God en Geschiedenis

Na de val van de Berlijnse Muur overheerste een optimistische stemming over het humanistische verloop van de geschiedenis. De vijand was verslagen en de democratie en de cultuur van de mensenrechten hadden gewonnen. De standbeelden van Lenin en Stalin, de grote leiders van het proletariaat, de Mensheid en de Geschiedenis, werden naar de naamloze kerkhoven gebracht. Toen kwam de tijd van gerechtigheid: de dissidenten, de zogenaamde spionnen van het kapitalisme, werden erkend als de helden uit de Europese geschiedenis. Milan Kundera, Josef Brodsky, Anna Achmatova en Václav Havel zijn enkele namen die de strijd en het lijden van de miljoenen mensen tegen het links-totalitarisme symboliseren.

Een groot deel van de westerse intelligentsia was toentertijd echter niet bereid geweest deze helden te ondersteunen. Uiteraard was de links georiënteerde intelligentsia vooral aan het flirten met de linkse fascisten in Cuba of in de Sovjet-Unie. Het is ook lachwekkend dat deze intellectuelen zich afficheerden met het anti-fascisme.

Kundera formuleerde de kern van de strijd tegen het totalitarisme als volgt: De strijd van de mens tegen de macht is de strijd van het geheugen tegen de vergetelheid. De georganiseerde vergetelheid is een essentieel kenmerk van het totalitarisme, waarbij de machthebbers trachtten de ware gebeurtenissen en de namen van mensen, kortom de waarheden, definitief uit te wissen. Vergetelheid, al dan niet georganiseerd, is een wezenlijk kenmerk van het nihilisme. Ook is zelfvergetelheid een manier om in een leugenachtige wereld, bijna een fantasiewereld, te kunnen leven.

Niemand dwingt je te vergeten, maar je doet het zelf. Daardoor wordt de wereld vager en valt het vermogen weg om nog een onderscheid te maken tussen mooi en lelijk, goed en slecht, recht en onrecht, en tussen beschaving en barbarij. De in vergetelheid geraakte Europeaan durft niet meer te kiezen, per slot van rekening is alles in zijn ogen toch hetzelfde.

Nu, zo plotseling, het voormalig verzet in Oost-Europa de gerechtigheid aan zijn zijde blijkt te hebben, haat de euro-nihilist de idealen. Alles is ineens even slecht of even mooi. Doordat men het vermogen om te onderscheiden heeft verloren, kan men ook niet langer op een zinnige wijze kritisch zijn. Want kritiek is voornamelijk gefundeerd op het vermogen om zaken van elkaar te scheiden. Het onderscheiden betekent dan ook vaak het maken van een keuze. Waarom zou de Europese intellectueel zo bang zijn voor het maken van keuzes?

Een belangrijk deel van de West-Europese intellectuelen heeft tijdens de Koude Oorlog gewoon de verkeerde keuzes gemaakt. En het huidige adagium van deze intellectuelen luidt nu: geen keuze is de beste keuze.

De oorzaken hiervan liggen niet besloten in de mogelijke slechtheid of domheid van deze westerse intellectuelen. Intellectuele ziektes hebben intellectuele oorzaken. Het heeft voor een belangrijk deel te maken met het begrip geschiedenis.

In navolging van de negentiende-eeuwse links-Hegelianen Karl Marx en Friedrich Engels dachten de twintigste-eeuwse totalitaristen de gang der geschiedenis te hebben begrepen. Men achtte zich in staat het begin en het einde van de geschiedenis aan te duiden. Het bestaan van de mens op deze aarde behoorde plotseling niet langer tot hetzij de geheimen van God hetzij de geheimen der natuur. Deze Europese intellectuelen promoveerden zichzelf tot de apostelen van het Opperwezen. Dit Opperwezen was uit het niets voortgekomen: creatio ex nihilo. Voor de ogen van de linkse apostelen trok de geschiedenis van de mensheid als een totaal schaduwspel voorbij. De filosoof Karl Popper noemt dit een revolutie tegen God, waarbij God werd vervangen door het begrip geschiedenis. De totalitaire God heette dan de Geschiedenis.

De geschiedenis was een voorspelbare aangelegenheid. Wie deze voorspelbare geschiedenis bekritiseerde, was de vijand van de geschiedenis: de spionnen van de CIA en het grootkapitaal. En omdat de linkse apostelen rechtstreeks inzicht hadden in het verloop van de geschiedenis, waren ze zeker van een positieve waardering en beoordeling door het nageslacht. Links was zeker van zijn zaak en was niet bereid in het onzekere te geloven, laat staan te luisteren.

De Berlijnse Muur valt en daarmee valt de goddelijke geschiedenis. De spionnen van de CIA mochten in de voormalige totalitaire landen het roer overnemen. De geschiedenis was dood. Voor de tweede keer werden in Europa de klokken geluid voor een gestorven God: God ging in 1989 weer dood.

Met het verdwijnen van het totalitaire nihilisme is slechts een agressieve vorm van het Europees nihilisme ten grave gedragen. Europa is nog steeds een broeinest van het nihilisme. Het posttotalitaire nihilisme van Europa mondt nu uit in onverschilligheid. Nu de Geschiedenis als God niet meer bestaat, bestaat er helemaal geen geschiedenis meer. Want er is niets meer dat aan deze Europeanen de eeuwige zekerheid kan bieden: Hamas en Israël; Bush en Bin Laden, Saddam en Blair, ze zijn allemaal hetzelfde. Zo kan Michael Moore die echt de ziel van de Europese nihilisten doorheeft, met een leugenachtig, manipulatief filmpje over president Bush voor een politiek orgasme zorgen bij de linkse, kunstzinnige euro-nihilisten. Hij had immers een slimme posthistorische boodschap: Hé, Europa, B is gelijk aan B en B, Bush is gelijk aan Blair en Bin Laden!

En de euro-nihilist die geen verschil ziet tussen vóór en ná Saddam, of tussen vóór en ná de Talibaan, leeft inmiddels in een a-historisch Jurassic Park. Dat laatste scheen erg gevaarlijk te zijn. Volgens de Mexicaanse dichter Octavio Paz is de mens echter niet alleen het resultaat van de geschiedenis, evenmin is geschiedenis het resultaat van de menselijke wil (zoals menige Noord-Amerikaan gelooft). De mens is niet in de geschiedenis, hij is geschiedenis, aldus Paz. Natuurlijk met alle risico's en onvoorspelbaarheden van dien. Zou het nihilisme in dit terreurseizoen ons noodlot worden?