Ahum... speechen kun je leren: de hobbysprekers

Voor de lol een speech houden. Het bestaat, ontdekt Eveline Stoel. Bij Toastmasters bekwamen zowel zakenlui als verlegenen en vaders van de bruid zich ontspannen in het speechen.

Klamme handen, rode vlekken in de nek, angstzweet en een haperende stem: spreken in het openbaar kan een zenuwslopende ervaring zijn, zelfs voor ervaren sprekers. Toch komt in Amsterdam regelmatig een groep mensen bij elkaar die het voor de lol doet. In buurthuis Lydia aan het Roelof Hartplein worden toespraken gehouden over uiteenlopende onderwerpen als fietsvakanties, de Europese Unie en bijzondere culinaire ervaringen in het buitenland. Er worden handen geschud en complimenten uitgedeeld, en er wordt opvallend veel gelachen. Want speechen is leuk, zo luidt de boodschap van De Sprekers, zoals deze club zichzelf noemt.

,,Ik had een hekel aan speechen, maar vond dat ik het moest leren voor mijn werk'', zegt clublid Anna Marie Born (64), in het dagelijks leven network marketeer. ,,Voor de eerste bijeenkomst wilde ik drie keer afbellen. Ik maakte thuis ruzie, sloeg met deuren, maar inmiddels heb ik mijn angst overwonnen en kijk ik echt uit naar deze bijeenkomsten. Ik heb een enorme persoonlijke groei doorgemaakt. Vroeger had ik in groepen altijd wel een mening, maar die uitte ik pas achteraf. Tegenwoordig neem ik veel gemakkelijker het woord.''

Haar 30-jarige dochter Sarah, projectontwikkelaar in het onroerend goed, was zo onder de indruk van haar moeders vorderingen, dat ze onlangs ook lid werd. ,,In het openbaar durven spreken is niet alleen beroepsmatig handig'', legt ze uit. ,,Ik zie aan mijn moeder dat ze nu sneller op mensen afstapt tijdens feestjes, dat ze beter luistert en kalmer is geworden. Zelf heb ik ooit `debating classes' gevolgd tijdens summerschool in Amerika. Daar kreeg ik te horen hoe je moet staan en hoe je je stem moet gebruiken. Nuttig, maar uiteindelijk spreek je toch het best als het een soort tweede natuur is geworden. Dat zie ik met dit systeem sneller gebeuren.''

INFORMELE SPREKERSCLUB

Het systeem waarover Sarah het heeft, is dat van Toastmasters International. Een in 1924 in Californië opgerichte non profit-organisatie, die tot doel heeft mensen beter te leren speechen en hun sociale vaardigheden te vergroten. Wereldwijd zijn er meer dan 195.000 leden, verdeeld over 9.300 clubs in tachtig landen. Nederland telt momenteel zes clubs, in Naarden, Den Haag, Rotterdam en Amsterdam, waarvan er eentje alleen toegankelijk is voor Heineken-medewerkers en waarvan er vijf Engelstalig zijn. De Sprekers is de enige groep die Nederlands als voertaal heeft.

,,De kracht van Toastmasters is dat het informeel is'', zegt Ay Ling Tan (38), die in 2001 de Amsterdam Toastmasters Club oprichtte. ,,Je komt hier echt niet alleen zakenlieden tegen. Iedereen is welkom, ook mensen die op een bruiloft moeten spreken of die gewoon wat assertiever willen worden. Daardoor krijg je de meest interessante dingen te horen. Zo kroop een Egyptisch clublid ooit in de huid van drie verschillende personages, om drie visies op de Egyptische kunstwereld te geven. We houden de sfeer bewust ontspannen. Na afloop gaan we ook meestal naar de kroeg.''

Zelf ontdekte Tan de Toastmasters in Korea, waar ze eind jaren negentig een paar jaar woonde. ,,Iemand sleepte me mee en ik had zo'n gezellige avond dat ik besloot om lid te worden. Eenmaal terug in Nederland ging ik op zoek naar een soortgelijke club, maar ik kon niets vinden. Dus richtte ik hem zelf op''. Omdat ze dat deed met een Engelstalige vriend, begon Tan met een Engelstalige club. Die Toastmasters-groep bestaat nog steeds en is vooral populair onder expats. Een paar maanden geleden startte ze met De Sprekers. ,,Speechen in je eigen taal voelt vertrouwder'', verklaart ze. ,,Daarbij vind ik het jammer dat maar zo weinig mensen een goed verhaal kunnen houden in het Nederlands.''

HANDBOEK

Toastmasters International ontwikkelde een handboek waarin alle basisvaardigheden van speechen aan bod komen. Uitgelegd wordt onder meer wat goede ijsbrekers zijn (anekdotes, retorische vragen), hoe speeches verlevendigd kunnen worden (attributen, stemwisselingen), en wat het belang is van humor en lichaamstaal. ,,Iedereen werkt in zijn eigen tempo het basishandboek door'', vertelt Tan. ,,Je mag zelf onderwerpen kiezen voor je toespraken, je krijgt reacties van de groep en gaat steeds een stapje verder. Als je alle onderdelen uit het boek hebt gehad, ben je Competent Toastmaster. Daarna kun je kiezen uit vijftien handboeken voor gevorderden, die ieder een bepaald type speech behandelen. Daarmee kun je je bijvoorbeeld gericht bekwamen in verkooppresentaties of entertainende toespraken.''

Opvallend is dat de organisatie geen docenten heeft. De clubleden geven elkaar improvisatie-opdrachten, houden bij hoe vaak `eh' wordt gezegd tijdens praatjes, en ze evalueren elkaars toespraken. Keiharde kritiek is daarbij uit den boze, maar dat betekent niet dat minpuntjes niet worden aangepakt. ,,Wij doen suggesties voor verbetering'', zegt organisatie-adviseur Thierry de Wijn (40). ,,Iemand op zijn fouten wijzen, is niet constructief. Ik heb ooit een professionele, peperdure spreektraining gehad, waarbij twee dagen lang een camera op mijn gezicht werd gericht. Dat werkt niet bij mij. Hier voel ik me welkom en leer je van elkáár. Het spreekbeurtgevoel dat ik in het begin had, is compleet verdwenen. Toespraken houden is nu echt een hobby, die toevallig ook nuttig is.''

Ook Anna Marie Born is een voorstander van de relatief zachte aanpak van Toastmasters. ,,Er is niet één manier van spreken die goed is'', verklaart ze. ,,Iedereen heeft pluspunten en die benadrukken wij bij elkaar. Ik heb mensen meer lef zien krijgen. Saaie sprekers worden ineens grappig en mensen die aanvankelijk geen woord durfden te zeggen, praten nu hele avonden aan elkaar. Maar er wordt heus wel ingegrepen als dat nodig is. Nadat iemand vier nauwelijks verstaanbare toespraken had gegeven, werd daar op pittige wijze iets van gezegd. Hoe gezellig het ook is, uiteindelijk zitten we hier wel om vooruit te komen.''

Volgens Born is vlot speechen ook een kwestie van het veel dóen. ,,In Amerika krijgen ze spreekvaardigheid op school en dat zie je. Zodra een Amerikaan een microfoon onder zijn neus krijgt, wordt het een soort ster – onmiddellijk komt er een heel verhaal uit. Dat land beseft veel beter dat spreken in het openbaar iets is waarvan je profijt kan hebben. Zowel zakelijk als privé.''

SPEECHCOACH

De uit California afkomstige Bill Monsour (49) beaamt dat speechen in Amerika een goed ontwikkelde vaardigheid is. ,,Op de middelbare school moet je eindeloos veel bookreports geven en op de universiteit krijg je presentatieles. Je uiten, is helemaal ingeburgerd. Door heel Amerika zitten Toastmasters clubs, die vaak weer subafdelingen hebben. Zoals de Gourmet Toastmasters uit Californië, die afspreken in chique restaurants waar ze toasts en `after dinner-speeches' oefenen.''

Monsour is sinds vijf jaar werkzaam in Nederland als speechcoach voor particulieren en grote bedrijven als Cisco Systems en Philips. Waarom wordt iemand die beroepsmatig presentatietechnieken geeft, lid van de Toastmasters? ,,Omdat ik zelf ook weleens feedback wil'', zegt Monsour. Hij deed mee aan diverse wedstrijden van Toastmasters International en werd Engelstalig kampioen van de Benelux in twee categorieën. Bij De Sprekers hoopt hij zijn Nederlandstalige speeches te verbeteren. ,,Dit is een leuke, ongedwongen manier om me zekerder te gaan voelen over mijn Nederlands en gelijk nieuwe mensen te ontmoeten.''

Monsour denkt dat alleen in Amsterdam al potentieel is voor zo'n tien Toastmasters clubs, die doorgaans tussen de dertig en vijftig leden hebben. ,,Veel Toastmasters-leden praten zo opgewonden over hun club, dat buitenstaanders vaak denken dat wij een sekte zijn'', lacht Monsour. ,,Maar er zit geen geld of religie achter, alleen vrijwilligers en enthousiasme. Wat kan er verkeerd zijn aan beter leren communiceren?''

Lidmaatschap van De Sprekers kost 75 euro per half jaar. De clubleden komen om de twee weken bij elkaar. Informatie: www.toastmasters.nl