Koralen kunnen zich aanpassen aan hogere watertemperaturen

Koraalriffen zijn op de lange duur misschien minder gevoelig voor stijgende temperaturen dan tot voor kort werd aangenomen. Twee korte notities in Nature (12 aug.) bieden onverwacht hoop voor de toekomst van de tropische riffen. In essentie komen de conclusies erop neer dat de koraalriffen zich aan stijgende temperaturen kunnen aanpassen en daarmee al op veel plaatsen begonnen zijn.

De bekende, voornamelijk uit kalk (CaCO3) bestaande koraalriffen zijn de woonplaats van grote en hecht vergroeide gemeenschappen `steenkoralen' (Scleractinia): kleine poliep-achtige diertjes die leven van de vangst van passerend plankton. De individuele diertjes kunnen in beginsel vele jaren, tot wel twintig jaar, oud worden. Maar de koralen zijn voor hun overleving aangewezen op de symbiose met eencellige, beweeglijke algen (dinoflagellaten) die in het weefsel van de koraalgemeenschap worden opgenomen. Het is gebleken dat veel koralen hun symbiontische algen verliezen als de temperatuur van het omringende zeewater een bepaalde drempelwaarde overstijgt. Dat is, al of niet als gevolg van een broeikaseffect, al op veel plaatsen gebeurd. De koralen verliezen hun kleur, `bleken' (bleaching) en sterven. De grootschalige sterfte van koraal wordt als net zo'n dramatische uiting van het broeikaseffect beschouwd als het smelten van gletsjers.

De suggestie dat het vooral de algen waren die een te geringe tolerantie hadden voor de hoge temperaturen lag voor de hand. Vaak is dit zelfs min of meer stilzwijgend als feit geaccepteerd. In samenhang ermee is geregeld, onlangs nog in Science (15 augustus 2003, reviewartikel van Hughes e.a.), het vermoeden uitgesproken dat een adaptatie aan hogere temperaturen daarom niet uitgesloten was. De koralen blijken niet al te kieskeurig in de acceptatie van hun symbiontische algen, vaak worden op één rif verschillende algensoorten aangetroffen. In principe kan een koraalgemeenschap warmte-tolerantere levenspartners in huis halen als de temperatuur van het zeewater stijgt.

Dat is precies wat nu is waargenomen door een groep biologen aangevoerd door Andrew C. Baker van Columbia University. De groep onderzocht een reeks van koraalriffen rond de Indische en de Stille Oceaan en vroeg zich af waarom sommige de opwarming samenhangend met de El Niño-gebeurtenis van 1997-98 beter hadden doorstaan dan andere. Het bleek dat het bezit van warmtetolerante algen (in alle gevallen ging het om Symbiodinium-soorten) de overlevingskans vergrootte. Belangrijker waarneming is dat op koraalriffen waarop, na zware schade, weer flink herstel optrad de oude warmtegevoelige algen door warmtetolerantere soorten waren vervangen. De tweede notitie in Nature, van de bioloog Rob Rowan (University of Guam), beschrijft de warmte-gevoeligheid en -tolerantie van twee Symbiodinium-klassen meer in detail.