Zingend op een auto

Pete Doherty, een van de zangers van The Libertines, treedt nu het liefst alleen op waar ze hem maar willen hebben. Zijn soloconcerten zijn een voorbeeld voor veel bands.

Volgende week verschijnt de tweede cd van de Engelse groep The Libertines. En al hoor je het er niet direct aan af, deze plaat, kortweg The Libertines geheten, werd opgenomen onder toezicht van twee potige bodyguards die er voor moesten zorgen dat de twee zangers van de groep, Carl Barât en Pete Doherty, elkaar niet in de haren zouden vliegen. Mick Jones, vroeger gitarist van The Clash, was aanwezig als producer, tussenpersoon en algeheel motivator. Dat de opnamen werden volbracht, is aan hem te danken. Iedereen die erbij betrokken was, slaakte een zucht van verlichting toen er veertien liedjes op de band stonden, genoeg voor een nieuwe cd. Al stond de groep op springen, die tweede cd moest en zou er komen.

Want sinds Oasis met de vechtende broertjes Gallagher heeft geen groep de Britse ziel zo diep geraakt als The Libertines. En wel dankzij hun typisch Engelse voorkeur voor zonnige liedjes in de traditie van music hall en The Kinks, uitgevoerd door twee elkaar voor de microfoon verdringende zwetende voormannen en een briljante ritmesectie. The Libertines hadden utopische ideeën over een samenleving waarin iedereen werkelijk vrij en gelijk zou zijn. Ze noemden het Arcadia en het vehikel dat hen er zou brengen was het mythische schip Albion. Maar het eigenlijke voertuig naar de verlossing was natuurlijk de muziek, die ze in ongedurige uitbarstingen over het land uitstortten.

De grootste charme van The Libertines was hun toegankelijkheid. `Iedereen kan een Libertine zijn', was een van de programmapunten. En voor de verandering werd dit niet slechts met de mond beleden. Bij concerten werden gedichten voorgelezen van fans. Iedere fan mocht na afloop mee naar de kleedkamer om muziek te maken en te drinken. En geen band heeft zulke aanhankelijke voormannen als Pete en Carl. Tijdens concerten laten ze zich steevast ronddragen op de handen van hun fans, en daarbuiten omhelzen, zoenen en aaien ze iedereen die zich daarvoor meldt.

Pete Doherty heeft de gewoonte ook in zijn eigen huiskamer optredens te geven. Fans zijn altijd welkom. Hij laat ze op de muren schrijven, door zijn spullen rommelen en thee zetten in de keuken. Dat is nog eens wat anders dan de spreekwoordelijke arrogantie van Liam en Noel Gallagher, die hun fans hoogstens met een opgestoken middelvinger begroeten.

Maar ook de triomftocht van The Libertines heeft zijn valkuilen. De nieuwe cd maakt het pijnlijk duidelijk. Rauwrafelige liedjes als `Can't Stand Me Now' en `What Became Of The Likely Lads' van de nieuwe cd, vertellen de geschiedenis van twee vrienden die samen de wereld wilden veroveren maar uiteindelijk vooral elkaar bevechten. De nummers wierpen hun schaduw vooruit: kort na de opnamen zette Carl Barât zijn medezanger en liedjesschrijver Pete Doherty voorlopig uit de band. Doherty, die op recente foto's sprekend lijkt op de jonge, door drugs getekende Johnny Cash, mag terugkomen als hij van zijn crack- en heroïneverslaving af is.

Inbreker

Het is niet voor het eerst. Een jaar geleden zette Barât Doherty uit de band toen hij niet kwam opdagen bij een Europese tournee, (waardoor Nederland de twijfelachtige eer had als eerste een optreden van The Libertines zonder Pete mee te maken). Tijdens zijn afwezigheid brak Pete in in het huis van Carl. Hij stal geld en apparatuur, naar verluidt om zijn groeiende belangstelling voor crack en heroïne te bekostigen. Hij werd gearresteerd en later veroordeeld tot twee maanden in de Wandsworth Prison in Londen.

Toen hij vrijkwam, in oktober, stond een vergevingsgezinde Barât hem bij de poort op te wachten. Nog diezelfde avond vierden band en fans de hereniging met een optreden in hun stamkroeg. De toekomst zat geramd, leek het. Doherty beweerde in de gevangenis van de drugs te zijn afgekickt. De band trad op waar het maar kon, schreef nieuwe nummers en de tweede cd zou een sensatie worden. Maar afgelopen februari begon het mis te gaan: Doherty liet optredens in de soep lopen. Hij zat liever op een parkeerplaats op een auto voor een handvol fans wat liedjes te spelen, dan dat hij zich aan het reguliere schema hield. Als hij eindelijk op het podium stond kon hij de microfoon niet vinden of verdween midden in een nummer naar de kleedkamer.

In mei, aan de vooravond van de grote zomerfestivals waar de groep zou spelen, werd Doherty twee keer achter elkaar naar een afkickkliniek gestuurd, waar hij even snel weer wegliep. De laatste redding leek een afkickklooster in Thamkrabok, Thailand, waar monniken met zelfgebrouwen kruidenmengsels bijzondere resultaten behaalden bij zelfs de meest verstokte crackgebruikers. Doherty vloog naar Thailand, meldde zich bij de monniken – en vluchtte na drie dagen naar een luizig pension in Bangkok, waar hij, naar eigen zeggen, gewoon weer heroïne bij zijn bacon & eggs kreeg. Om terug te kunnen keren naar Engeland deed hij via internet een oproep aan fans om geld te sturen. Binnen een paar dagen was hij thuis in Oost-Londen. Daar werd hij nog dezelfde ochtend aangehouden wegens rijden zonder rijbewijs en het bezit van een stiletto. Afgelopen dinsdag verscheen hij voor de rechter, en verklaarde zich schuldig aan de aanklacht. De uitspraak, met mogelijk een nieuwe gevangenisstraf, volgt op 2 september, twee dagen na het verschijnen van de nieuwe Libertines-cd – timing is nooit Doherty's sterkste punt geweest.

Terwijl de rest van The Libertines op dit moment op tournee is in Japan, Australië en Amerika – met een Amerikaanse gitaartechnicus op de plaats van Doherty – speelt Pete zelf voor Jan en alleman, in iedere pub, kelder of concertzaal die hem hebben wil. Hij verschijnt er met zijn andere groep, Babyshambles, of solo, Libertines-liedjes zingend bij een akoestische gitaar. De op zijn website aangekondigde optredens brengen honderden fans op de been.

Met deze aanpak heeft Doherty tussen de bedrijven door ook nog kans gezien een nieuwe scene in het leven te roepen. Zijn manier van concerten organiseren is opgepikt door een hele lading beginnende bands. Iedereen die in een gewone zaal niet terecht kan, creëert nu zijn eigen podium. `Guerrilla-optredens' noemen ze het. Leden van The Others, Dogs, The Unstrung en Selfish Cunt zetten 's ochtends op hun website waar je ze 's avonds kunt zien spelen: in een metrotrein, een park, iemands huiskamer.

`Friendly punks' worden ze wel genoemd, want de esthetiek is punk (pluizig haar, gescheurde kleren) maar de houding is loyaal en behulpzaam. Iedere band die ergens optreedt zorgt voor een stoet voorprogramma's die in de aandacht mag delen. Met de platenindustrie willen de groepen niets te maken hebben, ze persen liever zelf hun singletjes. De muziek is dwars, in de teksten schelden ze op de hypocriete Britse samenleving en op oorlogszuchtige politici. De groep Selfish Cunt bijvoorbeeld schreef het nummer Britain Is Shit, met de regel `Are you having fun? When war is on? Put the kettle on!'

Drie akkoorden

In de beste punktraditie, die ooit voorschreef dat je met niet meer kennis dan drie akkoorden een band kon beginnen, past ook het Londense Art Brut. De beginselverklaring van Art Brut was de opwindende debuut-single Formed A Band, met de tekst: `Look at us! We formed a band'. Met andere woorden: als wij het kunnen kan jij het ook.

Over de telefoon vertelt Art Brut-zanger Eddie Argos (24) over de plekken waar zijn band de laatste tijd zoal heeft opgetreden: in het huis van een fan, in een leegstaande rouwkamer en midden in een park.

,,Zo gaat het zo'n twee, drie keer per week. Soms spelen we ook in normale zalen, maar als straks iemand belt of we in zijn tuin komen optreden dan doen we dat vanavond nog. We hebben het er hardstikke druk mee. We willen eigenlijk zo snel mogelijk een plaat opnemen, maar daar komen we niet eens aan toe. Ik heb bovendien een baan, als sociaal werker. Dus ik ben meestal nogal moe.'' Al hebben de meeste van deze bands kritiek op de Engelse maatschappij, ze moeten ook niets hebben van de Amerikaanse cultuur. Hoe zit dat? ,,Ik heb niets tegen Amerikanen die Amerikaans zijn. Maar te veel Engelse bands praten met een Amerikaans accent. Dat stoort me. Ik hou van groepen waarmee ik iets gemeen heb, en die zijn nu eenmaal vaak typisch Brits.''

Ook de leden van Art Brut nemen bij hun concerten zoveel mogelijk vrienden mee om op te treden als voorprogramma. Geldt bij de selectie een kwaliteitscriterium of is het genoeg dat het vrienden zijn? ,,Het is genoeg dat ze in een band willen zitten. Ik kan ook niet zingen maar ik wil muzikant zijn. Dus ik doe het. Iedereen die dat heeft is naar mijn idee geschikt om op een podium te staan. De drang, daar gaat het om.''