Kwak

Hoogzomer is een stille vogeltijd. Het rusteloze balts- en broedseizoen is voorbij, de jongen zijn uitgevlogen, de biotoop hoeft niet streng verdedigd te worden. Eind augustus verzamelen de vogels zich al voor de najaarstrek. Toch zocht ik, zelfs tot in de Biesbosch, de geheimzinnige vogel die kwak heet, naar zijn roep, kwàhk. Het werd een schemerdonkere ochtend in de stad. Een gedrongen, reigerachtige watervogel hield zich schuil langs de waterpartij van de Amsterdamse Hortus Botanicus; het was bij verrassing de kwak (Nycticorax nycticorax), ook nachtreiger genoemd. Ze waren met zijn tweeën. Roerloos zaten ze op hun geelgroene poten, de robijnrode ogen gloeiden. De kwak heeft lange, witte sierveren op het achterhoofd. Rug is blauwzwart met groene weerschijn; de onderzijde lichtgrijs. De vlucht is als die van een uil, onhoorbaar en met diep neerslaande vleugelslagen. Wordt het licht, dan verbergt de kwak zich in wilgenbosjes of het riet.

; freriks@nrc.nl