Allemaal juffen (Gerectificeerd)

Steeds minder jongens melden zich aan bij de pabo. Zij vinden het programma niet aantrekkelijk of moeilijk genoeg.

MINISTER Van der Hoeven (CDA, Onderwijs) had goed én slecht nieuws, toen zij vorige week een onderzoek presenteerde dat het Nijmeegse onderzoeksbureau ITS in opdracht van haar had verricht. Ja, de feminisering van het basisonderwijs zet door. Maar nee, erg is dat niet.

Bijna 80 procent van alle leraren in het basisonderwijs is vrouw, blijkt uit het onderzoek. In de kleuterklassen is dit percentage zelfs 98. Alleen in de hoogste groepen zijn de mannen nog in de meerderheid: in groep 8 is 56 procent van de leraren man. En het einde is nog niet in zicht. Volgens de laatste gegevens van de Informatie Beheer Groep hebben zich voor dit studiejaar slechts 1.723 jongens op de pabo's ingeschreven iets meer dan 17 procent van het totaal aantal pabo-studenten.

Het blijkt steeds moeilijker om jongens te motiveren voor een baan op de basisschool. Dat is al sinds de negentiende eeuw een gegeven, zegt de Groningse hoogleraar Genderstudies Mineke van Essen. Zij onderzoekt de geschiedenis van de sekseverhoudingen in het onderwijs. ``Als er elders goede banen te vinden zijn, blijven ze weg. Alleen in tijden van grote crisis, zoals de jaren dertig, zijn de percentages min of meer in evenwicht.'

Jongens denken vaak dat de pabo een opleiding voor watjes is, zegt directeur Henk de Snoo van de christelijke Eloutschool in Rotterdam. Op zijn school is 85 procent van de leraren vrouw. ``Commerciële functies zijn aantrekkelijk. Daar kun je snel carrière maken en geld verdienen. De beloning in het onderwijs laat de overheid daarbij achterlopen.'

Laag salaris, hard werken. Zo ongeveer ziet een jongen van achttien het vak van leraar, zegt directeur Roel Walrecht van basisschool Delfshaven in Rotterdam. Geen wonder dus dat ze zelden voor de pabo kiezen. Slechts acht van de 28 leraren op zijn school is man. ``Je merkt dat er een echte vrouwencultuur ontstaat als er geen mannen zijn, waar veel over kleren, baby's en lichamelijke klachten wordt gepraat.'

Het blijkt bovendien moeilijk jongens gemotiveerd te houden voor de studie, staat in een recente notitie van het ministerie van Onderwijs. Uit een inventarisatie van de Landelijke organisatie van expertisecentrum vrouwen in bèta/techniek (VHTO) bleek vorig jaar waarom. Soms vinden jongens het onderwijsprogramma niet aantrekkelijk of moeilijk genoeg. Zij wilden meer vakken als management of ontwikkelingspsychologie. Soms viel de stage tegen.

De vraag is of dit erg is. Tot nu toe ontbraken harde cijfers over de effecten van feminisering. Er zijn daarom, schrijven ITS-onderzoekers G. Driessen en J. Doesborgh in hun onderzoek, nogal wat misverstanden.

rolmodel

Een recente enquête van de Algemene Onderwijsbond liet zien dat 55 procent van de mannelijke leraren en 40 procent van de vrouwelijke de feminisering in het onderwijs als een bedreiging van de onderwijskwaliteit zien. Bovendien denkt bijna tweederde van de leraren dat jongens in hun sociaal-emotionele ontwikkeling gehinderd worden, omdat zij geen mannelijke rolmodellen voor de klas hebben staan. Circa 40 procent van de leraren denkt dat allochtone jongens moeite krijgen met het ontwikkelen van hun persoonlijkheid als zij alleen maar les van vrouwen krijgen.

``In geringe mate merk je dat sommige allochtone leerlingen moeite hebben met het gezag van vrouwen', zegt directeur Walrecht van basisschool Delfshaven. ``Dit komt ook bij kinderen met gedragsproblemen voor. Een boze leraar is toch indrukwekkender dan een lerares die boos wordt. De man heeft een autoritairdere uitstraling.'

Pure speculatie, zeggen Driessen en Doesborgh. Zij bestudeerden of er verschillen bestaan in de manier waarop mannelijke en vrouwelijke leerkrachten les geven. Ook bekeken zij het effect van het geslacht van de leraar op jongens en meisjes in de klas.

Hun conclusie: het maakt voor hun prestaties, houding én gedrag niet uit of er een man of een vrouw voor de klas staat. Op geen van de negen zogeheten leerlingcompetenties blijkt dat basisschoolleerlingen die geen enkele mannelijke leraar krijgen, slechter af zijn dan leeftijdgenoten die vijf of zes jaar een man voor de klas hebben staan. De resultaten bij taal en rekenen zijn ongeveer vergelijkbaar, het zelfvertrouwen is niet anders, de relatie met de leraar is niet beter of slechter.

Hoogleraar Genderstudies Mineke van Essen is niet verbaasd over deze uitkomsten. ``De meeste ideeën over vrouwelijke docenten zijn gebaseerd op stereotypen. Mannen krijgen op school vaak eigenschappen toebedeeld als inspirerend, creatief en ontdekkend. Voor vrouwen geldt vaak juist dat ze star zijn en te veel orde willen houden.'

Ironisch genoeg was dat beeld vijftig jaar geleden omgekeerd, zegt Van Essen. ``Toen was juist het idee dat mannen nodig waren voor het gezag, vrouwen golden toen weer als lief en speels. Het is maar net welke eigenschappen in de mode zijn. Tot 1985 stond nog in de wet dat vrouwen beter in de onderbouw les konden geven en mannen in de bovenbouw.'

Toch zijn er wel degelijk verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke leraren. Twee jaar geleden publiceerde de vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel een onderzoek naar de feminisering in het voortgezet onderwijs. De verschillen zijn klein, schrijven de onderzoekers, en hebben weinig invloed op de resultaten van leerlingen.

Maar toch. Mannen zijn ``meer vak- en deskundigheidsgericht' en vinden vaker ``dat men emoties in toom [dient] te houden in het bijzijn van leerlingen'. Vrouwen zijn positiever over de ``pedagogische en organisatorische doeltreffendheid' van de school dan mannen. Ook zijn ze enthousiaster over collega's, directie en het schoolbeleid.

Denk daarom niet, zegt bijzonder hoogleraar kinderopvang Louis Tavecchio (UvA) dat mannen niet nodig zijn op school. Voor de ontwikkeling van het kind, zegt hij, is het van groot belang dat er ook mannelijke leerkrachten zijn. ``Mannen hebben wel degelijk een andere lesaanpak. Ze zijn empathischer, experimenteler, maken meer grapjes. En ze spelen een belangrijke rol in de sekse-identiteit van zowel jongens als meisjes.'

Ook minister Van der Hoeven vindt dat de feminisering in het onderwijs moet worden tegengegaan. In een brief aan de Tweede Kamer schreef zij vorige week dat `uit het oogpunt van evenwichtige personeelsopbouw, maar ook voor de beeldvorming van het onderwijs als werkgever' meer mannen voor de klas nodig zijn. Volgens haar moet de kwaliteit van de pabo's omhoog, waardoor minder jongens voortijdig afzwaaien. Ook moet de status van het vak omhoog.

interesse

In haar eindrapport stelt de VHTO onder meer voor om te onderzoeken of het mogelijk is of studenten zich na 1 basisjaar op de pabo kunnen specialiseren in bijvoorbeeld leeftijdsgroepen. De pabo moet volgens de VHTO veel meer een brede opleiding worden. Dit zal tot grotere maatschappelijke waardering leiden en zo de interesse wekken van een nieuwe groep potentiële studenten.

Het onderwijs moet weer uitstralen dat het een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van kinderen, zegt directeur Talea van der Wal van de Leidse basisschool De Viersprong (vier mannen, twaalf vrouwen). Dan komen de mannen vanzelf. ``Laat weer zien dat het mooi en knap is om iemand te leren lezen.'

De status van het vak stijgt volgens Van der Wal de laatste tijd wel. ``Langzaam komt het besef dat het een heel moeilijk vak is. Dat zie je ook aan het aantal zij-instromers dat daadwerkelijk voor de klas komt te staan', zegt ze.

Directeur Peter der Kinderen van openbare basisschool Anne Frank in Bunnik is het gelukt het aantal vrouwen en mannen op zijn school ongeveer in evenwicht te brengen: vier mannen tegen vijf vrouwen. Een goed evenwicht tussen mannen en vrouwen is van cruciaal belang voor de werksfeer op school, zegt hij. ``Als er een betere balans is, wordt er directer gecorrigeerd, minder in dubbeltaal gesproken, minder geroddeld. Dat is iets waar ik altijd tegen zal strijden.'

Rectificatie

Tavecchio

In het artikel `Allemaal juffen' (W&O, 21 augustus) is de Amsterdamse hoogleraar Kinderopvang Louis Tavecchio geciteerd. Het citaat ``mannen hebben wel degelijk een andere lesaanpak. Ze zijn empathischer, experimenteler' is onjuist. Hier had moeten staan: ``Mannen hebben wat meer empathie voor typisch jongensgedrag, ze zijn experimenteler.' Onze excuses aan prof. Tavecchio.