde werd aan de binnenkant voorzien van moderne techniek en eigentijds comfort, maar aan de buitenkant `slechts' schoongemaakt. Het stadion is grotendeels opgetrokken uit platen bewerkte schelpkalk. Die werden de afgelopen jaren stuk voor stuk gedemonteerd, gereinigd en weer op hun oude plek gemonteerd. In totaal onderging 65.000 kubieke meter gesteente deze behandeling. De loges, de oude Coubertin-zaal en de Führerloge, nu ereloge, zijn van binnen bekleed met marmer afkomstig uit groeves die niet meer bestaan. Behoedzaam werden ook hier de platen opgepoetst. Het koele, heldere marmer werd gecombineerd met vloeren, deuren en meubels van donker hout tot een voor stadion-maatstaven uitzonderlijk chic interieur. Maar niet alleen de vips hebben het getroffen. Ook de doorsnee voetbalfan mag, al dan niet gehuld in Hertha-blauw, straks joelen in een elegante kuip uit bewerkt natuursteen.

Het vernieuwde stadion biedt zitplaatsen aan 76.000 toeschouwers. Door het speelveld 2,65 meter te verlagen won men ruimte voor 1.600 stoeltjes extra en bracht men de toeschouwers dichter bij het veld. Maar eigenlijk zijn bezoekers zonde. De schier eindeloze reeksen grijze stoeltjes onderstrepen de strakke architectuur uit de jaren dertig. De nieuwe kap zou op een moderne luchthaven niet misstaan, maar volgt ingetogen het oorspronkelijke ovaal van Werner March.

De dakconstructie van glas en glasvezel rust op twintig ranke zuilen en is aan de binnenkant gedeeltelijk bespannen met lichtdoorlatend stof. In het dak zijn ook de schijnwerpers weggewerkt, de zogenoemde ring of fire, zodat het bouwwerk niet meer wordt ontsierd door immense lichtmasten. De kap is zo geconstrueerd dat ze lijkt te zweven boven de met natuursteen bekleedde constructie van March, die zich indertijd liet inspireren door het Colosseum. Het dak is ook vrij vlak, waardoor het vanuit de verte nauwelijks opvalt.

Het grote geheim van de kap is dat deze het ovaal niet volledig afdekt. Boven de marathonpoort houdt het dak halt en biedt vrij uitzicht naar buiten, op de klokkentoren van March die een eind verderop hoog boven het zogenoemde Maifeld torent, het immense marsterrein. De onderbreking van de kap geeft de bezoeker het gevoel dat hij buiten is, terwijl hij toch droog zit.

Het dak overdekt alleen de tribunes, niet de grasmat. Dat is goed voor de graszoden die zo natuurlijk licht krijgen. Dat is ook goed voor de supporters die tijdens een dip van thuisclub Hertha vrij uitzicht hebben op voorbijsnellende wolken. Bij een blauwe hemel is die blauwe baan bij nader inzien zo gek nog niet.