Hollands dagboek

Josie Lloyd (35) & Emlyn Rees (33) schrijven samen boeken, zijn getrouwd en wonen met hun twee dochtertjes in Londen. Samen schre- ven zij bestsellers als Heb mij lief en Blijf bij mij. Vaste ingrediënten in hun werk zijn span- ning en romantiek. Hun vijfde roman, Familie- zaken, verscheen afge- lopen week. Voor de promotie waren zij in Vlaanderen en Nederland.

Donderdag 12 augustus

Twee dagen geleden lagen we te zonnen aan een zwembad hoog in de bergen op Mallorca en luisterden we naar het hypnotische geluid van de cicaden in de olijfgaarden. Maar vandaag zijn we weer in een verregend Notting Hill en luisteren we naar het geluid van politiesirenes en schreeuwende mensen voor het drukke café bij ons aan het eind van de straat. Er is nog een berg onbeantwoorde e-mails. Er zijn verzoeken van twee bladen om een stuk. Er is ook het schuldgevoel bij de notitie in ons eigen dagboek: VANDAAG AAN NIEUWE ROMAN BEGINNEN. Daar halen we een streep door, want we weten dat het er niet van zal komen. Het is dus niet zo vreemd dat we ons een beetje somber voelen. Tot overmaat van ramp zijn we doodmoe. Tallulah, onze dochter van vier, werd om vijf uur wakker met enorme koorts. Het is de eerste keer sinds een jaar dat ze ook maar iets mankeert. Is dit de voorbode van iets ernstigs in de komende week, vragen we ons af. Het zou ons niet verbazen. We vliegen zondag naar Antwerpen om voor te lezen op een openluchtfestival en gaan daarna vier dagen naar Nederland voor een promotietoer. Een van de onveranderlijke wetten van het universum (samen met de zwaartekracht en de kwantumtheorie) is dat kinderen altijd ziek worden als je naar het buitenland moet. Dat lijkt wel onderdeel van hun taakomschrijving (net als hele toiletrollen door de wc proberen te spoelen, doorlopend `waarom' vragen en natuurlijk het hart van hun ouders breken door te snel groot te worden...). We vragen ons langzamerhand af of het wel een goed idee is Tallulah en Roxie (onze andere dochter, die nu zeven maanden is) mee naar België en Nederland te nemen. De ouders van Emlyn hebben aangeboden om op te passen. Maar vier nachten bij onze kinderen vandaan lijkt ons te lang: we zouden hen te veel missen. Dus proberen we de moed erin te houden. Dat is tenslotte de beste opvoeding die we onze kinderen kunnen geven, nietwaar? Hen laten kennismaken met nieuwe mensen en nieuwe omgevingen. En het is maar een boekpromotie. Wat zou er nu mis kunnen gaan?

Vrijdag

Wat er allemaal mis zou kunnen gaan is uiteindelijk uitvoerig ons onderwerp van gesprek als we ergens in Soho gaan eten met Anna Maxted en Phil Robinson. Anna en Phil zijn allebei schrijver, en oude vrienden van ons. We wisselen verhalen uit over gênante publieke optredens. Anna is net terug uit Amerika, waar ze in een boekhandel heeft voorgelezen samen met de schrijver van Fight Club, Chuck Palahniuk. Anna vertelde met afgrijzen over de tweehonderd fanatieke, zwaargespierde en getatoeëerde fans van Palahniuk die haar in ongelovige verwarring aankeken toen ze uit haar nieuw boek een scène voorlas over de schoenen die haar hoofdpersoon zou moeten kopen om echt de aandacht van een man te trekken. Onze eigen litanie van gênante gebeurtenissen is lang en beschamend. Sinds Heb mij lief, het eerste boek dat wij samen schreven, hebben we champignonsoep gekookt op het Italiaanse MTV, zijn we op de Nederlandse tv door uw eigen geweldige Paul de Leeuw live ondervraagd over ons liefdesleven, zijn onze voeten gefotografeerd voor GQ Magazine (waarom precies weten we nog altijd niet) en hebben we een toespraak gehouden na een etentje van een groep winkeliers uit Wales (die voor het merendeel vishandelaar of slager bleken te zijn en geen van allen ook maar enig belang in onze boeken stelden). Maar het allerergste waren de twee minuten die Emlyn in 1999 op een podium in München door een groep Duitse journalisten en uitgevers was ondervraagd over zijn leven als kerstboomkweker in Noord-Schotland. Waarom het allerergste? Omdat Emlyn nooit kerstboomkweker is geweest. Of zelfs maar in Noord-Schotland is geweest. Omdat hij dat alleen maar als grapje tegen onze Duitse uitgever had gezegd en omdat hij nooit had gedacht dat we nog eens in Duitsland zouden worden uitgenodigd, laat staan dat hem voor een publiek naar zijn verzonnen verleden zou worden gevraagd...

Zaterdag

Het verhaal van de kerstboomkweker heeft een tweeledige moraal. Eén: vertel geen leugens; daar krijg je alleen maar spijt van. En twee: wees overal op voorbereid. Voorbereiding, daar gaat het vandaag dus om. Omdat we net van vakantie terug zijn, is elk kledingstuk dat we bezitten vuil. Josie heeft geen idee wat ze mee moet nemen. Een mogelijkheid is een broekpak – te warm misschien als het in Antwerpen heet is. Of een witte jurk – rampzalig als het regent (dan schijnt die volledig door). Emlyn, die vragen over dat soort belangrijke zaken niet kan verdragen, bedenkt dat hij naar een rugbywedstrijd in Twickenham moet gaan kijken en verdwijnt. Tallulah's voeten zijn de laatste tijd gegroeid en haar geliefkoosde slippers zijn versleten. Ze kan niet op blote voeten naar belangrijke uitgevers, ook al moppert zij van wel. Dus wordt ze die middag naar allerlei winkels meegesleept. Maar de koorts is tenminste gezakt.

Het is middernacht voordat we even rustig kunnen bepraten wat we op het festival in Antwerpen gaan voorlezen. We hebben een stuk dialoog genoteerd uit ons laatste boek, Familiezaken. Het is een ruzie en die lezen we door, maar wij zijn allebei hopeloze acteurs. Zal een publiek ons het extra zelfvertrouwen geven dat we nodig hebben?

Zondag

Nog een onveranderlijke wet van het universum is dat Roxie op het vliegveld altijd Josie onderspuugt. Ze is pas zeven maanden, maar ze heeft Josie al ondergekotst op Gatwick, Stansted, Dublin en Palma (tweemaal). Ondanks deze consequentie nemen wij altijd aan dat het niet weer gebeurt. Maar het gebeurt wel. Vandaag. Meteen nadat we onze bagage hebben ingecheckt. Zodat Jo zich niet meer kan verschonen. Als we in Brussel aankomen, ruiken we alsof we bij een exportfirma van yoghurt werken. Wij worden afgehaald door Chris, onze Belgische promotor, die ons naar ons hotel in Antwerpen rijdt. Het is moederdag in België, dus voelen we ons heel schuldig dat we haar hebben losgerukt van haar gezin. Maar ze is een en al bedrijvigheid. Dus gaan we regelrecht naar het park voor een geluidstest in het openluchttheater met het oog op het programma van die avond. Er hangen nog andere schrijvers rond – even nerveus, zo te zien. Jane Birkin, de hoofdattractie, kan elk moment arriveren. De organisatoren (drie broers) zijn ontspannen en innemend. We vinden het leuk dat ze iets doen waarbij ze boeken en muziek combineren. Het Britse uitgeversbedrijf is veel te drukdoenerig om zoiets zelfs maar te overwegen. Met de beklemmende verschrikking in het vooruitzicht om voor duizend mensen te moeten optreden, voelt Emlyn zich ten volle gerechtigd om zijn eerste pakje sigaretten in meer dan zes maanden te kopen. De avond is maar al te gauw aangebroken. We hebben oppas voor onze dochters en Tallulah wil per se opblijven om ons te zien optreden. Maar tot ieders afgrijzen heeft het publiek amper plaatsgenomen en is de eerste schrijver begonnen voor te lezen, of de regen komt met bakken uit de hemel. Het is een pandemonium. Mensen rennen naar de bomen om te schuilen. De regen maakt zo'n herrie dat het geluid uit de luidsprekers wordt overstemd. Een voor een komen schrijvers drijfnat en mismoedig terug in de coulissen. En dan is het onze beurt. Het belachelijke is alleen dat we voorlezen uit een scène in Familiezaken die speelt op een warme dag aan de Middellandse Zee... Maar het publiek is fantastisch en hoe onwezenlijk de avond ook is, op een gekke manier is het allemaal ook leuk. Maar naderhand is Tallulah in de war. Waarom hadden wij woorden, wil ze weten. Waar ging die ruzie over?

Maandag

In Amsterdam logeren we in hotel Ambassade op de Herengracht. We hebben daar al vaak gelogeerd en het onthaal is geweldig. Emlyn draait wat zomerdeuntjes op de iPod en eindelijk komen we even tien minuten tot rust voordat we er met de kinderen op uit gaan. De zon breekt door, en we zwerven door de stad en kijken op door al die prachtige hoge ramen, benieuwd wie daarachter wonen en werken. Het is altijd een genoegen om hier te komen, want het is ongetwijfeld een van de levendigste en meest kosmopolitische steden op de wereld. Het is net Babel, want aan elk cafétafeltje dat we passeren wordt een andere taal gesproken. We voelen ons zeer thuis. We gaan langs bij onze uitgever, Archipel. Het is fantastisch om iedereen weer te zien en hen allemaal voor te stellen aan Roxie en de nieuwe, verbeterde `Weet u dat ik vier ben?' Tallulah. De Nederlandse uitgave van Familiezaken ziet er prachtig uit. Het boek beslaat meer dan vijftig jaar en springt heen weer tussen 1953 en 2003, dus we vinden het leuk dat het omslag ons doet denken aan de presentatievideo van A Little Less Conversation van Elvis, uitgebracht om het 50-jarig bestaan van zijn muziek te vieren. We signeren een aantal boeken voor de boekenclub en maken intussen een praatje. Dan gaan we naar een café, waar we vroeg eten.

Dinsdag

Tallulah heeft het vandaag makkelijk. Onze redactrice Elsa, die een dochter van dezelfde leeftijd heeft, is zo vriendelijk vandaag met hen naar de dierentuin te gaan. Wij hebben daarentegen een reuze drukke dag. Wij hebben 's ochtends een paar interviews met kranten en tijdschriften. De gestelde vragen gaan over Familiezaken, maar ook over hoe wij elkaar hebben leren kennen en hoe het is om zelf een gezin te vormen. Remco, die over de publiciteit gaat en die ongelooflijk in de weer is geweest om alles te organiseren – van persinterviews tot plastic tasjes bedrukt met het boekomslag – heeft bezoekjes aan boekhandels in Rotterdam en Den Haag voor ons geregeld. Onze uitgever Petra gaat ook mee. Het lijkt gekkenwerk om steden met een cultureel belang als Rotterdam en Den Haag in tijd van een paar uur te bezoeken, maar meer tijd hebben we niet. En het zijn welbestede uren. Van voorlezen op festivals krijgen we de zenuwen, maar ontmoetingen met lezers vinden we echt leuk. Het is altijd goed (en nuttig) om te horen wat mensen van onze boeken vinden en te ontdekken wat hun er wel en niet in bevalt. En het is ook goed als onze lezers een gezicht krijgen. Dat maakt het allemaal zo veel echter. Wij zijn op tijd in Amsterdam terug om bij te praten met de kinderen en Tallulah voor het slapen nog wat voor te lezen. Onze dochters lijken beiden heel gelukkig en we zijn nu echt blij dat we hen hebben meegenomen.

Woensdag 18 augustus

Wat een idiote dag blijkt dit te zijn. Een paar interviews worden gevolgd door twee fotosessies. Esther van onze uitgeverij houdt knap de meisjes bezig en ze hebben zoveel pret dat ze niet klagen dat er een fototoestel op hen wordt gericht. Het is heel uitzonderlijk dat we hen bij onze publiciteit betrekken. Thuis doen we dat nooit, maar in het buitenland voelt het niet zo als een inbreuk. Zodra de slimme fotograaf Vincent weg is, holt Josie naar de drogist om de luiervoorraad aan te vullen. Tallulah gaat met haar mee en kijkt verbaasd haar ogen uit. ,,Mooie winkels, mam'', merkt ze op, en blijft als een zeventienjarige voor etalages hangen, maar nu zij zin heeft om te winkelen is daar natuurlijk weer geen tijd voor. Terug in de tuin van de uitgeverij hebben we een tv-interview. Niemand lijkt onder de indruk van deze prachtruimte achter de werkkamers, maar wij staan versteld. Waarom hebben ze daar geen leesfauteuils, en ook geen bureaus? We worden geïnterviewd door Nova over chicklit. Nadat we eerst zijn beschouwd als komedieschrijvers en daarna als chicklit-schrijvers – maar in Engeland allang niet meer zo worden gezien – doen we ons best de vragen behulpzaam te beantwoorden.

Terug in het hotel kijken we uit het raam en weten niet wat we zien. Een oude Amsterdamse schuit, `De Hoop op Behoud', legt bij hotel Ambassade aan. En dat is helemaal voor ons. Of voor het boek, tenminste. Omdat dit de tewaterlating van Familiezaken is... letterlijk. Tallulah springt opgewonden in het rond, net als wij. Aan boord is een buffet en er heerst een feestelijke sfeer als we met de filmploeg en een aantal journalisten van wal steken. Op de boot worden we geïnterviewd door Susan Smit. Ze heeft ons boek gelezen en stelt ons meteen op ons gemak. Tallulah en Roxie zijn van vermoeidheid in diepe slaap gevallen als we weer aanleggen. We willen de boot niet meer af, maar in het hotel wacht Viva al. We installeren de meisjes boven bij Remco en vertrekken naar het interview, waarbij we onderweg een pilsje bestellen. We betwijfelen of de journaliste dat erg zal vinden en als ze ons begroet, blijkt dat niet het geval. Dit is tenslotte Amsterdam en het is beer o'clock...

Vertaling Rien Verhoef