Geheugensteuntje maakt vaccins mogelijk effectiever

Een vaccin werkt beter als na de prik ook het gen Spi2A in actie komt. Het eiwit dat door het gen wordt gemaakt zorgt ervoor dat er meer geheugencellen die zich het vaccin herinneren in het lichaam aanwezig blijven. Geheugencellen zorgen ervoor dat een infectie met ziekteverwekker waar het vaccin tegen beschermt slagvaardiger wordt bestreden.

Vaccinaties werken dank zij het creëren van zo'n `immunologisch geheugen'. Zodoende zou de ontdekking van de functie van Spi2A, door immunologen van de universiteit van Chicago, het effect van inentingen kunnen verbeteren. Een beter geheugen kan wellicht ook chronische infecties en kanker beter bestrijden (Nature immunology, online 15 aug).

Bij een infectie met een virus of ander Fremdkörper mobiliseert het afweersysteem grote aantallen gespecialiseerde witte bloedcellen om de infectie te bestrijden. Zodra dat is gebeurd, worden deze cellen grotendeels afgebroken. Vijf tot tien procent van het totaal resteert en staat `op wacht'. Die wachtposten heten T-geheugencellen. Zodra ze een hun bekende bedreiging signaleren mobiliseren ze een rapid intervention force van andere T cellen om met de vijand af te rekenen. Van dit mechanisme wordt handig gebruik gemaakt bij vaccinaties. Door iemand expres te besmetten met krachteloze of dode virussen, of zelfs maar een stukje daarvan, worden alvast de wachtposten geïnstalleerd die kunnen optreden tegen bedreigingen die zich nog niet hebben voorgedaan, maar mogelijk op de loer liggen.

De onderzoekers in Chicago richtten zich op de vraag of het mogelijk is om het aantal T-geheugencellen te vergroten door ervoor te zorgen dat er minder verdwijnen na een eenmaal doorgemaakte infectie. Daarvoor gingen zij in T-cellen van muizen op zoek naar de genen die het verschil uitmaken tussen de geheugencellen en de cellen die `afzwaaien' als de strijd gestreden is. Dat was monnikenwerk, want er waren ongeveer 11.000 kandidaten. Uiteindelijk kwamen zij uit op Spi2A (serine protease inhibitor 2A) dat de afbraak van eiwitten remt. Die afbraak is een van de processen die aan het afsterven van de gewone T-ellen ten grondslag ligt. In de achtergebleven geheugencellen kwam dit gen aanzienlijk beter tot expressie dan in de later verdwijnende T-cellen. Onderzoeksleider Philip Ashton-Rickardt hoopt nu kleine eiwitten te kunnen ontwikkelen die de werking van Spi2A imiteren. Deze zouden dan aan vaccins toegevoegd kunnen worden en hun werking versterken. Bovendien vermoedt hij dat er naast Spi2A nog meer genen zijn die een vergelijkbare werking hebben. Dat maakt het denkbaar dat er cocktails van kleine eiwitten te bedenken zijn die de werking van het immuunsysteem aanzienlijk kunnen versterken.