De prins

,,De beste Spelen ooit'', kraaide Willem-Alexander als een volmaakte IOC-bobo. Hij zei wat Juan Antonio Samaranch zijn hele leven bijna overal ter wereld heeft geroepen. In Seoel, in Barcelona, in Sydney, alles was van het beste. Hem maakte het niet meer uit. Juan Antonio was immers bij geboorte bejaard, dan heb je recht op puddingtaal. Als koninklijke jeune premier zou je gebruik kunnen maken van een andere vocabulaire. Om maar iets te noemen: eer in Griekenland de vrouwen van Athene als godinnen die overeind zijn gebleven in de seculiere holocaust van de hemel.

Wees mens, geen IOC-er.

Ik meende de voorbije week iets terug te zien van het `oud zot' bij de kroonprins. Zoals hij weer stond te dansen voor de Nederlandse volleyballers en, later, in de bezwete nek van Inge de Bruijn en Leontien van Moorsel ging hangen: nee, Atlanta was niet zo ver weg. Willem-Alexander had zijn oude lichaam terug. Pils in de organen.

Het mooie liedje was van korte duur. Op een avond zat hij bij Mart Smeets. Andere lichaamstaal, andere woorden, andere oogopslag. Protocollair bestorven raffelde hij in slowmotion nietszeggende zinnen af als: ,,Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat het hier zo leuk zou zijn.'' Hij vond iedereen geweldig. Leontien en Inge natuurlijk, maar ook Mia Audina en `onze kajakkers'.

Onze?

Kom op W-A, buiten de slipstream van het koninklijke jacht ben je nog nooit door een golfslagje belaagd, laat staan bereikt. Het sergeantengebroed staat 24 uur per dag klaar om iedere regendruppel, die uw achtbare hoofd zou kunnen teisteren, te weren. Catenaccio par excellence, tot in de strijd met de elementen toe.

Europees hooghartig was hij ook, onze kroonprins. Wat zei het IOC-lid? Hij zei:,,Ik ben zeer bezorgd geweest of de Griekse hoofdstad op tijd klaar zou zijn voor de Spelen.'' Dat zegt iemand die elke dag kan ervaren dat het metrostelsel in Amsterdam een bordeel is, terwijl het in Athene functioneert als een accordeon. Maar ja, wat weet Willem-Alexander van een ondergrondse in de polder? Hij is er nooit geweest.

Er is iets raars aan de hand met onze kroonprins. In Nederland hoor je hem alleen op een watercongresje. In Athene spreekt hij over natievorming, over doping en corruptie, zowaar over binnenstadsvernieuwing, over alles. Dat er in Irak een Nederlandse militair is gesneuveld, was dan weer niet aan hem besteed. Althans, bij Mart Smeets zat hij gebeiteld in een onversneden halleluja-stemming. Hoezo rouw? Het verbaasde me zeer dat hij de presentator niet had nagebootst in het dragen van het gele armbandje van Lance Armstrong. Hoe dan ook, zo camerageil had ik W-A in geen jaren gezien.

We hebben weer een heuse televisieprins. Nu eens niet gebalsemd door de zachte kussentjes van Maartje van Weegen. Eerder een hossende fantoom, snit Holland Heineken House. Waar Grieken, gezien hun respect voor de heer en mevrouw Zeus, zich niet gauw zullen vertonen. Waar de door Philips ingehuurde Guus Hiddink zichzelf probeerde te verbergen achter een mooie Surinaamse vrouwenrug. Beschaamd om de orgie van bezopen folklore als hij was. In dat Holland Horror House triomfeerde onze kroonprins als vanouds.

Van mij mag het, maar zwijg dan over doping en corruptie. Al helemaal over mentale malversaties. Sport zou voor koningskinderen een prachtig boetekleed kunnen zijn, helaas, ze maken er altijd hun eigen feestgewaad van. Ze kronen zich in het zweet hun aanschijns met een vanzelfsprekendheid die je vroeger alleen in verdachte regimes verwachtte.

Na Athene 2004 ben ik er meer dan ooit van overtuigd: Nederland mag dolgelukkig zijn dat het een koningin heeft. Een dame die zich niet laat zoenen, geen aanvechting kent om in de nek van onderdanen te hangen, geheel testosteronvrij in het hoge ambt staat.

Ik hoor dat Willem-Alexander veel van zijn vader heeft gehouden. Van de colossus in beschaving en verdriet. In Athene was hij niet bepaald een zoon van zijn vader. Niet eens een aristocraat, eerder een paljas, met een gekarteld gevoel voor de lucratieve charme van zijn alter ego: Mart Smeets.

Zou dat dan ook het gevoel van de natie zijn?

De door minister De Geus zo geplunderde onderburger moet van een andere charme dromen. Van oprecht medeleven, misschien.