Witte boorden in de wijn

Een nazomer vol sport lijkt hét moment om een boek te lezen met de titel Sergei Bubka's wondermethode. Maar de debuutroman van David Sandes (Heerlen, 1967) verwijst niet naar de legendarische polsstokhoogspringer, die om commerciële redenen jaar in jaar uit het wereldrecord verbeterde met maximaal één centimeter. Bedoeld wordt de Hongaarse pianopedagoog Sergei Bubka, `de grote roerganger van de middenhandtechniek, de man die door het naoorlogse Europa zwierf met een rugzak vol vingerzettingen.' Met Bubka's wondermethode in zijn bagage hoopt de geschoolde pianist Bram Poons, de hoofdpersoon van Sandes' roman, door te breken als solist. En omdat het leven volgens Bram `een aaneenschakeling van noodzakelijk toeval' is, ontmoet hij tijdens een bedevaart naar het geboortehuis van Bubka zijn grote liefde: de Parijse verzekeringsman Luc, met wie hij meteen gaat samenwonen.

Brams leven in Parijs gaat niet van een leien dakje. Met Luc heeft hij al gauw een `kan-niet-met-kan-niet-zonder'-verhouding, en zijn muzikale carrière komt moeizaam op gang, al was het alleen maar omdat hij voor zijn zelfopgelegde regime van vijf uur studeren per dag is aangewezen op een gehuurd keyboard in plaats van een echte vleugel. Veel verder dan het begeleiden van chansons in een homobar en van een kinderklas in een prestigieuze balletschool komt hij niet – tot grote frustratie van zijn even eerzuchtige als overheersende moeder, die hem vanuit Nederland bestookt met goedbedoelde adviezen. Gelukkig maar dat Bram onscrupuleus is: een zweempje chantage na een ontmoeting met een beroemde violist in een homosauna levert hem een spectaculair engagement op. Waarna het noodlot hem weer terugbrengt op het punt waar hij in Parijs begon.

Sergei Bubka's wondermethode is een Bildungsroman, het in de eerste persoon enkelvoud vertelde verhaal van een jongen die van mening is `dat je niets moet doen wat je niet leuk vindt' en die dus hard zijn neus stoot (`Meneer Poons, in wat voor wereld leeft u eigenlijk?'). Bram is bepaald niet gestikt in zijn eerste goede bedoelingen; na iedere tegenslag neemt hij zich voor om zijn leven opnieuw vorm te geven, te ontsnappen aan zijn armoedige, chaotische bestaan in het Parijse appartement. `Ik zou me weer kunnen richten op de essentie van mijn bestaan. Hoewel ik me wel afvroeg wat precies de essentie was. Ik moest me op de essentie concentreren. Geen omwegen bewandelen. Maar ik had het onaangename gevoel dat de essentie van mijn leven aan het verschuiven was.'

Sandes' debuut is vóór alles een komedie, en over het algemeen geen slechte. Slapstickachtige situaties – een blauwe maandag in de telemarketing, de Parijse visite van Brams ouders, die denken dat hun zoon een beroemd pianist is – worden met doeltreffende droogheid opgeschreven. Er zijn goede running gags en humoristische beschrijvingen, van masturbatie met de besnorde privédetective Magnum voor ogen tot een geometrisch aandoend feestmaal (`We aten bijzondere dingen. Vierkante dingen in een bruine saus met kleine stukjes erin. Ronde stukjes'). Bovendien is Sandes goed in het aannemelijk maken van absurdistische verschijnselen, zoals een café waar Parijse witte boorden tussen de middag kunnen skinny-dippen in de wijn.

De geest van Grunberg is vaardig over Sergei Bubka's wondermethode, wat ook mag blijken uit korte alinea's als deze: `Op mijn achttiende verjaardag, ik was net een week op kamers, gaf mijn moeder me een zeem en Glassex cadeau. Psychologen hebben veel geschreven over moeders en zoons. Ik zal nooit tijd hebben om het allemaal te lezen. Is ook niet nodig. Geen van die psychologen is door mijn moeder opgevoed.' Toch haalt deze debuutroman niet het niveau van Blauwe maandagen, waaraan het in veel opzichten doet denken. Daarvoor heeft de hoofdpersoon te weinig tragiek. De `Arnon' uit Grunbergs debuut is iemand om medelijden mee te hebben, of anders wel iemand om je wild aan te ergeren. Bram Poons genereert weinig andere emoties dan grijnslachen of grinniken. Hoewel de stijl en droge humor van Sandes me voorlopig zullen bijblijven, zou het me niets verbazen als ik zijn hoofdpersoon aan het eind van deze sportzomer al weer vergeten was.

David Sandes: Sergei Bubka's wondermethode. De Geus, 318 blz. €22,50