Appelsap in plaats van een plasje

Medisch gezien loopt niet alles op rolletjes in Athene. Teamarts De Vries ziet veel misgaan. ,,Het duurde ruim een uur voordat Michael Boogerd in het ziekenhuis was. Een uur!''

Tjeerd de Vries (39) spreken is het probleem niet, wel om een moment te vinden waarop. Als teamarts en medisch coördinator van Nederland bij de Olympische Spelen moest hij op het moment van de afspraak plotseling aanwezig zijn bij dopingcontroles die zoals te doen gebruikelijk uitliepen. Want plannen kunnen de Grieken niet, vindt De Vries. En er gaat regelmatig wat mis, heeft hij ervaren. ,,Ze hebben een hiërarchische manier van werken, er zit overal een baas boven baas; het is checken en dubbel checken, korte lijnen kennen ze niet.''

Dat bij aankomst een muur in de appartementen niet bleek te zijn gemetseld is vervelend, omdat de medische ruimte nu is afgeschermd met kartonnen dozen. Maar daar is mee te leven. En ach, als privacy in het geding is, kan naar de kamer van de sporter worden uitgeweken. Die zaken heeft de Nederlandse teamarts, die werkzaam is op het Sport Medisch Centrum Papendal, zelf in de hand. Vervelender is het als gewonde sporters het slachtoffer worden van nalatigheid en bureaucratie, zoals de Nederlandse teamarts heeft meegemaakt bij valpartijen van de wielrenners Michael Boogerd en Leontien van Moorsel.

De Vries kan zich nog opwinden over het amateurisme van het ambulancepersoneel, ook al is Boogerd weer thuis om te revalideren en heeft de herstelde Van Moorsel inmiddels goud gewonnen in de tijdrit. Hij gaat zeker een klacht indienen bij de organisatie. De Vries: ,,Het duurde sowieso al een kwartier voor beiden van het parkoers waren verwijderd. En in het geval van Boogerd duurde het nog eens een uur voor hij in het ziekenhuis was. Een uur! Dat is toch dramatisch. Je moet er niet aan denken dat zijn situatie levensbedreigend zou zijn geweest. De chauffeur wist gewoon de weg niet. We hebben bij twee ziekenhuizen voor een dichte deur gestaan, pas bij de derde kon hij terecht. En dan te bedenken dat we al in Nederland via een zorgverzekeraar afspraken hadden gemaakt met een privé-kliniek in Athene; daar zouden gewonde Nederlandse sporter heengebracht worden. Het was evenwel onmogelijk om de ambulance daar te krijgen, omdat het personeel dan het protocol zou doorbreken. En procedures zijn hier heilig, heb ik inmiddels gemerkt.''

Eenmaal in het ziekenhuis bleek de kwaliteit van de zorg mee te vallen. ,,Vanaf dat moment verliep alles netjes'', aldus De Vries. ,,Ik moest wel twaalf artsen van zijn bed houden en iedereen stond klaar met een pijnstiller, maar na enige overleg was er goed samen te werken. Achteraf viel de schade mee. Hij bleek geen scheur in zijn schouderblad te hebben, zoals ik had gevreesd, maar wel drie zwaar gekneusde ribbben. Hij is de drie weken uit de roulatie, maar zijn deelname aan de wereldkampioenschappen in Verona komt niet in gevaar.''

Bij Van Moorsel had De Vries, die ook de nationale selecties van de wielrenunie begeleidt, inmiddels zijn lesje geleerd. Toen zij een dag later eveneens was gevallen en naar een ziekenhuis vervoerd dreigde te worden, heeft de arts de gewonde wielrenster hoogstpersoonlijk uit de ambulance laten halen. ,,Ik had aan de rand van het parkoers al de diagnose gesteld dat zij niets had gebroken en aanvullend onderzoek overbodig was. Ik heb Van Moorsel toen naar een tent achter de finish laten brengen. Nee, dat ging niet zonder slag of stoot. Het ambulancepersoneel weigerde aanvankelijk mee te werken en was flink ontdaan dat ik de beslissing via hun superieuren forceerde.''

De Vries bleek de aard van Van Moorsels blessures goed te hebben ingeschat, want drie dagen na haar val, die er op de televisie nogal ernstig uitzag, won ze de gouden medaille in de tijdrit. Is er in die tussentijd een mirakel gebeurd? De Vries, minzaam lachend: ,,De verwondingen vielen mee. Ik had alleen enige zorg over haar hoofd. Er was een renster in volle vaart tegen Van Moorsel opgereden en ik kon pas na een nacht slapen vaststellen of ze een lichte hersenschudding had opgelopen. We hebben haar laten slapen met een wekadvies, maar de volgende dag was al duidelijk dat er niets aan de hand was. De fysiotherapeut heeft haar vervolgens met intensieve behandelingen fit gekregen voor de tijdrit.''

De ribkneuzingen van Boogerd en de kneuzingen bij Van Moorsel zijn vooralsnog de enige ernstige medische klachten geweest. Lichte kwaaltjes niet meegerekend zijn alle andere leden van de Nederlandse olympische ploeg fit. De Vries is drukker met het begeleiden van sporters bij dopingcontroles, die sinds de invoering van de antidopingcode per 1 augustus in aantal zijn toegenomen. En daar kwam voor aanvang van de Spelen op gezag van het Internationaal Olympisch Comité nog een longtest bij voor atleten die een medisch attest hebben voor inspanningsastma en daar de spray `ventolin' voor gebruiken, een middel dat op de lijst van verboden middelen staat. ,,Dat zijn er in onze ploeg een twintigtal'', vertelt De Vries. ,,Ze zijn weliswaar allemaal door die test gekomen, maar het betekende wel extra werk. En dat was nogal omslachtig, omdat je het gebruik tijdelijk moest staken en naar het ziekenhuis moest. Bovendien zijn de regels streng. Je moest een duidelijk indicatie hebben om door het IOC geaccepteerd te worden.''

Afgezien van de slechte planningen is De Vries tevreden over de afhandeling van dopingcontroles. Hij is alleen sceptisch over de opsporing van het groeihormoon HGH, waarvan het wereldantidopingbureau WADA en het IOC beweren over een waterdichte detectiemethode te beschikken. De Nederlandse arts heeft daar zijn gerede twijfels over. ,,Ik vind het zorgelijk dat de test nog niet officieel is gevalideerd; geen medisch tijdschrift heeft erover gepubliceerd. Wij hebben daarom het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken gevraagd dat uit te zoeken. Het is in zoverre juridisch ingekaderd, dat er op grond van de antidopingcode bloed voor onderzoek naar groeihormonen mag worden afgenomen; er is alleen geen richtlijn voor HGH toegevoegd.''

De Vries heeft sterk de indruk dat WADA en IOC sporters schrik hebben willen aanjagen. ,,Ik vergelijk de testen naar HGH met die naar epo bij de Spelen van Sydney, vier jaar geleden. Het bloedonderzoek was destijds niet waterdicht en een atleet kon alleen voor epo worden bestraft als zowel de urine- als bloedtest een positieve uitslag te zien gaf. WADA en IOC beweren op grond van een in Engeland ontwikkelde test dat HGH tot 80 dagen terug is te traceren. Bij 70 dagen zou het groeihormoon dus nog in bloed te vinden moeten zijn. Ik geloof niet dat die gevoeligheid zo groot is. Ik denk eerder aan bluf en ik moet me sterk vergissen of WADA en IOC spelen een pokerspel rond HGH. Alles wat zich nu voordoet is speculatie. Bovendien zijn wij nooit formeel door het IOC ingelicht over de HGH-testen. Alles wat wij erover weten, hebben we uit de pers. Ik kan de sporters niet goed voorlichten. Dat is zorgelijk. Daarom hebben we het NeCeDo ingeschakeld, omdat we precies willen weten wat er gaande is.''

Hoewel De Vries een dopinggeval in de Nederlandse ploeg niet kan voorkomen, acht hij de kans daarop klein gelet op de intensieve voorlichting aan de 217 sporters. En op formaliteiten kan het volgens De Vries zeker niet misgaan, omdat ,,aan de voorkant alles is dichtgetimmerd.'' Als voorbeeld noemt hij de resultaten van de longfunctietesten, die hij zwart op wit heeft. ,,Dat bracht veel werk en een hele papierrompslomp met zich mee. En ik heb er hard aan moeten trekken, omdat vooral veel internationale sportfederaties nog achter veel feiten aanlopen wat de uitvoering van de anti-dopingcode betreft; die zijn nog niet WADA-proof. Mensen die goedkeuring voor een formulier over een longtest moeten verlenen zijn er niet, evenmin als de commissies die er volgens de antidopingcode per 1 augustus hadden moeten zijn om goedkeuring te kunnen geven aan medische attesten. Niet alle federaties blijken het tempo van WADA te kunnen bijhouden. Daar heb ik best begrip voor, omdat ik in Nederland van nabij heb meegemaakt hoeveel werk implementatie van de antidopingcode met zich zich meebrengt. Alles moet correct vertaald worden, de jurispridentie moet uitgezocht worden en je moet de juiste personen zoeken. Leden van die commissie moeten deskundig zijn, maar mogen niet in de sport werkzaam zijn of eraan verbonden zijn. Vindt die mensen maar.''

Redelijk tevreden is De Vries over de maatregelen die Nederland tegen de hitte heeft genomen. Het project beat the heat van inspanningsfysioloog Gerard Rietjens, dat heeft geleid van begeleiding van het vochtgehalte bij sporters tot het dragen van koelpakken, heeft naar het oordeel van De Vries zijn nut bewezen. Er moeten alleen nog details verbeterd worden, zoals bij wielrenners die het koelpak moeilijk over hun helm konden krijgen.

Er zijn nog geen Nederlanders met een zonnesteek afgevoerd, al was Van Moorsel daar na de tijdrit niet ver van verwijderd. De Vries: ,,Omdat in een tijdrit elke seconde telt was afgesproken dat Van Moorsel zo weinig mogelijk haar bidon zou gebruiken. Het gevolg was dat ze met koude rillingen over de finish kwam; een kwestie van vochtgebrek. We merkten vooral bij duursporters dat zij na een training van enkele uren een disbalans in het vochtgehalte hadden. Maar binnen één of twee uur was dat te herstellen. Dat komt ook, omdat we er zo bovenop zitten.''

Bij vrijwel alle Nederlandse sporters wordt 's ochtends urine gecontroleerd, op grond waarvan zij een drinkadvies krijgen. Volgens De Vries werkt dat zelfs sfeerbevorderend, omdat iedereen benieuwd is naar de resultaten en het interessant vindt om die cijfers te vergelijken. ,,En het is aanleiding voor allerlei grappen. De hockeyers hebben allemaal een keer appelsap in plaats van urine bij Rietjens ingeleverd, met als gevolg dat alle waarden gelijk waren en hij ging twijfelen aan de kwaliteit van zijn apparatuur.''

Het vele voorwerk dat in Nederland is gedaan, betaalt zich volgens De Vries nu dubbel en dwars uit. Bij de maatregelen die genomen zijn tegen de hitte, maar ook in de begeleiding bij voeding. De arts: ,,We hebben daar met een diëtiste heel sterk bovenop gezeten. En hoewel de verleidingen groot zijn, kunnen onze atleten in die grote `vreetschuur' in het olympisch dorp goed hun keuze maken voor een verantwoorde maaltijd.''