Wûnseradiel geeft zich niet gewonnen

In het Friese Wûnseradiel is het verzet tegen het vertrekbeleid van Verdonk nog even sterk als in januari, toen de maatregelen werden afgekondigd. ,,Zeker nu sommigen wel recht hebben op een verblijfsvergunning.'' Terug naar Wûnseradiel.

,,We dwingen uitgeprocedeerde asielzoekers in onze gemeente nog steeds niet om mee te werken aan een vrijwillige terugkeer naar hun land van herkomst'', zegt wethouder Karel Helder (PvdA) van het Friese Wûnseradiel. ,,Hun dossiers moeten eerst opnieuw worden bekeken door de rechter'', vindt hij.

Helder voelt zich gesterkt door de ontwikkelingen in de afgelopen maanden. ,,Bijna veertig procent van onze asielzoekers – dertien van een groep van 35 – is inmiddels teruggekeerd in de centrale opvang, omdat hun asielprocedure ten onrechte was beëindigd of omdat ze alsnog een verblijfsvergunning kregen.'' Volgens de Friese wethouder bewijst dit dat er in de asielprocedure van deze mensen het nodige is misgegaan. ,,Dat kan ook heel goed gelden voor een deel van de andere asielzoekers die op de nominatie staan om te worden uitgezet.''

Wûnseradiel trok begin dit jaar als een van de eerste gemeenten ten strijde tegen de in hun ogen onrechtvaardige pardonregeling van de regering, die door een meerderheid in de Tweede Kamer wordt gesteund. Ruim 2.200 asielzoekers die onder de oude Vreemdelingenwet vallen (van voor 1 april 2001), mochten alsnog blijven. Maar de circa 26.000 andere asielzoekers worden de komende drie jaar door minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) uitgezet, zodra ze zijn uitgeprocedeerd. Ze rekent daarbij op de hulp van de lokale overheden.

Burgemeester Theunis Piersma van Wûnseradiel drong er bij zijn collega's in het land op aan om op een rij te zetten welke asielzoekers beslist niet uitgezet kunnen worden. Op basis van dat lijstje zou de Tweede Kamer nog eens kunnen bekijken ,,of men niet wat te voorbarig had ingestemd om de pardonregeling'', stelde hij toen voor.

Die lijst is er niet gekomen, maar in Wûnseradiel is men zeven maanden na dato nog even strijdbaar als voorheen. De gemeente ontfermt zich sinds vorig jaar financieel over de 35 asielzoekers die vorig jaar geen dak meer boven hun hoofd hadden. Het COA, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, sloot het alternatieve opvangcentrum voor vluchtelingen in Witmarsum, dat deel uitmaakt van de gemeente Wûnseradiel. Jos Buis, een verontruste burger, riep de stichting Vluchtelingenzorg Wûnseradiel in het leven. De stichting huurt met geld van de gemeente en een enkele gift een deel van het kloostercomplex terug en zorgt voor geld voor het levensonderhoud van de acht gezinnen, die in de volksmond de ,,asielzoekers van Wûnseradiel'' heten. In het complex, pal tegenover het gemeentehuis, zitten ook ruim 60 andere asielzoekers die geen recht meer hebben op opvang. Op verzoek van lokale vluchtelingenorganisaties in Friesland worden ze in de noodopvang in Witmarsum gehuisvest.

De groep van 35 is in de afgelopen maanden geslonken tot 22. Drie families, twee Joegoslavische en een Pakistaanse, zijn teruggekeerd naar een asielzoekerscentra. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van Justitie kwam, aldus Buis, tot de conclusie dat hun asielprocedure ten onrechte was beëindigd. Een Georgische vrouw met twee dochters kreeg drie weken geleden na ruim negen jaar procederen alsnog een verblijfsvergunning.

,,We waren in het opvangcentrum bezig met een playbackshow voor de kinderen'', vertelt dochter Nino (16), ,,toen we de brief met het goede nieuws kregen. Iedereen barstte in huilen uit. Ze waren ontzettend blij voor ons, maar ons geluk werd menigeen even te veel. Iedereen leeft in spanning of men misschien toch nog kan blijven.''

Moeder Jambourg, een joodse uit Georgië die op de vlucht sloeg nadat haar man om politieke redenen was vermoord, slaagde er vorig jaar eindelijk in een document van de Georgische ambassade te bemachtigen, waarin werd bevestigd dat ze stateloos waren. ,,Nu we buiten onze schuld om niet aan uitreispapieren kunnen komen, krijgt we toch een verblijfsvergunning,'' vertelt ze opgetogen. Het belangrijkste voor haar is dat haar oudste dochter Nato (24) nu terug kan naar school. ,,Dat kon al die jaren niet, we waren immers illegaal, terwijl ze bijna haar havo-diploma had gehaald.''

Voor het Somalische gezin Djoudama (moeder en vijf kinderen), dat ook al ruim negen jaar in Nederland is, ziet de toekomst er minder rooskleurig uit. Hun asielaanvraag werd in 1998 afgewezen. Ook zij zeggen geen uitreispapieren te kunnen bemachtigen. Ze hadden al hun hoop gevestigd op een heropening van hun zaak. Een van de twee dochters is niet besneden en loopt de kans dat dit bij terugkeer in Somalië wel gebeurt – wat sinds kort een officiële reden is om de zaak opnieuw aanhangig te maken bij de IND.

In mei werden ze gehoord in het aanmeldcentrum in Zevenaar. Hangende de procedure moeten ze regelmatig stempelen in het Groningse Ter Apel. Buis, van de Stichting vluchtelingenzorg Wûnseradiel, zorgde er met hulp van burgemeester Piersma en wethouder Helder voor dat dat in het nabijgelegen Bolsward kon plaatsvinden. Maar al de tweede keer, op 30 juni, gaat het mis. Piersma gaat bellen, met het IND, de Vreemdelingenpolitie. Het zal worden uitgezocht. Maar begin deze maand bericht hun advocaat dat de procedure is afgebroken. Omdat ze niet hebben gestempeld, zijn ze voor de IND met onbekende bestemming vertrokken.

Hibo (19), de oudste dochter: ,,Mijn moeder was erg bang. Ze dacht dat we direct teruggestuurd zouden worden naar Somalië.'' Volgens Helder ,,vreet dit soort bureaucratische waanzin energie''. ,,Het zijn de momenten waarop je je afvraagt of je niet teveel vergt van de vrijwilliggers die de asielzoekers begeleiden.''

Ook de uit Bosnië afkomstige Servisch-Kroatische familie Mikuss (vader, moeder, twee dochters van 15 en 18) behoren tot de `asielzoekers van Wûnseradiel'. In oktober zijn ze zes jaar hier. In december 2002 kregen ze te horen dat ze geen verblijfsvergunning krijgen. Maar Jozef Mikuss is psychisch dan zo ziek dat hij dagelijks naar een activiteitencentrum gaat in Sneek. ,,Na alles wat we hebben meegemaakt'', zegt moeder Wanja Mikuss, ,,kunnen we als `gemengd' gezin niet terug naar Bosnië of Kroatië. Het nationalisme steekt daar de kop op.'' Hun verzoek om op medische gronden alsnog te mogen blijven, is afgewezen.

Maar Wethouder Helder van Wûnseradiel zegt dat hij ook voor hen ,,voorlopig blijft aandringen op een herbeoordeling van het dossier''. ,,Het loont immers nog steeds.'' Hij heeft zijn ambtenaren bovendien aan het rekenen gezet. ,,De noodopvang heeft ons dit jaar al tussen de 70.000 en 100.000 euro gekost.'' Geld dat volgens Helder niet door de gemeente moet worden opgebracht, maar door het ministerie van Justitie. ,,Dat geldt zeker voor de asielzoekers, zoals de Georgische familie Jambourg die na al die jaren alsnog een verblijfsvergunning hebben gekregen. Zij werden ten onrechte uit de asielopvang gezet.''

WWW.NRC.NL een reportage over Wûnseradiel van 27 januari