...de krant antwoordt

Gelukkig is het Stijlboek NRC Handelsblad niet geheim maar gewoon te koop in de winkel of via www.nrc.nl, waar ook de belangrijkste journalistieke normen en waarden zijn samengevat. De vraag van de lezer over `human interest' en hoever de redactie daarin mag gaan, wordt er overigens niet behandeld. Er bestaat wel een lemma privacy, maar dat beperkt zich tot de vraag wanneer de krant mag schrijven over privéomstandigheden van publieke personen. Het onderwerp `human interest' is op de redactie betrekkelijk onomstreden, hoewel dat niet altijd zo geweest is. Van oorsprong is de krant rationeel ingesteld. Wie op de site in het eerste hoofdartikel met `Onze beginselen' uit het fusiejaar 1970 zoekt naar de zachte kant van het nieuws komt bedrogen uit. De lezer wordt alleen onthuld dat de redactie ,,in de vrije ontplooiing van de gaven die in de individuele mens verborgen liggen, het hoogst bereikbare ideaal'' ziet. Daarmee wordt vooral gedoeld op diens intellectuele gaven. Voor het overige belooft de redactie de lezer feitelijk, onbevooroordeeld, nuchter en vooral ,,zo onversneden mogelijk'' te informeren. De lezer wordt gezien als een individu dat ,,bereid is na te denken'', redelijk is, openstaat voor andere meningen maar overigens zelf weet wat het beste voor hem is. Kortom, een koele en zakelijke benadering; niet zweven, maar voeten op de grond. Er wordt in dat eerste hoofdartikel zelfs nog wat geknord op ,,irrationele verschijnselen'' die in die jaren ,,op modieus applaus'' konden rekenen.

Die nuchtere, objectiverende kijk is nog altijd het hoofdkenmerk van de krant. Maar er is in de loop der jaren toch ook journalistieke belangstelling gegroeid voor menselijke drijfveren, voor gevoels- en identiteitskwesties, voor passie en persoon. Europese eenwording beschrijven we op de buitenlandpagina nu ook aan de hand van 25 familieportretten waarin burgers uit de lidstaten vertellen over hun emotionele band met elkaar, hun land en hun geschiedenis. De journalistieke meerwaarde zit in de herkenbaarheid en het haast sociale, particuliere karakter van zo'n serie. Je leert mensen kennen zoals je buren in de straat leert kennen; een journalistieke metafoor voor wat er in de grote wereld gebeurt. Dat is ongeveer het uitgangspunt voor `human interest' in de krant – het moet wel ergens over gaan, het moet betekenis toevoegen, inzicht geven in een maatschappelijk fenomeen. Er moet een goede journalistieke aanleiding zijn – bij de serie `Wisseling van de Wacht' wordt die gevonden in de `nieuwe' generatie bestuursvoorzitters die na de welvarende jaren '90 aantraden om de gevolgen van de tegenvallende conjunctuur op te vangen. Gemeenschappelijke focus: zijn dat mensen met andere eigenschappen, karakters, wensen of verlangens? Persoonlijker dan dat behoeft zo'n interview niet te worden. Van `human interest' verhalen in de krant louter uit menselijke nieuwsgierigheid ben ik zelf niet zo'n voorstander. Tijdschriften laten de teugel daarin vrijer, hoewel ik Opzij nog wel een blad met een eigen journalistieke missie vind.

Bij columnisten, of ze nu de opiniepagina of in de Levenbijlage staan ligt het net iets anders – zij bedrijven strikt genomen geen journalistiek, maar worden gevraagd om hun deskundigheid of belangstelling, maar ook om hun persoon.

Een columnist moet letterlijk iets te vertellen hebben; alleen `mensgericht' zijn is te weinig. Marjoleine de Vos vind ik dan ook om andere redenen boeiend. De jongerencolumns van Spunk zijn eigenlijk een tussenvorm. Zij bieden bij elkaar een journalistiek zelfportret van een jongere generatie. Vaak verrassend goed geschreven, soms rauw en confronterend. Maar journalistiek heel functioneel. Op de redactie is er nooit enig debat over geweest.