Zomergasten

Nog twee afleveringen van VPRO's Zomergasten en het zit er weer voor een jaartje op. Ik merk dat ik dat niet met grote spijt zeg, hoewel dat eigenlijk wel zou moeten bij een programma dat me vroeger dierbaar was.

Waar is het misgegaan tussen Zomergasten en mij? En is er nog wat aan te doen? Bij vrijwel alle kritische analyses van Zomergasten is de presentator de zondebok. Hij zou te meegaand zijn, of juist weer te afstandelijk, te weinig journalist, of misschien wel weer te veel – enzovoorts. Dergelijke klachten begonnen destijds bij Peter van Ingen, de eerste presentator, en ze keren nu weer terug bij Joost Zwagerman.

Ik geloof steeds minder dat de presentatoren de oorzaak zijn van die vage teleurstelling, die ik vooral de laatste jaren na veel uitzendingen heb gevoeld. Er is iets anders mis met Zomergasten, iets dat symptomatisch is voor de tv-programmering in het algemeen, in binnen- en buitenland.

Spontaniteit mag niet meer op tv, op improvisatie rust een taboe. Elk gesprek wordt met redacteuren tot in detail voorgekauwd, opdat de presentator tijdens de uitzending toch maar vooral niet voor verrassingen komt te staan.

Die gang van zaken wordt gesymboliseerd door de papieren die Zwagerman voor zich heeft liggen en die hij keurig één voor één afwerkt. Als hij het laatste velletje omslaat, weten we: nu is het programma afgelopen. In dat stapeltje papieren wordt de huisvlijt van de redactie weerspiegeld. Het is de neerslag van al die bezoeken van redacteuren aan de gasten, al dat eindeloze doorpraten over wat wel of niet door hen aan fragmenten zal worden gekozen.

Het resultaat: saaiheid, voorspelbaarheid. Het gesprek is geen opwindende zoektocht meer naar mensen, hun voorkeuren en hun motieven, maar een traject waarvan elke bocht en mogelijke valkuil (stel je voor!) is vastgelegd. De presentator ploegt zich van het ene fragment naar het andere, de gast vertelt de verhaaltjes die hij thuis heeft ingestudeerd.

Elk begin van leven is uit het programma geknepen. En thuis vallen wij langzaam maar zeker in slaap. Een gast moet wel heel interessant zijn om dat te voorkomen.

Mijn remedie is radicaal, zij het niet de radicaalste (opheffing). Zet het programma op zijn kop, en laten we eens zien wat ervan komt.

Cabaretier Theo Maassen, dit jaar een van de Zomergasten, gaf al een veelbelovende aanzet. We kiezen alleen de filmpjes die bij de loop van het gesprek passen, zei hij tegen Zwagerman, en niet andersom. Het werd voor mij de aardigste uitzending tot dusver.

Nu de volgende stap. De gast weet juist niet welke fragmenten voor hem zijn uitgezocht. Er is helemaal niets met hem voorbereid. De uitzending moet één grote orgie van, al dan niet aangename, verrassingen voor de gast (en dus ook voor de kijker) worden. De redactie heeft de sprekendste fragmenten uitgezocht die ze maar kon vinden – als ze maar essentieel zijn voor het leven en de opvattingen van de gast. De gast moet in de studio stante pede de associaties verwoorden die de beelden bij hem oproepen. En de gastheer? Die krijgt pas een uurtje tevoren te horen wat zijn gast voorgeschoteld zal krijgen.

In het diepe met die twee. Zwemmen maar. Misschien wel voor goud. Maar in ieder geval nooit meer voor brons.