Lof der luiheid

De beste ideeën komen onder de douche. Doelloos rondlopen, dat wil ook nog wel eens werken. Een paar uur slapen, en het artikel schrijft zichzelf. Naar buiten staren - buitengewoon productief.

Maar acht uur lang achter een computerscherm zitten?

De krant is weer dik, de vakantie is afgelopen en de grote remigratie naar kantoor is begonnen. Er moet immers gewérkt worden, en dat doen we tenslotte niet door op een strandstoel naar de einder te staren, in het zwembad te dobberen of door een pittoresk stadje te struinen! Werken doe je op de werkplek.

O ja? Zoals een bevriend ambtenaar ooit tegen me zei: ,,Ik ben er, dus ik werk.'' Superieure ironie: plek en productiviteit zijn synoniem geworden. Alleen is dit voor veel mensen geen grap, maar de gruwelijk saaie, alledaagse werkelijkheid.

Maar er is hoop. Deze zwijgende meerderheid – deze verschoppelingen, werkbijen, `microserfs', die steevast op verjaardagen werkjes als `Hoe word ik een rat' en andere zelfhelpbijbels van business goeroes in ontvangst mogen nemen van succesvollere vrienden dan wel zuur glimlachende familieleden die zich afvragen waarom er maar geen schot zit in de carrière van zoon- of dochterlief, hebben nu een stem gekregen. Hun profeet is opgestaan in de vorm van Corinne Maier, Frans econome, werknemer van Électricité de France en auteur van het pamflet `Bonjour Paresse. De l'art et de la nécessité d'en faire le moins possible en entreprise', oftewel: `Hallo Luiheid. Over de kunst en de noodzaak om zo weinig mogelijk te doen op kantoor'.

In hoofdstukken met titels als `De idioten die naast je zitten' en `Waarom je niets te verliezen hebt door ontslag te nemen' beschrijft Maier, die ook gepromoveerd psychoanalytica is, `de stank van inertie en verspilde levens' in grote bedrijven. Het werk daar, stelt ze, is georganiseerd zoals het hof van Louis XIV, ,,heel gecompliceerd en heel geritualiseerd zodat mensen het idee hebben dat ze nuttig werk doen terwijl dat niet het geval is''. En het middenkader kan in deze tijden nergens meer op rekenen, behalve een uitgekleed pensioen en een vroegtijdig ontslag. De conclusie: ,,Als je niets te winnen hebt door te werken, dan heb je ook niets te verliezen door niets te doen.'' Maar ze laat het niet bij die constatering.

Haar pamflet is niets minder dan een oproep tot een anarchistische kantoorrevolutie, tot `passief verzet': ,,Imiteer me, kaderleden, witteboordenwerkers, neo-slaven, verdoemden van de dienstverlenende sector'', roept Maier, vanaf de barricaden. ,,Waarom geen rot verspreiden door het systeem van binnenuit?''

Inderdaad, waarom niet? Met de creatieve tips van Maier, die al twaalf jaar parttime werkt op de afdeling Onderzoek, kom je al een heel eind. ,,Accepteer nooit een baan met verantwoordelijkheid, om welke reden dan ook'', schrijft ze. ,,Ga voor de meest nutteloze posities (Onderzoek, Strategie en Business Development), waar het onmogelijk is om je bijdrage aan het bedrijf te meten.'' Briljant in zijn eenvoud: ,,Loop nooit de gang op zonder een dossier onder je arm.'' Sympathiek: ,,Wees aardig tegen de mensen met een tijdelijk contract. Dat zijn de enigen die het echte werk doen.''

Gek genoeg was het opruiende werkje, ondanks de onweerstaanbare aanbevelingen van Maier, geen onmiddellijke bestseller. Dat kwam pas toen haar werkgever ingreep. Die begon een disciplinaire procedure tegen Maier wegens ,,de krant lezen tijdens vergaderingen'', ,,weggaan voor het eind van de vergadering'', ,,gebrek aan loyaliteit'' en, jawel, ,,rot verspreiden van binnenuit''. Chapeau!

Bertrand Russel schreef het al in 1932, in zijn essay `In Praise of Idleness': ,,Ik denk dat er veel te veel werk wordt verricht in de wereld, dat immense schade wordt veroorzaakt door de opvatting dat werk deugdzaam is''. Het leek erop dat we dat even waren vergeten. Maar de rehabilitatie van het luieren lijkt een feit te worden. Waar Maier het niet-werken nog ziet als strategisch toe te passen middel, als sabotage, is er ook steeds meer aandacht voor de intrinsieke waarde van de ledigheid zelf. Het is een trend, voorspel ik u.

Neem nou de twee nieuwe maantjes van Saturnus, onlangs ontdekt door astrofysicus Sébastien Charnoz. ,,Wekenlang heb ik gezocht naar dit soort objecten op mijn kantoor in Parijs'', vertelde hij. Onverrichter zake, natuurlijk. Pas op vakantie (met laptop, dat weer wel) kwam de ontdekking als vanzelf. ,,Misschien moet ik wat meer vakantie nemen'', zo werd hij dinsdag geciteerd in deze krant.

Mais bien sûr. Zou Newton ook de wetten van de zwaartekracht hebben ontdekt als hij niet had liggen niksen onder een appelboom, maar aan zijn werktafel had gezeten? Al sinds Archimedes in bad poedelde met een stuk zeep is het douche-effect, om het zo maar eens te noemen, een bekend fenomeen onder wetenschappers.

Inmiddels heeft zich nog een prominente verdediger van de ledigheid gemeld. De Brit Tom Hodgkinson, hoofdredacteur van het tijdschrift The Idler, voert in zijn nieuwe boek `How To Be Idle' onder meer campagne voor het lang in bed blijven liggen en dagdromen. Proust en Descartes deden niet anders. Wat zou er van onze beschaving zijn geworden zonder loze tijd?

Laten we daarom vooral niet al te energiek terugkeren naar onze kantoortuinen. En nog eens goed kijken naar de wijze raadgevingen van Maier. Die wist namelijk, ondanks haar parttime dienstverband bij Électricité de France, niet minder dan acht boeken te schrijven sinds 2001. Inderdaad, wie lui is, houdt nog eens tijd over voor nuttige dingen.