Ideologische brokken van het economisch profijt

China herdenkt Deng Xiaoping vooral als de architect van `s lands welvaart. Zijn pragmatisme heeft China veel rijkdom bezorgd, maar de partij-ideologie geen goed gedaan.

Was China's voormalige leider Deng Xiaoping de drijvende kracht achter het bloedig neerslaan van de opstanden op het Plein van de Hemelse Vrede? Dat beweerde China's voormalig premier Li Peng onlangs, maar China's huidige leiders willen hem veel liever presenteren als de architect van de ongekende economische groei die China nu alweer decennia lang doormaakt.

Op 22 augustus viert China de honderdste geboortedag van Deng. Hij wordt dezer dagen uitgebreid herdacht, onder meer met de uitgifte van honderd boeken, met de onthulling van talloze standbeelden en met een tripje voor buitenlandse journalisten naar zijn geboorteplaats. Openbare bijeenkomsten zijn echter verboden. China is bang dat de herdenking anders misschien de gelegenheid schept voor protesten over de hoge werkloosheid, de corruptie en de zware belastingdruk op de boeren.

De in China weinig geliefde Li Peng, die in de volksmond bekend staat als de `slager van Peking' omdat vooral hij verantwoordelijk zou zijn voor de onderdrukking van de studentenopstanden in 1989, heeft zijn schuld onlangs geprobeerd af te schuiven op Deng. In een recent artikel in het communistische tijdschrift Op Zoek naar de Waarheid schrijft Li: ,,Met de onverschrokken visie van een groot revolutionair en politicus heeft kameraad Deng Xiaoping samen met andere oude kameraden vastbesloten, met kracht en zonder uitstel zijn steun verleend aan de vastberaden maatregelen die de partij en de regering genomen hebben.''

De huidige Chinese leiders willen liever geen discussie over dit uiterst gevoelige onderwerp, en het Hongkongse tijdschrift Yazhou Zhoukan meldde eerder dit jaar dat China's huidige president Hu Jintao publicatie van de memoires van Li Peng verboden zou hebben, omdat die politiek te omstreden zouden zijn.

Dan maar liever uitgebreid aandacht voor Deng als architect van China's nieuwe welvaart, en als de man die China na de dood van Mao openstelde voor buitenlandse invloeden. Het zijn vooral die aspecten die nu in de Chinese media naar voren komen.

Deng handelde bij zijn zoektocht naar nieuwe welvaart voor China steeds zeer pragmatisch. De vraag of die nieuwe welvaart ook tot politieke hervormingen zou moeten leiden, heeft hij daarbij goeddeels voor zich uit geschoven. Eerst moest er voor zo veel mogelijk mensen zo veel mogelijk welvaart worden gecreëerd, waarbij het onvermijdelijk was dat sommigen sneller rijk zouden worden dan anderen.

Nu, zeven jaar na de dood van Deng, lijkt China niet alleen met het economisch profijt, maar ook met de ideologische brokken van Deng's pragmatisme te zitten. In de Chinese media wordt de vraag gesteld wie de Chinese overheid op het moment eigenlijk precies vertegenwoordigt, en of nog wel gezegd kan worden dat de communistische partij `de brede massa van het volk' dient.

Er is een relatief kleine groep die goede banden met de overheid cultiveert om zo vooral voor zichzelf nieuwe welvaart te kunnen scheppen. Maar wie beschermt de belangen van gewone boeren en stadsbewoners die door projectontwikkelaars van hun land en uit hun huizen worden verdreven?

De studenten trokken in 1989 niet zozeer naar het Plein van de Hemelse Vrede om `democratie' te eisen, maar om de toenemende corruptie binnen de Chinese overheid aan de kaak te stellen. Nu, vijftien jaar later, vormt die corruptie nog steeds een ernstig probleem.

Vraag is of die corruptie wel effectief aan de kaak gesteld kan worden zolang er geen werkelijk onafhankelijke toezichthoudende instanties zijn, en zolang er geen persvrijheid is.

Volgende vraag is dan of er wel onafhankelijk toezicht mogelijk is in een éénpartijstaat, waar de bevolking nooit de kans krijgt om de communistische partij voor die corruptie af te straffen en weg te stemmen.

Veel Chinezen lijken de autoriteit van partij en regering niet alleen te accepteren bij gebrek aan alternatief, maar ook omdat de overheid nog steeds genoeg nieuwe welvaart weet te scheppen, hoe ongelijk die ook is verdeeld. Elke arme boer kan in elk geval de hoop blijven koesteren dat hij, als hij maar goed zijn best doet, vroeg of laat toch in die welvaart zal kunnen delen.

Maar wat gebeurt er als de welvaartsgroei terug zou lopen? Die vraag is actueel geworden nu China probeert om het tempo van de groei te remmen, omdat men bang is voor oververhitting van de economie. Als die afkoeling niet geleidelijk genoeg gaat, dan heeft de bevolking weinig reden meer om de overheid en de partij te blijven steunen. De partij ontleent haar legitimiteit namelijk niet meer aan een communistische ideologie, maar aan feitelijke successen, vooral op economisch vlak. Dat is een direct gevolg van de pragmatische koers die Deng na de dood van Mao is ingeslagen, en dat is misschien wel de belangrijkste erfenis van Deng Xiaoping.