Het nieuws van 21 augustus 2004

...de krant antwoordt

Gelukkig is het Stijlboek NRC Handelsblad niet geheim maar gewoon te koop in de winkel of via www.nrc.nl, waar ook de belangrijkste journalistieke normen en waarden zijn samengevat. De vraag van de lezer over `human interest' en hoever de redactie daarin mag gaan, wordt er overigens niet behandeld. Er bestaat wel een lemma privacy, maar dat beperkt zich tot de vraag wanneer de krant mag schrijven over privéomstandigheden van publieke personen. Het onderwerp `human interest' is op de redactie betrekkelijk onomstreden, hoewel dat niet altijd zo geweest is. Van oorsprong is de krant rationeel ingesteld. Wie op de site in het eerste hoofdartikel met `Onze beginselen' uit het fusiejaar 1970 zoekt naar de zachte kant van het nieuws komt bedrogen uit. De lezer wordt alleen onthuld dat de redactie ,,in de vrije ontplooiing van de gaven die in de individuele mens verborgen liggen, het hoogst bereikbare ideaal'' ziet. Daarmee wordt vooral gedoeld op diens intellectuele gaven. Voor het overige belooft de redactie de lezer feitelijk, onbevooroordeeld, nuchter en vooral ,,zo onversneden mogelijk'' te informeren. De lezer wordt gezien als een individu dat ,,bereid is na te denken'', redelijk is, openstaat voor andere meningen maar overigens zelf weet wat het beste voor hem is. Kortom, een koele en zakelijke benadering; niet zweven, maar voeten op de grond. Er wordt in dat eerste hoofdartikel zelfs nog wat geknord op ,,irrationele verschijnselen'' die in die jaren ,,op modieus applaus'' konden rekenen.

Anonieme registratie beter systeem voor ziekenhuis

In het redactionele commentaar `Big Brother ziekenhuis' van 17 augustus werd de invoering van een identificatieplicht voor 8,3 miljoen eerste polikliniekbezoeken en 1,5 miljoen opnames in ziekenhuizen bekritiseerd op grond van extra soesa en, langs een omweg, de inbreuk op het grondrecht van privacy. Wat soesa betreft, een van de grootste problemen in de huidige ziekenhuiswereld is het zorgen dat de juiste patiënt de bedoelde behandeling krijgt. De staf heeft dan ook geen behoefte aan persoonsverwisselingen, wel aan een duidelijk tot de patiënt herleidbare patiëntenkaart met relevante persoonsgegevens zoals die op het huidige paspoort te vinden zijn. Deze zijn dan met een scanner eenvoudig af te lezen en in de ziekenhuisadministratie in te voeren, veel minder soesa dan de huidige inschrijfprocedures. Wat privacy betreft, hoe staat het nu met de privacy van patiënten waarvan het ziekenfondspas of de patiëntenkaart door diefstal of verlies door anderen wordt misbruikt? Alvorens dit probleem te bagatelliseren was het wellicht verstandig geweest hierover wat navraag te doen bij ziekenhuisadministraties.

Helaas gaat het commentaar niet in op de feitelijke redenen voor het bezwaar tegen de identificatieplicht. Dit is de behoefte ziekenhuizen toegankelijk te houden voor illegalen en onverzekerde buitenlandse bezoekers. Aangezien bij dergelijke personen relatief vaak ernstige besmettelijke ziektes voorkomen is toegankelijkheid tot de gezondheidszorg wellicht gewenst. Dit kan echter beter gebeuren via een systeem van anonieme registratie dan door middel van al dan niet vrijwillige persoonsverwisselingen.

Carpacci

Niet alleen in Nederland, maar ook in Italië wordt een voorgerecht met een dun gesneden `iets' carpaccio genoemd. In restaurants kwam ik behalve de traditionele carpaccio van dun gesneden rauw vlees heel veel verschillende carpacci tegen. Carpaccio van paardenvlees, van kalfsvlees met geraspte radijs en sojasaus (carpaccio giapponese), zalm, zwaardvis, tonijn, kabeljauw, boleten, peer met noten, sinaasappel en ansjovis, spek en foi gras, gerookte eendenborst, avocado met kaas, champignons met kaviaar (carpaccio Tsjaikovski), courgette met pijnboompitten, vijgen, artisjok en bottarga, meloen met venkel en rucola en zelfs een vegetarische carpaccio van louter dungesneden groenten, waaronder groene asperges. De enige echte carpaccio van rauw, zeer mals, dun gesneden rundvlees van de beste kwaliteit met een mayonaise-achtige saus waarin mosterd en worcestershiresaus is verwerkt, is natuurlijk die van Giuseppe Cipriani van Harry's Bar in Venetië.Hij noemde zijn uitvinding, die stamt uit 1950, naar de Venetiaanse schilder Vittore Carpaccio. Het recept voor dit oorspronkelijke gerecht heeft al eens in deze rubriek gestaan. Vandaag dus het recept voor 2 personen van een snelle, makkelijke en moderne carpaccio. Bereiding: maak het lof schoon. Snijd de stronken in de lengte in dunne repen. Verhit 2 lepels olijfolie in een koekenpan en bak de lofrepen op een niet te hoog vuur gedurende enkele minuten. De repen lof moeten nog enigszins knapperig blijven. Schep ze uit de pan en laat ze afkoelen. Bestrooi het lof met een beetje zout. Verdeel de lofrepen over de borden. Leg plakjes rookvlees op het lof. Trek de schillen van de vijgen en snijd ze vervolgens in dunne plakken. Verdeel de plakken over het rookvlees. Besprenkel deze carpaccio met olijfolie en sinaasappelsap. Voor superongeduldige koks heb ik nog een tip voor het namaken van de Cipriani-carpaccio. Besmeer borden met behulp van een kwastje dun met goede olijfolie. Leg plakjes kant en klaar gekochte rosbief op de borden. Leg op het vlees dunne plakjes Parmezaanse kaas, wat kappertjes of geroosterde pijnboompitten en besprenkel deze smokkel-carpaccio met olijfolie en citroensap.

Negorij

Na twee weken heb ik eindelijk een bezoek gebracht aan het olympisch dorp, waar de sporters verblijven. Nou ja bezoek, als verslaggever mag je met een speciale gastenkaart die je krijgt uitgereikt tegen inlevering van je accreditatie, in de internationale zone verblijven. In het dorp zelf kom je niet, tenzij je bent uitgenodigd door het olympisch comité van jouw land. Het bezoek stemde mij niet vrolijk en ik vroeg me af of de sporters het er wel naar hun zin hebben. Ze zeggen altijd van wel, maar mij bekroop het gevoel dat je het bungalowpark na twee weken wel kruipend wilt verlaten. Het dorp ligt in the middle of nowhere met als gevolg dat het zonder auto met vereiste accreditatie een logistieke onderneming is om er te komen. Het grote hek en de bewaking geven je eerder het gevoel in een kazerne in plaats van een levendig dorp te verblijven. Al wandelend door de internationale zone, waar je naast de kapper ook een bloemist aantreft, probeerde ik in de huid van een sporter te kruipen. Als ik drie weken werd opgesloten in dit dorp zou ik me doodongelukkig voelen. De Griekse sfeer is ver te zoeken en zou je die willen opsnuiven dan is er geen metrostation in de buurt en moet je met de auto een half uur rijden om het stadscentrum te bereiken. Even een wandelingetje maken is er niet bij, net zo min als een terrasje pikken in Athene. Als ik deelnemer aan de Spelen zou zijn, wilde ik dagelijks de Akropolis kunnen zien en niet ergens in de negorij worden weggestopt. Dat doe je nog niet met zwerfhonden, laat staan met atleten.