Gebrek aan huisvesting voor kerken in Amsterdam

In een artikel over kerkgenootschappen in Amsterdam-zuidoost sprak Jan de Jonge (Stichting Interkerkelijk Nieuwkomers Steunpunt) over `zwartjes', verwijzend naar migranten die bij hem te rade kwamen bij hun zoektocht naar huisvesting voor hun kerkgenootschappen (NRC Handelsblad, 9 augustus).

Het past De Jonge (`deskundige en voorvechter van migrantenkerken') niet om zo respectloos te spreken over mensen. In plaats van een al te grote broek aan te trekken, zou De Jonge zich moeten schamen dat mede door zijn toedoen zes kerkgenootschappen op straat komen te staan. Hij beweert dat dit komt doordat er in de kerkgenootschappen geen Surinamers of Antillianen zitten, die in tegenstelling tot Ghanezen buiten de kerk wél hun mond durven te roeren. De praktijk toont het tegendeel: er zijn in Amsterdam namelijk ook gemengde kerkgenootschappen, mét Surinamers en Antillianen die de grootste moeite hebben om huisvesting te vinden.

Het gebrek aan huisvesting voor kerken is deels te wijten aan het stadsdeelbestuur dat bij het maken van de vernieuwingsplannen onvoldoende rekening met hen heeft gehouden. Deels zijn de kerkgenootschappen ook zelf schuldig, want door interne afsplitsingen neemt hun aantal en daarmee dus ook de druk op de schaarse ruimte almaar toe. Veel kerkgenootschappen sparen nu voor een eigen gebouw, maar dat lukt amper door de enorm hoge bedragen (tussen 4.000 en 17.000 euro) die zij maandelijks aan particuliere verhuurders betalen. Kerkgenootschappen van migranten leveren een positieve bijdrage aan de leefbaarheid in Amsterdam-zuidoost en alleen al daarom moet er zo snel mogelijk een einde komen aan deze absurde praktijken.