Duvelduvel

Op hun zesde cd Aap-O-Theek heeft het Rotterdamse rap-trio Duvelduvel een lange adem. Maar liefst twintig nummers namen ze op, met uitgesponnen teksten die doorreutelen als een defecte spoelbak. Is dat leuk? Soms. Aap-O-Theek heeft veel voordelen maar ook een paar missers. Sterk zijn de titel en de duistere sfeer van de beats, en van de voordracht door rappers Duvel, Supadupah en Rein de Vos.

Want anders dan veel Nederlandse rappers die tegenwoordig rap combineren met soepel gezongen refreinen, zoals Raymzter, Ali B en Lange Frans & Baas B, houdt Duvelduvel zich aan de underground-stijl van nummers die bestaan uit bijna ononderbroken raps en een enkele drumbreak. En anders dan de zwierige bombast van strijkers en blazers van veel anderen, gebruikt Duvelduvel knorrende synthesizers en angstaanjagende geluidseffecten om hun verhalen te omlijsten.

Deze sombere stijl doet meer denken aan het New Yorkse Cannibal Ox dan aan het optimistische geluid van de Nederlandse collega's. De raps hebben een onbestemde grotestadsgrauwheid waarin effectief gekankerd wordt over geldgebrek en lastige vrouwen, maar de Duvels zijn niet zo scherp als je op grond van hun naam zou verwachten. Sterke nummers zijn het swingende Wie Is Ut en de opener Eigen Shit.

Duvelduvel. Aap-O-Theek (Top Notch)